Waarom zwijgen Arabieren over Darfur?

De stilte van Arabische zijde over de kwestie Darfur vormt een afspiegeling van een bredere malaise in de Arabische wereld. Geweldpleging wordt door burgers en bestuurders door de vingers gezien, stelt Rami G. Khouri.

Een van de opvallendste aspecten van de tragische gebeurtenissen die zich de afgelopen anderhalf jaar hebben voorgedaan in de regio Darfur in het westen van Soedan, is het relatieve stilzwijgen van de Arabische wereld. Als gevolg van aanvallen door Arabische milities zijn daar misschien wel 50.000 mensen om het leven gekomen en een miljoen op de vlucht gedreven. De internationale consensus is tot uitdrukking gekomen in de recente resolutie van de Veiligheidsraad van de VN, die de Soedanese regering één maand de tijd geeft om de milities te ontwapenen en de veiligheid te herstellen. Mensenrechtenorganisaties en westerse regeringen hebben de gebeurtenissen in Darfur `etnische zuiveringen' genoemd en zelfs `genocide', maar de Soedanese regering wijst deze beschuldigingen van de hand en beweert dat er in de regio niet meer dan 5.000 mensen om het leven zijn gekomen.

Op grond van documentatie door geloofwaardige internationale mensenrechtenorganisaties en de VN zelf is de wereld ten slotte in actie gekomen om een einde te maken aan het menselijk lijden in Darfur: in juni hebben de Verenigde Staten en de VN het voortouw genomen.

Terwijl in de afgelopen anderhalf jaar de tragedie in Darfur zich voltrok, heeft de Arabische wereld zich opvallend afzijdig gehouden. Hoewel een paar stemmen in de regio hebben gepleit voor doortastend diplomatiek optreden om de veiligheid en de rust in Darfur te herstellen, hebben velen in de media en in overheidskringen zich veel luchtiger uitgelaten, en zijn zelfs de VS beschuldigd van inmenging in de regio om toekomstige oliebelangen veilig te stellen.

De stilte van Arabische zijde over deze kwestie is waarschijnlijk niet karakteristiek voor Darfur of Soedan, maar vormt een afspiegeling van een bredere malaise die onze regio sinds lang heeft geteisterd: de Arabische regeringen zijn geneigd elkaar niet voor de voeten te lopen, wanneer een van hen van wandaden wordt beticht, en de meeste Arabische burgers staan verdoofd en hulpeloos tegenover de publieke gruweldaden of criminele activiteiten in hun eigen samenleving.

De geschiedenis van de Arabische wereld in de afgelopen vijftig jaar is bepaald door twee nauw met elkaar verbonden ontwikkelingen: de concentratie van de economische en militaire macht in de handen van kleine groepen mensen, die de elite van machthebbers vormen, en de gestage opbouw – door diezelfde elite – van elementaire voorzieningen en werkgelegenheid voor de burgers. De doorsnee burger, die een betrekkelijke, consistente vooruitgang in elementaire levensomstandigheden ervaart – water, stroom, telefoon, ziekenhuizen, scholen, banen – is geneigd de overheid bij haar overige beleid haar gang te laten gaan, ook als dat neerkomt op gewelddadig of roofzuchtig optreden jegens de eigen onderdanen.

Deze basisovereenkomst met betrekking tot het landsbestuur verklaart grotendeels de stilte en berusting van overigens fatsoenlijke Arabieren ten aanzien van gruweldaden of criminele activiteiten door hun medeburgers of zelfs hun regering. Darfur in Soedan is alleen maar de laatste in een reeks van gewelddadige binnenlandse episoden in Arabische landen die lange tijd door andere Arabische landen zijn genegeerd. De lange, treurigstemmende lijst omvat opstanden, burgeroorlogen, repressie en andere vormen van geweld in belangrijke Arabische landen als Algerije, Libanon, Syrië, Jemen, Soedan, Palestina, Irak, Egypte en Libië.

