VN: vredesmacht in Congo meer dan verdubbelen

De Verenigde Naties moeten hun vredesmacht in Congo meer dan verdubbelen: van 10.800 naar 23.900 man. En de missie moet mobieler worden om sneller te kunnen optreden tegen strijdende partijen. Dat bepleit VN-secretaris-generaal Kofi Annan in een rapport aan de Veiligheidsraad. Zijn oproep komt enkele dagen nadat strijdgroepen vanuit Congo een bloedbad hebben aangericht in een Burundees vluchtelingenkamp.

Volgens Annan verkeert het Congolese vredesproces in een kritieke fase en moet de extra inzet van de VN ervoor zorgen dat het land niet weer afglijdt naar oorlog. Tijdens de burgeroorlog in Congo zijn tussen 1998 en 2003 zeker drie miljoen doden gevallen. Vijf buurlanden waren bij de strijd betrokken. Vrede in Congo is voorwaarde voor stabiliteit in het Grote Meren-gebied.

De secretaris-generaal onderstreepte in zijn rapport dat de VN niet bij machte zijn vrede in Congo af te dwingen, ook al wordt de vredesmacht in Congo na uitbreiding de grootste ter wereld. Daarvoor is het land – zo groot als West-Europa – te omvangrijk, te ontoegankelijk en te onoverzichtelijk. Zonder politieke wil van de deelnemers in de Congolese overgangsregering – de aanhangers van president Joseph Kabila, de oud-rebellen, de ongewapende oppositie – is het vredesproces tot mislukken gedoemd.

Maar de VN kunnen de overgangsregering wel helpen door strijdgroepen af te schrikken die het vredesproces willen saboteren en door binnen 24 uur op te treden tegen groepen die toch overgaan tot geweld, betoogt Annan in zijn rapport. De VN-missie zou ook een sleutelrol kunnen spelen bij de ontwapening van oud-strijders en bij de voorbereiding van verkiezing die voor volgend jaar zijn voorzien. Daarvoor heeft de vredesmacht in Congo niet alleen meer manschappen nodig maar ook extra militair materiaal, zoals twee vrachtvliegtuigen en 38 helikopters.

De secretaris-generaal riep grote en middelgrote mogendheden op politieke en economische druk uit te oefenen op buurlanden van Congo om zo snel mogelijk te stoppen met heimelijke of openlijke steun aan gewapende groepen in het oosten van Congo. Strijdgroepen in die regio worden bewapend en gesteund door de regeringen van Rwanda, Oeganda en Congo. Rwanda dreigde gisteren met ingrijpen in Congo als de Hutu-milities niet worden ontwapend die een voortdurende bedreiging vormen voor de Tutsi's in de regio. Een van die milities zou vorige week vrijdag betrokken zijn geweest bij de slachting in Burundi.