Spartaanse aanpak brengt estafetteploeg zilver

Hij is van nature geen zwartkijker. Maar wat zei coach Jacco Verhaeren ruim vier maanden geleden, na afloop van de teleurstellend verlopen Nederlandse zwemkampioenschappen, toen de met veel pijn en moeite geformeerde estafetteploeg op de 4x100 vrije slag ter sprake kwam? ,,We zijn een outsider, meer niet. Een plaats bij de eerste vijf zou al heel verrassend zijn. En van een eventuele uitschakeling in de series kijk ik straks ook niet op.''

Nee, het predikaat `medaillekandidaat' kon de prullenbak in als het ging om de ploeg die door sportkoepel NOC*NSF het stempel `speerpunt' opgeplakt had gekregen, betoogde Verhaeren. Te weinig ambitie, te weinig daadkracht, dat was wat de trainer van de Philips-profploeg in de voorafgaande maanden tot zijn ergernis had bespeurd. Het klonk hard en onverzoenlijk, dat wist hij ook wel, maar de enige remedie voor de resterende drieënhalve maand op weg naar de Olympische Spelen liet zich volgens hem vangen in twee woorden: ,,Zweep erover!''

Gisteren, op dag twee van het olympisch zwemtoernooi in Athene, bleek hoe heilzaam die Spartaanse aanpak had gewerkt. Het Nederlandse kwartet, met de vierde tijd doorgedrongen tot de eindstrijd in het voor de verandering winderige Athene, zette zwemgrootmachten Amerika, Rusland en Australië te kijk en verzekerde zich, met dank vooral aan een meesterlijk slotakkoord van kopman Pieter van den Hoogenband, van de zilveren medaille: 3.14,36. Het was, na het brons van de vrouwenestafette op de 4x100 vrij van een dag eerder, Nederlands tweede medaille op de aflossing, en goed voor een verbetering van het nationale record (3.14,56).

En meer dan, gelet op de weinig hoopvolle aanloop, waarop vooraf was gerekend. Maar trainingsijver doet wonderen, bleek gisteren maar weer eens. Want Verhaerens opmerking van begin april was dan weliswaar schertsend bedoeld, zoals hij gisteravond zei, in werkelijkheid was de knoet de voorbije weken wel degelijk gehanteerd. ,,Ik heb altijd gezegd: we moeten nog een stap kunnen maken. Dat is gebeurd, en de stap blijkt vandaag groot genoeg. Het was tijdens onze trainingskampen in zekere zin `opgelegde ambitie', maar opgelegde ambitie is ook ambitie.''

Ook wereldrecordhouder Van den Hoogenband liet zich achter de schermen niet onbetuigd. Met enige regelmaat spoorde hij zijn strijdmakkers aan tot meer daadkracht. Het leek aan dovemansoren gericht. ,,Maar Pieters woorden hebben wel degelijk indruk gemaakt'', aldus Verhaeren, die gistermiddag nog een speciaal woord richtte tot zijn twee andere pupillen, Klaas-Erik Zwering en Mitja Zastrow. ,,Ik heb ze duidelijk gemaakt dat ze Pieter wel een goede reden moesten geven om hard te zwemmen.''

Halverwege de race leken de kansen echter verkeken. Na een matige opening van Johan Kenkhuis tikte Zastrow, de import-Duitser die drie jaar geleden speciaal voor de 4x100-ploeg naar Nederland toog, als achtste en laatste aan, waardoor Zwering voor een vrijwel onmogelijk taak stond. Maar de tot vrijeslagspecialist omgeschoolde rugslagzwemmer bewees al eerder (WK 2001) vooral in teamverband boven zichzelf uit te kunnen stijgen. Hij raffelde zijn twee banen af in een ongekend rappe 48,51, en bracht de ploeg daarmee terug in de race.

Zodoende kon Van den Hoogenband worden gelanceerd, en de kopman kweet zich, zoals wel vaker, op voorbeeldige wijze van zijn taak. Hij passeerde eerst Italië (Christian Galenda) en liet vervolgens Amerika (Jason Lezak) in de golven verdwijnen. Zijn verbluffende split-tijd (met overnamevoordeel, want met `vliegende start') van 46,79 was slechts een fractie trager dan het officieuze `wereldrecord split' dat hij vorig jaar bij de WK in Barcelona op 46,70 bracht.

Zuid-Afrika (wereldrecord met 3.13,17) bleef buiten bereik, maar dat kon de pret én de verbazing niet drukken. Vier jaar geleden nog sneuvelde de ploeg in de series door een te vroege overname (éénhonderdste te snel) van Dennis Rijnbeek. Met name Mark Veens en Johan Kenkhuis waren ontroostbaar in Sydney.

Eerstgenoemde was gisteren het kind van de rekening. Op basis van een simpele rekensom kwam de technische staf na de ochtendsessie unaniem tot de slotsom dat in de finale geen plaats was voor de breedgeschouderde sprinter uit Limburg.

Het dilemma dat zich na het wegvallen van Veens aandiende was de vraag wie hem moest vervangen als startzwemmer? De keuze viel op Kenkhuis, en dat was een op zijn zachtst gezegd wonderlijke beslissing. Want de sprinter uit Amsterdam zou, al zijn verdiensten ten spijt, nooit en te nimmer meer als startzwemmer worden opgesteld. Dat was de les van de WK van vorig jaar, toen de ploeg roemloos ten onder ging in de series en op een ontluisterende tiende plaats eindigde. ,,Maar we hadden geen keuze, dus ik moest wel'', grijnsde Kenkhuis gisteren.

Zuid-Afrika leek een verrassende winnaar, maar was dat niet gelet op het voorseizoen. Roland Schoeman en Ryk Neethling gelden al jaren als erkende sprinters, en de eerste beschikt over de snelste start van het circuit. Gisteren bedroeg zijn reactiesnelheid 0,65 seconde. Ter vergelijking: de meeste zwemmers zijn al blij als ze minder dan 0,8 seconde nodig hebben om het startblok te verlaten.