Juffrouw Jannie in New Delhi

Tijdens de Democratische race om de kandidatuur voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen komende november speelde één onderwerp dit voorjaar een tijdlang de hoofdrol: outsourcing, ofwel het overhevelen door bedrijven van Amerikaanse banen naar lagelonenlanden als India en China. Met name de latere winnaar John Kerry maakte er nogal een punt van. Totdat volgens het ministerie van Arbeid bleek dat het hier ging om hooguit zo'n 100.000 banen per jaar. Dat is nog geen promille van de werkzame bevolking. Het onderzoeksbureau Forrester schatte het aantal destijds in de VS een factor drie hoger.

Hoe zit het in Europa? Gisteren bleek dat Forrester de door outsourcing verdwijnende banen in de EU op 1,2 miljoen schat in de komende tien jaar. Dat lijkt veel, maar is het niet. Gemiddeld over de periode gaat het om 120.000 banen per jaar. Dat is, afhankelijk van de bron, vergelijkbaar of zelfs veel minder dan in de VS. Bovendien vind het leeuwendeel plaats in Groot-Brittannië, dat meer dan de helft van de outsourcing voor zijn rekening neemt. Dat komt vooral doordat de financiële sector gevoelig is voor uitbesteding overzee.

Teruggerekend naar Nederland gaat het dus om een paar duizend banen per jaar, hoewel er schattingen zijn die wat hoger uitkomen. Geen ontwikkeling om wakker van te liggen? Dat hangt er van af. Eigenlijk zou niet alleen het aantal bestaande, naar het buitenland verdwijnende banen moeten worden geteld, maar ook het aantal banen dat niet eens meer in Nederland wordt gecreëerd.

Los daarvan geven de conclusies die Forrester trekt reden tot nadenken: in plaats van de Britten tot grootste `slachtoffer' van outsourcing uit te roepen, wordt juist het continent, waar relatief de minste banen verdwijnen, als verliezer gezien. De reden is klassiek. Outsourcing gaat vaak om relatief laagwaardige arbeid en vooral dienstverlening. De krachten in de `uitbestedende' economie komen vervolgens vrij voor hoogwaardiger activiteiten. De productiviteit en concurrentiekracht nemen zo toe, en na een tijdje is er sprake van een uitruil waarbij iedereen wint.

De kneep zit hem in dat `na een tijdje'. Zoals ook bij handelskwesties het geval is, is het verlies van banen direct en zichtbaar. De winst komt druppelsgewijs en op termijn. En het argument dat, met name in de administratieve sector, ook `hoogwaardiger' banen verdwijnen? Als een Indiër het op afstand beter en goedkoper kan, dan moet hij dat vooral doen. Goed voor hem, goed voor ons. Wie snel wil genezen van premature nostalgie, moet nog maar eens goed kijken naar een oude aflevering van Debiteuren, crediteuren.