Pausbezoek Lourdes in teken van lijden

Het bezoek van de paus aan Lourdes stond in het teken van compassie. ,,Ik deel met u een levensfase, die door lichamelijk lijden getekend wordt'', aldus de paus.

Juist omdat ze een perfecte kopie is van Bernadette Soubirous, het Franse boerenmeisje dat in 1858 achttien keer de maagd Maria `zag', heeft ze nog het meeste weg van een ingehuurde figurante. Gesluierd, op haar knieën, het habijt dramatisch gedrapeerd over haar voeten, een rozenkrans tussen haar vingers, het hoofd devoot gebogen en met een flauwe glimlach rond haar mond, houdt ze de blik onafgebroken gevestigd op de grot met het Madonna-beeld, aan de overkant van de rivier. Het archaïsche plaatje wordt alleen verstoord door de reusachtige, moderne verrekijker aan het koord van haar habijt.

Lourdes, zaterdagmiddag rond vijf uur. Bij de grot begint de paus aan een tocht van twee uur, in zijn pausmobiel, langs de `vijf mysteries van het Licht' die hij in 2002 persoonlijk toevoegde aan het rozenkransgebed. Het gaat om de doop van Jezus, via de verkondiging van het Koninkrijk tot de instelling van de eucharistie. Citaten uit de evangeliën monden steevast uit in een massaal gepreveld `Onze Vader' en `Wees gegroet Maria'. In het even massaal rondgedeelde, in vier talen opgestelde gebedenboekje is Jezus in het Nederlands niet de `vrucht van uw schoot', maar kuiser, `van uw lichaam'.

Johannes-Paulus II bezocht Lourdes dit weekeinde ter gelegenheid van de honderdvijftigste verjaardag van het dogma van de Onbevlekte Ontvangenis, dat Maria vrij van zonden verklaart. Het aan de voet van de Franse Pyreneeën gelegen bedevaartplaatsje leek de eerste dag van het precies 32 uur durende bezoek bijna uitgestorven. Het aantal pelgrims werd geschat op honderdduizend. Gisteren, op de snikhete feestdag van Maria-Hemelvaart, woonden naar schatting van de kerkelijke autoriteiten driehonderdduizend mensen de door de paus geleide openluchtmis bij. Nog altijd nauwelijks een derde van het miljoen dat het eerste bezoek van deze paus aan Lourdes, in 1983, opluisterde.

Toen al maakte de kerkvader het volop ontkerstenende Frankrijk als `oudste dochter' van de Roomse Kerk het expliciete verwijt `haar doopbeloften' te veronachtzamen. Maar toen werd hij nog `atleet van God' genoemd: deze keer kwam hij vooral als `zieke onder de zieken'. De 84-jarige, in een vergevorderd stadium van de ziekte van Parkinson verkerende Johannes-Paulus II onthield zich van openlijk `politieke' uitspraken. Alleen tijdens de mis deed hij een klemmend beroep op de vrouwelijke gelovigen zich op te stellen als `bewakers van het Onzichtbare', een verwijzing naar het ongeboren kind.

De pauselijke mildheid was des te opmerkelijker omdat de betrekkingen tussen de Heilige Stoel en Frankrijk `gespannen' heten te zijn. Het Vaticaan is verklaard tegenstander van de nieuwe wet op het verbod van `religieuze tekens' op openbare scholen. Bovendien is de pauselijke ergernis groot over het vooral Franse verzet tegen een vermelding van de `christelijke wortels' van Europa in de Europese Grondwet.

Maar tijdens deze 104de reis van de meest bereisde paus uit de geschiedenis – gezien zijn toestand algemeen beschouwd als zijn laatste naar het buitenland en in de ogen van velen al aan een wonder grenzend – lag de nadruk bijna vanzelfsprekend op compassie en `de zin' van het lijden. Toen hij zaterdagmiddag voor het eerst knielde voor de grot dreigde hij van zijn bidstoel te vallen. Direct daarna verslikte hij zich in het hem aangeboden water. Het waren onbedoelde illustraties van de woorden die hij vervolgens door een van de hem begeleidende kardinalen liet uitspreken: ,,Ik deel met u een levensfase, die door lichamelijk lijden getekend wordt, maar die daarom nog niet minder vruchtbaar is in het licht van de bewonderenswaardige beschikking Gods.''

`Vruchtbaar' was de zichtbare uitputting van Johannes-Paulus II in elk geval in psychologisch opzicht. Hij murmelde, kwijlend en al, zo onverstaanbaar, dat vaak niet eens uit te maken was welke taal hij sprak. Het enthousiasme van het publiek was er des te groter om – en bijna wreed. Tijdens de mis, zo rapporteerden alle media, zei de paus in het Pools tegen zijn secretaris: ,,Help me!'' en kort daarop eveneens in het Pools: ,,Ik moet dit afmaken.'' Volgens medisch deskundigen is de pauselijke prestatie, gezien het stadium van zijn ziekte, `in elk ander vergelijkbaar geval onmogelijk'. Slechts een uitgekiende toediening van medicijnen stelt hem ertoe in staat.

De curie benadrukte dat de paus geen genezing kwam zoeken in Lourdes. Die zou hoe dan ook niet voor de hand liggen: sinds direct na de Maria-verschijningen van bijna honderdvijftig jaar geleden zich de eerste spontane genezingen voordeden, zijn er slechts 66 officieel erkend, op een officieus aantal van meer dan zevenduizend. Tachtig procent daarvan voltrekt zich aan vrouwen – nog steeds het grootste deel uitmakend van de pelgrims – en bijna driekwart aan zieken met de Franse nationaliteit. Uit vrees voor obscurantisme laat de Kerk wetenschappers uitmaken of de genezing verklaarbaar is. Het is uit een soortgelijke vrees voor `heidense bedevaarten' dat Rome de verschijningen van Lourdes vrij snel, in 1862, erkende.

De officiële terughoudendheid maakt op de pelgrims zelf weinig indruk. Tussen de programma-onderdelen door pendelde ook dit weekeinde een eindeloze stoet van zieken en gehandicapten op brancards en in rolstoelen tussen het streng bewaakte terrein rond de grot en de talloze hotels. En geen loslopende prelaat ontkwam eraan om kruisjes, maar ook aan handtassen bevestigde beertjes of andere mascottes zijn zegen te geven.