Prikkel student tot creativiteit

In een ware kenniseconomie moeten studenten niet alleen kennis consumeren maar vooral ook zelf genereren. Geef de student meer vrijheid en verantwoordelijkheid, stelt Eric van de Luytgaarden.

Het is zomer, een tijd dat het hoger onderwijs zich bezint op het nieuwe onderwijsjaar dat in september weer van start gaat. Het onderwijs is belangrijk, zeker nu het maatschappelijk debat voortdurend gaat over kenniseconomie. In een tijd waarin het economisch nog steeds niet goed gaat in Nederland, zou het beleid vooral gericht moeten worden op ontwikkeling, verdieping en verbreding van kennis. Maar gebeurt dat wel goed? Met andere woorden, is het hoger onderwijs op de goede weg om de kenniseconomie te versterken?

Tot nu toe lijkt de belangrijkste vraag die vertegenwoordigers van hbo- en universitaire opleidingen zich stellen: welke soort afgestudeerden wil de samenleving? Met andere woorden, hoe moeten studenten worden opgeleid? Welke soort competenties en vaardigheden worden hun meegegeven om ervoor te zorgen dat ze een plek zullen kunnen vinden op de toch al krappe arbeidsmarkt?

Als we op deze manier over toekomstige afgestudeerden nadenken, wordt de inrichting van ons onderwijs arbeidsmarktgestuurd. Maar als het moet gaan om de versterking van de kenniseconomie, lijkt me dit een te eenzijdige manier van denken. Profilering op het gebied van kennis vereist niet alleen een arbeidsmarktgestuurde, maar vooral ook een andere, meer ethische, profilering van het onderwijs. Om te voorkomen dat het hoger onderwijs de oren te veel laat hangen naar wat de samenleving vraagt, om het `aim to please'-karakter van de onderwijscurricula zoveel mogelijk te ondervangen, pleit ik voor een eigen moreel kader. Voor een kader vanwaaruit het hoger onderwijs de maatschappij stuurt, de economie verandert en het werkveld aanpast.

Dat kader moet gevuld worden door `morele inhoud'. Ik bedoel daarmee het bevorderen en versterken van de eigen creativiteit van de student in de geestelijkintellectuele betekenis van het woord. Een directe invloed hiervan zou kunnen zijn het zelf genereren van kennis in plaats van het louter consumeren van kennis.

Wat bedoel ik met die moraliteit? Is dat niet het zoveelste appèl op herstel van normen en waarden? Nee, deze moraliteit bestaat uit het aanboren van eigen ethische overtuigingen bij studenten. Dit moet het leidende motief van hun studie worden, want daarmee verstevig je niet alleen de diversiteit maar ook de diepgang in de opleiding.

Voor het hoger onderwijs kunnen hier twee uitgangspunten worden gehanteerd. Allereerst de intuïtieve vrijheid. Dat houdt in dat studenten uit eigen vrijheid (wellicht vaak intuïtief) een keuze maken uit het totale palet van hoger onderwijs. Onderwijs is nu te veel voorgedrukte verplichte kost. Laat studenten zelf hun keuzes maken uit de vakken die ze willen volgen, binnen of buiten de faculteiten waarin ze staan ingeschreven, zodat ze gestimuleerd worden in hun eigen zelfstandigheid. Het hoger onderwijs zal dan af moeten stappen van de huidige diplomastructuren. Ook dat vraagt creativiteit, maar het is wel echt toegesneden op de studenten zelf en dus op de toekomst van onze economie.

Voor een handjevol echte beroepsopleidingen zal dit in mindere mate kunnen gelden, omdat die afgestudeerden moeten voldoen aan minimumvereisten van de beroepsgroep. Het overgrote deel van de studenten zal echter grasduinend te werk gaan. De verantwoordelijkheid voor de opleidingen zal bestaan uit een strenge kwaliteitsbewaking.

Het tweede uitgangspunt is dat van de sociale ontplooiing. Dit houdt in dat iedere student in zijn studie, tijdens stages en in het werk probeert in de leefomgeving datgene te verwerkelijken wat hijzelf als juist en belangrijk ervaart zonder daarbij de vrijheid van anderen te belemmeren. Ook hiervan verwacht ik een sterke toename van de motivatie. Het docentencorps en de maatschappij in het algemeen zullen zich rekenschap moeten geven van dit fenomeen. Dat wil zeggen dat het belerende vingertje weg moet. Het van buitenaf opleggen van normen en waarden is niet meer van deze tijd, laat studenten liever zelf uitzoeken wat hun normen en waarden zijn. Zij zijn de toekomstige peilers van de samenleving, geef hun dan ook de kans zich als die peiler te ontwikkelen.

Het hoger onderwijs heeft meer moraliteit `an sich' nodig, met studenten die meer vanuit hun eigen initiatief en minder vanuit consumptief gedrag studeren. Het hoger onderwijs zou moeten openstaan voor deze weg en de strakke, instrumentele manier van (be-)leren moeten loslaten. Ik zie het al voor me: gemotiveerde studenten, creatieve studiepaden, een levendig debat onderling en een grotere participatie van jonge mensen die bereid zijn hun verantwoordelijkheid te dragen.

Een gunstig neveneffect is dat het hoger onderwijs niet meer klakkeloos achter het werkveld aanloopt, maar richting gaat geven aan de samenleving. Dan kan de economie zich laten voeden door enthousiaste jonge mensen en doorgroeien, misschien wel tot een kenniseconomie.

Eric van de Luytgaarden is lector aan de faculteit sociaal agogische opleidingen van de Hogeschool van Utrecht en organisatieadviseur.