LPF mag van rechter niet failliet gaan

De faillissementsaanvraag van de Lijst Pim Fortuyn (LPF) is vandaag afgewezen. De rechtbank in Rotterdam oordeelde dat het LPF-bestuur niet zonder toestemming van de leden om een faillissement kan vragen.

Daar had de ledenvergadering toestemming voor moeten geven.

Het in juni gekozen bestuur vroeg vorige week een zogenoemd technisch faillissement aan in de hoop zo de weg te bereiden voor een nieuwe, financieel gezonde vereniging ,,om het erfgoed van Pim Fortuyn uit te dragen'', zo zei voorzitter Henrick Fabius vandaag na de uitspraak. Het zou voor het eerst zijn dat een Nederlandse politieke partij failliet gaat.

Fabius gaat, ,,nadat we van de schrik bekomen zijn'', alle LPF-leden een alternatief plan voorleggen voor een ,,doorstart'' van de LPF. ,,Wij kunnen ondanks deze uitspraak wel degelijk een doorstart maken, maar dan hebben we degelijke statuten nodig. We hebben zelfs nooit een huishoudelijk reglement gehad.''

Fractievoorzitter Mat Herben liet eerder in een verklaring weten wat de reden was voor de faillissementsaanvraag. Volgens hem is het de enige manier om leningen van de twee geldschieters van de LPF, de Haagse vastgoedondernemers Maas en Thunnessen om te zetten in schenkingen. Maas zou ruim 1,3 miljoen in de partij hebben gestoken, Thunnessen zo'n 800.000 euro. Het omzetten van die leningen in een gift betekent dat de vereniging een fors bedrag aan belasting moet betalen.

Volgens Kamerlid Nawijn, dat door de LPF-fractie is gevraagd toe te zien op een juiste wijze van handelen van het bestuur, hebben de leden op een ledenvergadering op 13 juli het bestuur wel toestemming gegeven om surseance van betaling te vragen, maar is toen niet gestemd over een faillissementsaanvraag. Nawijn meent dat het bestuur kan besluiten met de huidige vereniging verder te gaan of een nieuwe op te richten. Dan is het aan de fractie om zich daar al of niet bij aan te sluiten.

Voorzitter Fabius sprak vanmiddag eveneens over een `nieuwe' en een `oude' vereniging.

Hij benadrukt dat in een nieuwe vereniging ,,het gedrag moet wijzigen''. ,,Nu is er veel te weinig overeenstemming over hoe je je hoort te gedragen, waardoor de indruk wordt gewekt dat we voortdurend vechtend over straat gaan.''