Big Brother ziekenhuis

,,De burger die in het dagelijks leven diensten inroept zal zich in het algemeen niet verbazen als hem om een identiteitsbewijs wordt gevraagd. Als iemand geld van zijn bankrekening wil opnemen, als iemand lid wil worden van een bibliotheek, als iemand zich inschrijft in een videotheek: in al deze gevallen wordt de burger gevraagd zich te identificeren.'' Zo verdedigde minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) in juni zijn wetsvoorstel om iedereen die aanklopt bij een ziekenhuis of eerste hulppost te verplichten zich te identificeren. Toch is er verschil tussen een videootje en medische zorg, waarin van oudsher hulpverlening en niet controle centraal staat.

In het moderne ziekenhuisbedrijf zijn ziekenfondspas en patiëntenkaart reeds ingeburgerd. Vlak voor de zomer is een nieuwe wet op de identificatieplicht in het Staatsblad verschenen. Identificatie aan de ziekenhuisbalie sluit daar ogenschijnlijk mooi bij aan. Toch is de stap van ziekenfondspas naar ID-bewijs niet vanzelfsprekend. De identificatiewet is niet algemeen, zo heeft de regering verzekerd. Hij is bedoeld voor de politie en toezichthouders in de openbare ruimte en dan alleen als zij een goede aanleiding hebben. Van dit soort vrome verzekeringen blijft weinig over als de identificatieplicht standaard wordt ingevoerd voor de 8,3 miljoen eerste polikliniekbezoeken en 1,5 miljoen opnames per jaar. Nog afgezien van de extra soesa voor de patiënten en de staf, die geen politie-agenten zijn. En moet iedere patiënt die zijn pas is vergeten worden weggestuurd? Experts zijn bovendien openlijk bezorgd dat de winst van betere toepassing van informatie- en communicatietechnologie, waarin het wetsvoorstel van Hoogervorst ook voorziet, teniet wordt gedaan door de identiteitsverplichtingen.

Juridisch gesproken vormt de plicht overal je ID-bewijs te tonen een inbreuk op het grondrecht van privacy, noteerde de Nederlandse vereniging voor rechtspraak eerder. Zo'n inbreuk vergt een ,,dringende maatschappelijke noodzaak''. In het geval van de algemene identificatieplicht moest de regering al erkennen dat er ,,geen empirisch materiaal is over de te verwachten effecten''. In het geval van de gezondheidszorg werd vorig jaar groot alarm geslagen over fraude, maar dat bleek bij nader inzien vaak te gaan om gesjoemel met nota's waarvan het zeer de vraag is of een identificatieplicht daar veel tegen helpt. Tussen de ziekenhuisbalie en de behandelkamer zit trouwens nog een aardig gat.

Hoogervorst komt slechts met anekdotische voorbeelden van echte legitimatiefraude. In februari zei hij trouwens zelf nog dat ,,ondoelmatigheid en gebrek aan concurrentie grotere problemen zijn dan pure fraude''. Dat wijst eerder op een betere controle van declaraties dan van identiteitspapieren. Zijn voorganger De Geus drong al terecht aan op ,,gerichte maatregelen''. Deze moeten dan wel proportioneel zijn. Hoogervorst doet aan deze opdracht geen recht met de dooddoener dat het natuurlijk niet de bedoeling is bij een hartaanval eerst te vragen naar het paspoort.