`Spinnen'

Het was de man van het echtpaar die het eerst tegen ons begon te praten. Hij zat met zijn vrouw aan een belendend tafeltje op een terras in een Overijssels stadje. Ze waren, net als wij, juist klaar met dineren en de man wilde zijn gespreksbasis wel eens even verbreden. Zijn vrouw leek zich, met recht en reden, voorlopig meer om haar spijsvertering te bekommeren.

Gezien haar lichaamsomvang was ze een veel betere eter dan hij. Hij was tanig en pezig en hij stelde er prijs op zo te blijven, ook al was hij voorbij de vijftig.

Wij vertelden dat wij die dag vijftig kilometer hadden gefietst, een tamelijk heroïsche prestatie vonden wij, in aanmerking genomen dat de tocht moest worden volbracht op gehuurde fietsen met zadels als bankschroeven.

Hij luisterde ogenschijnlijk welwillend. ,,Ik fiets in Frankrijk nog steeds tegen de zwaarste cols op'', zei hij toen. ,,Ik doe niets liever, ik heb altijd veel gesport. Ik heb ooit nog eens deelgenomen aan de Europese kampioenschappen op de horden. Bewegen houdt een mens gezond. Al die oudere mensen die achter de rollator lopen, hebben het aan zichzelf te wijten. Ze hebben ongezond geleefd.''

,,Dat hoeft niet'', probeerde ik hem af te remmen, ,,een mens kan toch zomaar last van zijn gewrichten krijgen.''

Hij bleef beleefd, maar hij vond het onzin. ,,Ik mag nog graag de marathon van New York lopen. Dat houdt me fit. Wij fietsen hele vakanties.''

Wij. Dat betekende dat zijn vrouw op dit vlak evenmin onderschat mocht worden, ook al zag je het niet aan haar af, zoals ze daar die vier gangen van haar menu zachtjes in haar grootse lichaam liet afdalen.

Ik durfde mijn vrouw niet aan te kijken. Wat konden wij hier tegenover stellen? Wij konden nu toch moeilijk met die schamele wandeling langs de IJssel aankomen? Moesten we er niet wat kilometers van het Pieterpad bij verzinnen?

Maar leugens hebben een goede voorbereiding nodig, en daar waren we natuurlijk weer te lui voor geweest.

,,Wij fietsen ook regelmatig'', zei ik maar.

,,Als het goed weer is'', zei mijn vrouw.

Het was weinig, maar het kwam uit een goed hart.

Toen richtte de vrouw van het echtpaar zich op uit haar sluimer. Zij begreep dat haar man op haar inbreng rekende. ,,Ik ben gaan spinnen'', zei ze, niet zonder trots.

Ik wist gelukkig bij benadering wat ze bedoelde, maar ik liet het haar toch nog graag even uitleggen.

Spinnen, zei ze, doe je op de fitnessclub, op een fiets die een Spinning Bike heet en waarop je moet blijven doortrappen, ,,ook als je eigenlijk niet meer kunt''. Het is een rage geworden. Per minuut maak je tussen de 80 en 110 omwentelingen, en als je er een hartslagmeter bij gebruikt, heb je nóg meer rendement van je trainingsprestatie.

Haar man knikte goedkeurend.

Wij zwegen geïmponeerd. We beseften dat we een verpletterende levensles hadden gekregen. Misschien konden we nog wat bijspinnen op een rollator, méér leek er voor ons niet weggelegd.