Doordat voor de meeste Arabische overheden geweld een beleidsinstrument is, zien de Arabische regeringen geweldpleging door hun collega-bestuurders door de vingers. Dit is een eigenaardig soort beroepsmatige hoffelijkheid onder medeautocraten en beheerders van politiestaten, die hiervoor als reden geven dat Arabische landen zich niet mengen in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen. Dat is de reden waarom Colin Powell en Kofi Annan naar Darfur reizen en de aandacht van de wereld op de benarde toestand van die streek vestigen, nog voordat secretaris-generaal Amr Moussa van de Arabische Liga of welke Arabische minister van Buitenlandse Zaken dan ook dezelfde reis onderneemt.

De meeste gewone Arabieren verheffen hun stem niet tegen de gruweldaden in Soedan of in andere Arabische landen, omdat de recente geschiedenis hun heeft geleerd dat zij het recht noch de bekwaamheid bezitten om invloed uit te oefenen op het beleid van hun eigen regering, laat staan op dat van andere Arabische regeringen. De Arabische bevolking is verdoofd tot een treurige toestand van hulpeloosheid en volgzaamheid ten aanzien van het overheidsbeleid, met name op het gebied van de binnenlandse veiligheid en het buitenlands beleid. Wij kijken nu naar Darfur zoals wij in het verleden hebben gekeken naar Algerije, Libanon, Syrië, Jemen, Egypte en Jordanië – als gekwelde maar machteloze toeschouwers.

Darfur zit ons allemaal dwars, maar het zet maar weinigen in de Arabische wereld tot actie aan. Darfur is voor de meeste Arabische burgers heel ver weg, en het leed dichter bij huis is nijpender – het leed van onrechtvaardigheid, corruptie en economische spanningen in eigen land, de gevolgen van het beleid van de Israëlische bezetter in Palestina en de omliggende landen, of van de Amerikaanse oorlogsmachine in Irak.

Innerlijk leven wij mee met het lijden van de Soedanezen in Darfur, maar als individuele Arabische burgers kunnen wij aan de feitelijke toestand in verre landen niet veel veranderen, omdat wij al even weinig kunnen doen aan de werkelijkheid in onze naaste omgeving in Beiroet, Amman, Rabat, Damascus, Riad of Kairo.

Het meest verontrustende gevolg hiervan is dat een kleine groep bommengooiers en terroristen van deze toestand van Arabische hulpeloosheid en verdoofd publiek politiek bewustzijn heeft geprofiteerd om publieke steun te zoeken voor hun militante optreden. Zo komt het dat grote aantallen gewone, fatsoenlijke Arabische burgers instinctief de gruweldaden tegen mede-Arabieren in Darfur afwijzen, maar niets durven te zeggen om er een einde aan te maken; terwijl niet minder grote aantallen net zo min hun stem verheffen wanneer Arabische terroristen Arabische, Amerikaanse of andere doelen bombarderen.

Dat de verontruste Arabische burgerij stilzwijgend in geweld berust, dat zij passief blijft in het aangezicht van gruweldaden uit de eigen cultuur, is thans het belangrijkste symptoom van de malaise die deze regio teistert.

Het zou een ernstige vergissing zijn als men het Arabische stilzwijgen met betrekking tot Darfur zou opvatten als een uiting van culturele aanvaarding van geweld die kenmerkend zou zijn voor de Arabische of islamitische wereld of het Midden-Oosten. Het is eerder een verontrustend teken van grootscheepse ontmenselijking en politieke pacificatie van de Arabieren op publiek niveau; deze zijn grotendeels onze eigen schuld, omdat wij tientallen jaren lang wanbestuur en scheve Arabische machtsstructuren hebben geaccepteerd.

Rami G. Khouri is plaatsvervangend hoofdredacteur van de in Beiroet gevestigde krant `Daily Star'.