Speklapjes met mosterdsaus

Deze mosterdsaus is makkelijk te maken en heel veelzijdig. Serveer hem bijvoorbeeld eens bij gegrilde biefstuk of gevogelte of vis, schelp- en schaaldieren. De hele mosterdzaadjes zorgen voor extra smaak en structuur. Gele mosterdzaadjes zijn het makkelijkst verkrijgbaar, maar bruine en zwarte mosterdzaadjes zijn te vinden bij goedgesorteerde oosterse winkels en zijn ook voor deze saus geschikt. Gebruik desgewenst een mengsel voor extra kleur en smaak.

Maak eerst de marinade. Doe de olie in een kom en klop er het citroensap, de knoflook, rozemarijn, oregano of tijm, de Worcestershiresaus, het zout en de peper door.

Leg de speklapjes in een zuurbestendige, ruime, ondiepe schaal. Giet er de marinade over en laat ten minste 3 uur of tot een nacht in de koelkast marineren.

Maak intussen de mosterdsaus. Rooster de mosterdzaadjes een paar minuten in een droge koekenpan op matig vuur, of tot ze lichtbruin en geurig worden. Laat ze niet te bruin worden. Doe ze in een kom. Doe er de mosterd, mayonaise, zure room en Worcestershiresaus bij en meng goed. Proef en breng zo nodig op smaak met extra mosterd en/of Worcestershiresaus. Dek de kom af en laat minstens een paar uur staan.

Neem de speklapjes uit de marinade en rooster ze op de barbecue of grilleer ze onder een hete grill. Reken op circa 10 tot 15 minuten kooktijd. Draai ze regelmatig om en bedruip ze af en toe met de marinade als u ze op de barbecue roostert om te voorkomen dat ze aanbranden. Draai ze een paar keer om als u ze onder de grill grilleert. Leg de lapjes op een voorverwarmde dienschaal en serveer bijvoorbeeld met tabbouleh (Midden-Oosterse salade met bulghur, tomaten, veel peterselie, verse munt en lente-ui met een dressing van olijfolie en citroensap). Geef er de mosterdsaus apart bij.

Morgen: bal gehakt.