`Wij zijn nergens veilig'

In het Burundese kamp Gatumba vermoordden Hutu-rebellen vrijdag zeker 159 Tutsi-vluchtelingen.

Het stinkt naar verschroeid vlees. Maar het meest angstaanjagende in het vluchtelingenkamp Gatumba, op nog geen tien kilometer van de Burundese hoofdstad Bujumbura, is de stilte. Vrouwen, kinderen en oude mannen staren verkrampt naar de dode lichamen van hun broers, zusters en buren. De overlevenden huilen, maar zonder geluid, met holle ogen vol angst.

De moordenaars kwamen in het holst van vrijdagnacht, zongen religieuze liederen en sloegen op traditionele drums. In nog geen vier uur vermoordden ze in Gatumba, op een steenworp afstand van de Congolese grens, zeker 159 Congolese vluchtelingen, merendeels vrouwen en kinderen. Ze hakten hen met machetes in stukken en staken de lijken in brand.

De slachtoffers waren zonder uitzondering Banyamulenge, aan Tutsi's verwante Congolezen. Juist om hun etnische afkomst waren ze de afgelopen maanden Oost-Congo ontvlucht en hadden bescherming gezocht in het naburige Burundi. Vanochtend werden de slachtoffers begraven.

,,Deze afschuwelijke aanval is het bewijs dat wij Banyamulenge nergens veilig zijn'', zegt Aloysia Inyumba, die ternauwernood kon ontsnappen aan het geweld. Ze verloor haar twee kinderen van twee en zes jaar. Ze zijn overgoten met benzine en daarna verbrand, vertelt Aloysia toonloos. Ze staart in de verte, naar de Congolese bergen aan de andere kant van het Tanganyikameer waar ze heel haar leven heeft gewoond.

Aloysia vertelt hoe de moordenaars als een furie tekeer gingen. ,,Ze waren uren bezig. En al die tijd was er niemand die te hulp schoot.'' Op nog geen kilometer van het vluchtelingenkamp is een militaire basis, maar de soldaten hadden geen idee wat zich even verderop afspeelde, of deden alsof ze dat niet wisten. Ze kwamen in ieder geval niet af op het gezang, het hulpgeroep en het gejammer.

Pas de volgende dag verdrongen de Burundese en Congolese autoriteiten zich gezamenlijk in het kamp om hun afschuw uit te spreken. De vice-president van Congo, Azarias Ruberwa, de dag voor de slachting op tournee in de regio om de terugkeer van Congolese vluchtelingen met Rwanda en Burundi te bespreken, noemde de aanslag ,,een genocide''. Volgens Ruberwa – zelf Banyamulenge – was de aanval doelbewust gericht tegen Tutsi's, zoals dat in 1994 bij de volkerenmoord in Rwanda ook het geval was. Hij drong aan op een internationaal onderzoek.

Ook de Rwandese minister van Buitenlandse zaken Charles Muligande, drong aan op een internationaal onderzoek. Volgens de minister was deze aanval het zoveelste bewijs dat Tutsi's in de regio ook tien jaar na de genocide in Rwanda niet veilig zijn.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, gisteren in spoedvergadering bijeen, veroordeelde de slachting met kracht en riep de Congolese en Burundese regeringen met klem op de ,,daders en diegenen die voor de misdaden verantwoordelijk zijn'' te straffen. De Veiligheidsraad heeft de speciale VN-gezanten voor Burundi en Congo gevraagd het bloedbad te onderzoeken en zo snel mogelijk terug te rapporteren.

Secretaris-generaal Kofi Annan verklaarde ,,geschokt en verontwaardigd'' te zijn en riep op tot berechting van de daders.

Een Nederlandse parlementaire delegatie, die gistermorgen in Burundi landde voor een gepland zesdaags bezoek aan het gebied van de Grote Meren, bezocht het kamp direct na aankomst. De parlementariërs Bert Koenders (PvdA), Kathleen Ferrier (CDA) en Boris Dittrich (D66), willen ook dat er een onafhankelijk onderzoek komt. Delegatieleider en hoogleraar Mensenrechten aan de Universiteit van Utrecht Cees Flinterman toonde zich na het bezoek aan het kamp bijzonder geschokt.

De Burundese Hutu-rebellenbeweging FNL heeft de verantwoordelijkheid opgeëist voor de slachting, maar sprak van een vergissing omdat een nabijgelegen legerplaats het eigenlijke doelwit was. De FNL opereert in de bergen rond Bujumbura en is de enige rebellengroep die in Burundi nog actief is. Bij de aanval op het kamp heeft ze vermoedelijk samengewerkt met de Rwandese Interahamwhe (die in 1994 bij de genocide in Rwanda een hoofdrol speelde) en tribale groeperingen uit Congo, vermoedelijk de Mayi-Mayi.

In het grensgebied van Burundi, Rwanda en Oost-Congo werken rebellen van verschillende afkomst samen in wisselende coalities. Banyamulenge en Tutsi's zijn hun voornaamste doelwit omdat ze die beschouwen als indringers. In reactie bundelen de Banyamulenge hun krachten met die van Tutsi's uit Rwanda en Burundi.

Burundi heeft vanochtend de grens met Congo gesloten, en de de controles bij de grens en in vluchtelingenkampen verscherpt om meer aanvallen te voorkomen.