Gravenstijn toch tevreden met brons

Judoka Deborah Gravenstijn (29) heeft ondanks grote tegenslagen in de voorbereiding een bronzen medaille gewonnen in de categorie `tot 57 kg'.

Judoka Deborah Gravenstijn is te opgeruimd van aard om te treuren over gemiste kansen. Maar ondanks de bronzen olympische medaille die om haar nek hing, had ze gisteren bij vlagen toch de pee in; Gravenstijn vond dat ze dé kans op een gouden medaille had gemist. En dat nam ze vooral zichzelf kwalijk. Vele schouderklopjes later verdwenen die ambivalente gevoelens en was de judoka alsnog trots op haar prestatie bij de Spelen.

Uiteindelijk besefte ook Gravenstijn dat het maken van fouten bij sport hoort; haar misser kwam alleen op een ongelukkig moment: in de halve finale tegen de latere olympisch kampioene Yvonne Bönisch uit Duitsland. Ze lette toen even niet op, pakte haar tegenstandster niet goed vast en werd in een flits onderuit gehaald; ippon tegen en weg finaleplaats, weg gouden medaille.

De van nature emotionele Gravenstijn kon zichzelf wel voor het hoofd blijven slaan, zó dom was ze geweest. Het liefst was ze van schaamte de hal uitgerend. Maar ze moest nog één partij in actie komen: om de bronzen medaille tegen de Française Barbara Harel. Haar clubtrainer Jan de Rooij en bondscoach Marjolein van Unen hebben flink moeten praten om de demoralisatie uit haar geest te verdrijven.

Pas toen Gravenstijn in haar laatste partij op de mat stond en tegen Harel in punten achter was geraakt, besefte ze welke kans ze aan het verspelen was. Bovendien drong op dat moment tot haar door, dat veel dierbaren op de tribune zaten die speciaal voor haar naar Athene waren gekomen. De mensen die haar altijd tot steun waren geweest, kon ze toch niet laten vallen? Gravenstijn bundelde al haar krachten, pompte de adrenaline nog een keer door haar lichaam en zwiepte de Française op de valreep op ippon tegen de grond.

Uiteindelijk besefte Gravenstijn dat elke medaille bij de Olympisch Spelen waardevol is en legde ze zich neer bij het onvermijdelijke. Dat had trainer De Rooij onmiddellijk al gedaan. Hij vond de bronzen medaille een prachtige beloning voor het doorzettingsvermogen van een door blessures en familieleed geteisterde sportvrouw. De Brabander moest de partij op de tribune volgen, maar was bij hereniging in de catacomben zo uitzinnig dat hij Gravenstijn voor het oog van de televisie met een luide schreeuw optilde, zich niets gelegen latend aan de draaiende camera's.

De Rooij beleefde in Athene een emotioneel moment, omdat hij al meer dan twintig jaar met Gravenstijn samenwerkt. Maar de judoka en haar trainer hebben dan ook een relatie die uniek is een wereld waar zelfzucht en eerzucht om voorrang strijden. De Rooij: ,,Deborah kwam als klein meisje bij mijn club in Gilze en is sindsdien niet weggeweest, ook al verhuisde ze naar Dordrecht en later naar Rotterdam. Ze kwam drie, vier keer in de week met de trein naar Brabant om bij mij te blijven trainen. Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat ze het pendelen zou volhouden en op termijn voor een club in de buurt van haar woonplaats zou kiezen. Maar dat heeft ze nooit gedaan. Man, ik vind haar een superwijf. Ze is trouw, maar ook te vertrouwen.''

Gravenstijn mocht zichzelf tekort gedaan voelen, ze heeft wel een prestatie geleverd die emotioneel moeilijk was op te brengen. Nadat ze in het voorjaar zelf met een armblessure lange tijd buitenspel had gestaan, werd in juni bij haar moeder Carmen kanker geconstateerd en moest een borst worden geamputeerd. Vanaf dat moment kon Gravenstijn zich niet langer onbezorgd voorbereiden op de Spelen, maar droeg ze het leed van haar moeder met zich mee in trainingen en wedstrijden. Het vervelendste vond de judoka zelf, dat ze niet elke dag thuis kon zijn om haar moeder te helpen.

Om kort voor de Spelen zo min mogelijk te worden afgeleid woonde Gravenstijn de laatste weken voor `Athene' bij het gezin De Rooij in Goirle. ,,Dat had ze nodig. Dan kon ze niet worden afgeleid door de omstandigheden bij haar thuis'', vertelde haar coach.

Mede gelet op haar privé-omstandigheden vindt De Rooij dat Gravenstijn veel veerkracht heeft getoond. ,,Dat is ook haar kracht'', zegt hij. ,,Als je weet hoe vaak ze in haar carrière geblesseerd is geweest en toch steeds weer is teruggekomen, zegt dat iets over haar instelling en haar vechtlust. Die meid is niet stuk te krijgen'', aldus De Rooij.

Later vertelde Gravenstijn dat het haar de laatste twee maanden veel moeite heeft gekost haar vizier op Athene te blijven richten, terwijl haar moeder ernstig ziek was. ,,Uiteindelijk heb ik er maar één trainingskamp door gemist. En we pepten elkaar ook op, want zij had een doel en ik had een doel. En weet je waar ik zo van genoot: dat mijn moeder in Athene kon zijn en vandaag al mijn wedstrijden persoonlijk heeft gezien.''

Hoewel De Rooij verwacht dat Gravenstijn na de Spelen ,,zeker nog een jaartje zal doorgaan'', is de judoka, die deel uitmaakt van de topsportploeg bij Defensie, daar zelf allerminst zeker van. Gravenstijn: ,,Ik weet nog niet wat ik doe. Bij thuiskomst wil ik daar in alle rust over nadenken. Ik houd alle opties open. Ja, ook die van stoppen.''