Neelie Kroes is geheel terug

Circa 44 jaar geleden moet het geschied zijn. In Rotterdam, waar de Erasmus Universiteit toen nog Nederlandse Economische Hogeschool heette. Ruud Lubbers en Onno Ruding, ouderejaars economiestudenten, beiden geboren in 1939, de eerste voorzitter van de studentenvereniging Sanctus Laurentius, de tweede chef van het corps, gaan een gezellige avond beleven. Bij aankomst in de gelegenheid waar dat zal gebeuren zien de jongeheren een jongedame zitten die zij kennen. Namelijk de jongerejaars Neelie Kroes, geboren in 1941 en lid van de Vereniging van vrouwelijke studenten in Rotterdam. Zij heeft een jongeman op schoot die de beide ouderejaars nog niet kennen. Dus vraagt Ruding beleefd: ,,Juffrouw Kroes, kunt u ons voorstellen aan die meneer op uw schoot?'' Je hoort het Ruding vragen, met die mooi gearticuleerde klinkers en die deftige, enigszins temerige stem waaraan links Nederland zich tot zijn genoegen nog zo zou gaan ergeren (Den Uyl ooit: ,,Die man praat met de Kamer alsof hij zijn bediende toespreekt.''). Je ziet de lange Lubbers geamuseerd staan kijken, in de jachtstand, het hoofd ietsje scheef. De arme man die van Neelie's schoot omhoogkrabbelde, bleek collega-student Jan Pronk, geboren in 1940, lid van de protestantse studentenvereniging SSR, toen wellicht zelfs nog aardig actief in de christelijk-historische jongerenorganisatie CHJO. Wat een ontmoeting: de aankomende miljonair Lubbers zou later zestien jaar minister zijn, waarvan liefst twaalf jaar premier, bankier Ruding zeven jaar minister, de naar links doorgebroken Pronk twaalf jaar, de levenslange Rotterdamse VVD'er Neelie Kroes zeven jaar (op Verkeer en Waterstaat), na vier jaar staatssecretaris te zijn geweest. Want, zelfs vijftig jaar Wassenaar zouden het niet kunnen verhelpen, juffrouw Kroes is als het ware weggelopen uit dat liedje van Jaap Fischer; het wordt meteen zo Rotterdams als zij in de buurt is.

Nu wordt Neelie, na vijftien jaar in het allereerste politieke gelid ontbroken te hebben, Eurocommissaris voor mededingingszaken, een belangrijke post. Die post is zó belangrijk en de benoeming van Kroes is blijkbaar zó verrassend dat de Frankfurter Allgemeine Zeitung gisteren een geschreven portret van haar bracht. Een lovend portret trouwens, onder de kop ,,Strijdbaar''. Nu is er in zulke portretten vaak veel terug te vinden uit de knipselmappen waarbij de auteur te rade is gegaan, het profiel dat deze krant op 9 augustus van haar gaf heeft bijvoorbeeld vast in die mappen gezeten.

Ambitieus is zij, schrijft de FAZ. En dat zij, anders dan Bolkestein, geen intellectualistische politicus is maar een rechtstreekse, om niet te zeggen ondiplomatieke, zakelijke doener. En voorts dat zij een ,,laat ontdekt feminisme'' laat zien. Daar kun je je, ook zonder de hulp van haar tweede ex-echtgenoot Bram Peper, iets bij voorstellen, al begin je maar bij die anekdote hierboven. Met deze nu als het ware ook van haar schoot gevallen Peper, een knappe en ambitieuze, volkse macho die zichzelf onlangs min of meer aanbeval als speerpunt van het in verontwaardiging ouder wordende Nederland, liep Neelie een paar jaar geleden nog vrij onfeministisch te murmureren. Namelijk over het onverdiende lot dat hem als oud-burgemeester van Rotterdam zo had getroffen, nadat hij als minister was afgetreden om zijn handen vrij te hebben tegen het posterieure gezeur uit de Maasstad over zijn omgang met het declaratiewezen. Ik herinner me Neelie en Bram in een solidaire klagerigboze tweezang tegen de rest van de wereld, à deux voor de camera door de sneeuw stappend in Noorwegen. Wat een vertoning was dat. Ik herinner me de ijzingwekkende stilte die daarop volgde, zowel in Brams PvdA als in de rest van politiek Nederland. Was die affaire ook, en misschien voor al die zwijgers wel: vooral, een kwestie van goede smaak? Zo ja, dan is een zeker gebrek aan smaak wellicht vaker in het geding, meer dan welke ,,late'' feministische aandrift ook, bijvoorbeeld in de snelle politieke bekering (van de PvdA naar de VVD) en de bliksemsnelle opkomst als VVD-Kamerkandidaat van mevrouw Hirsi Ali aan de hand van Neelie Kroes?

De FAZ viert de nieuwe Eurocommissaris niet alleen als een late feministische bekering maar ook, en mogelijk juister, als een vrouwelijke macho. Nu mogen of moeten die er misschien ook zijn, maar de Duitse krant doet dat door haar ,,Nickel Neelie'' te noemen, een bijnaam die zij in Nederland zou hebben gekregen en die haar natuurlijk associatief in de buurt van de Iron Lady Maggie Thatcher moet brengen. Die bijnaam had ik nog nooit gehoord, hij is alleen al gewaagd doordat je erbij meteen aan Wim Sonnevelds straatzanger ,,Nikkelen Nelis'' moet denken. Aan dat lied dus over de vrouw die het lonken niet kon laten, die soms drie veren droeg ,,en soms geeneens geen drie'' (,,Zij lonkte naar iedere man en oh, oh, oh, daar kwam narigheid van''). Nee, ,,Nickel Neelie'' kan dus niet, laten we wel wezen.

,,Je kunt in Nederland economische politiek voeren zonder Kroes, maar tegen haar is dat buitengewoon moeilijk'', schrijft de FAZ. Daarmee worden Kroes bijna bovenaardse proporties toegedacht, en dat zal zij zelf ook wat overdreven vinden. Maar, zoveel lijkt zeker, er zullen maar weinig Nederlanders zijn die in een Duitse kwaliteitskrant zo'n fraai geschreven portret krijgen. En dat bovendien nadat er van het door kanselier Schröder gewenste supercommissariaat van de Duitser Verheugen weinig terechtgekomen is. Tegen die achtergrond is de lof voor het onderhandelen van premier Balkenende en minister Bot als het ware nog eens onderstreept. Zo goed als de Tweede Kamer in dat Duitse stukje over de nieuwe Nederlandse Eurocommissaris een indirecte aanbeveling kan lezen de regering in een geval als dit te laten regeren en niet, zeker niet vooraf, met allerlei kritische adviezen of prognoses voor de voeten te lopen. Want die ,,meeregerende'' Kamerleden zijn lelijk afgegaan. Zouden zij zich dat bij een volgende gelegenheid herinneren?