Stoommachine niet hip en cool

Kinderen moeten spelen. Als ze het niet doen mankeert er iets aan. Dat denken de ouders tenminste. Spelen hoort. Vraag maar aan de therapeut. Maar waarom precies moet een kind spelen? En met wat? Van spelen leert het kind handjes en hersens gebruiken. En het ontwikkelt de fantasie, zegt de dokter.

O ja? Wat heeft Barbie aan de fantasie bijgedragen van ongeveer alle meisjes en wat minder jongens de afgelopen veertig jaar van haar bestaan? En aan de ontwikkeling van de hersens? Speelgoed is nader bekeken nogal eens ernstig verdommend.

Wie de herfst zo lang mogelijk uit wil stellen kan beter een paar weken geen televisie kijken. Want meedogeloos zal het reclameblok rond het Jeugdjournaal de depressie aankondigen. Reclame voor speelgoed. Laat in de zomer al begint het lawaaiige najaarsoffensief van de grote speelgoedhuizen. In de laatste maanden van het jaar wordt veruit het meeste speelgoed gekocht. Dan loont het om reclame te maken. Kinderen moeten eerst weten wat ze willen hebben voor ze vader en moeder naar Bart Smit of Intertoys kunnen huilen van verlangen. Maar nooit willen ze een stoommachine. Als tenminste de vaders niet nadrukkelijk die mogelijkheid opperen.

Met vaders is er soms iets grappigs. Die hebben hun oude verlangens nog uit de tijd toen de kindertelefoon nog niet bestond en ze een klap kregen als ze bleven dreinen. Over een trein. Of over een stoommachine. Opa's hebben het ook. Een nieuwe kleinzoon komt geweldig van pas. Opa kan eindelijk ongegeneerd de stoommachine gaan kopen die hij vroeger niet kon krijgen.

Vroeger was zo'n ding te duur. Duur zijn ze nog, maar we zijn inmiddels allemaal rijk. Er worden jaarlijks in Nederland nog altijd enkele honderden speelgoedstoommachines verkocht. Vrijwel uitsluitend aan volwassen mannen die er eentje voor hun kind of kleinkind kopen, maar waar het kind nog even af moet blijven. Eerst opa zelf. Die heeft iets in te halen.

Aan speelgoedstoommachines is in de loop der tijd niet veel veranderd. Ze zien er nog altijd hetzelfde uit als een halve eeuw geleden. Een ketel op een ketelhuis, er naast een enkele of dubbele cilinder die een drijfstang beweegt die een vliegwiel aanzwengelt. Het ketelhuis van blik is bedrukt en gevormd alsof het uit bakstenen is opgebouwd en de blikken plaat waarop de machine staat lijkt betegeld. Ook de blikken schoorsteen moet een bakstenen pijp lijken, de stoommachine is nooit met zijn tijd meegegaan. Maar bij Wilesco, een grote Duitse fabrikant van stoommachientjes, kreeg een paar jaar geleden een van de managers last van zijn fantasie. Waarom altijd die blikken baksteentjes en dat ouderwetse aanzien? Waarom zou een stoommachine niet te gek hip of cool kunnen zijn of een nog moderner woord. Hij liet de D 8 bouwen. Op een heldergroene blikken plaat staat een strak felblauw ketelhuis met een knalrode schoorsteen. Naast de ketel draait een verblindend oranje vliegwiel in een citroengele bak. Zo hedendaags als een kast vol meidenkleren, maar een vergissing. Volgens de Nederlandse importeur van Wilesco deed de D 8 het niet in de verkoop.

Oude accessoires juist weer wel. Een stoommachine is er voor om iets aan te drijven. Een kermisattractie bijvoorbeeld. Blikken draaimolens worden weer opnieuw gemaakt en opnieuw begeerd. Maar ook – ik zou ze als kind niet hebben willen hebben omdat het volkomen onlogisch is – twee blikken mannetjes de tegenover elkaar staan en samen een trekzaag bewegen. Ze zagen een boomstam door. Aan een van de mannetjes zit een wieltje dat met een snaar verbonden is met het vliegwiel van de stoommachine. De machine drijft een mannetje aan. Dat kan toch niet? Daarvoor zijn machines toch niet uitgevonden? Ze moeten de mannetjes juist werk uit handen nemen. Mijn fantasie zou het vroeger niet gepikt hebben, aangedreven houthakkers en bouwvakkers.

Eerste aflevering van een wekelijkse rubriek, met als eerste thema spelen