Brit: Johannes de Doper bestond

Britse en Israëlische archeologen hebben ten zuiden van Jeruzalem in een uit de achtste eeuw voor Christus daterend waterreservoir tekeningen, voetafdrukken en aardewerk ontdekt die zouden wijzen op een verblijf in deze grot van de bijbelse figuur Johannes de Doper. De Brit Simon Gibson en zijn Israëlische collega Rafi Louis, die vijf jaar opgravingen hebben gedaan in de grot met een ondergronds meer, zeggen dat de prediker uit het Nieuwe Testament die de komst van de Messias aankondigde hier gewoond zou hebben.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar religieuze studies James Tabor van de Universiteit van North-Carolina gaat deze conclusie echter te ver. Weliswaar hebben de Brit en de Israëliër tekeningen blootgelegd die het verhaal van Johannes de Doper vertellen, maar ontbreken inscripties – zeg maar een archeologische handtekening – die het bewijs voor zijn aanwezigheid en bestaan zouden kunnen vormen. Tabor en een groep studenten hebben aan de opgravingen meegewerkt.

Uit geologische proeven is gebleken dat de grot en het waterreservoir al tussen de achtste en zesde eeuw voor Christus in gebruik waren, vermoedelijk bij priesters. Het afgebeelde doopritueel en de tekening van een man met staf, gehuld in een dierenhuid, zouden eerder gelijkenis vertonen met christelijke dan met joodse rituelen. De afbeeldingen zouden in de vierde of vijfde eeuw na Christus zijn aangebracht.

Volgens Gibson wijzen ook de blootgelegde voetbaden en het aardewerk op gebruik door Johannes de Doper, volgens de bijbelverhalen een tijdgenoot van Jezus. Johannes trok door de heuvels van ,,Judea en Samaria'', riep op tot bekering en bediende op ruime schaal de doop. Concrete bewijzen dat hij heeft bestaan zijn er overigens niet.

Gibson, die al bijna dertig jaar als archeoloog werkzaam is in Israël, werd in 1999 op de aanwezigheid van de grot gewezen door leden van de kibboets Tzova. Hoewel Tabor met Gibson van mening verschilt over de claim dat Johannes hier werkelijk gewoond heeft, erkent de Amerikaan de archeologische waarde van de ontdekking. Gibson zegt te kunnen aantonen dat er een verband bestaat tussen de christelijke en het joodse dooppraktijk. Zijn claims zullen nu door onafhankelijke archeologen worden gecontroleerd.