Onevenwichtige reductie

President Bush' voornemen om het aantal Amerikaanse militairen in Europa en Azië de komende tien jaar te reduceren past in het flexibeler maken van de Amerikaanse krijgsmacht. De vijand bevindt zich niet langer achter het IJzeren Gordijn en het voorziene slagveld ligt allang niet meer ergens in Duitsland. De troepen die daar zijn gestationeerd kunnen beter elders worden ingezet. De strijd tegen het terrorisme en `falende staten' gaat uit van snelle troepenverplaatsingen, flexibele inzetbaarheid en nieuwe, aan de omstandigheden aangepaste bewapening. De logge Amerikaanse legerplaatsen met hun tienduizenden bewoners in de Bondsrepubliek en elders zijn haast een anachronisme geworden. Dat Bush daar gefaseerd een einde aan wil maken, is strategisch gezien begrijpelijk. Gisteren maakte de president op een bijeenkomst voor oorlogsveteranen in Cincinnati bekend dat de Verenigde Staten op termijn circa 70.000 militairen zullen terughalen, daarmee een in vredestijd ongekend grote militaire herstructurering ontketenend.

Het plan van Bush is niet meer dan een logische stap in een ontwikkeling die al langer gaande is. Toch is de betekenis ervan groot, allereerst voor Europa. Amerikaanse troepenreductie hier komt in zekere zin neer op verdere ontvlechting van het aloude Atlantische bondgenootschap. Voor de Europese Unie, die geen eigen defensie heeft, valt er met het gedeeltelijke vertrek van de Amerikaanse militairen iets wezenlijks weg: een vertrouwde, goedbeschermende paraplu. Het past in de grote veranderingen die de tijd heeft gebracht. De NAVO, de militaire alliantie van (aanvankelijk) een aantal West-Europese landen en Amerika en Canada, is niet langer louter de belangrijkste bouwsteen van een stabiele veiligheidsomgeving in Europa. Het bondgenootschap verandert langzaam maar zeker in een defensieorganisatie die op verschillende plekken in de wereld actief is en zijn oude vijanden als vrienden heeft ingelijfd. Zonder problemen verloopt dit proces niet. De Europese troepenreducties die Bush gisteren aankondigde komen weliswaar niet onverwachts, maar doen toch pijn. Want wat houdt Europa aan defensie over? Die vraag dwingt de Europese Unie om in ernst na te denken over een eigen veiligheidsbeleid.

Onbegrijpelijk en tactisch en strategisch onverstandig is Bush' voornemen om duizenden militairen uit Zuid-Korea terug te trekken. De dreiging van de communistische buurman in Pyongyang met zijn enorme militaire vermogen zou juist aanleiding moeten zijn om de troepen aan de Koreaanse grens op sterkte te houden. Dit punt, gekoppeld aan het feit dat Bush niets verandert aan zijn onevenwichtige troepenpolitiek in Irak, maakt dat zijn plannen op een paar essentiële onderdelen een ondoordachte indruk wekken. Het gaat te ver om ze af te doen als een verkiezingsstunt; dat miskent de onderliggende ontwikkelingen op veiligheidsgebied. Maar van een supermacht met wereldwijde defensiebelangen en verwikkeld in een groot militair conflict mag een hechtere rangschikking van zijn troepenmacht worden verwacht.