Korter verblijf in ziekenhuis

De behandeling van een patiënt in een ziekenhuis duurt steeds vaker minder dan 24 uur. Ondergingen in 1990 410.000 patiënten een `dagbehandeling', vorig jaar konden ruim 1,2 miljoen patiënten na een ingreep nog diezelfde dag weer naar huis.

Het aantal patiënten dat een meerdaagse, klinische behandeling ondergaat neemt sinds 2001 weer licht toe. Vanaf 1990 was er lange tijd sprake van een aanzienlijke daling.

Dit blijkt onder meer uit de jaarlijkse ziekenhuisstatistiek van het onderzoeksbureau Prismant. Die laat ook zien dan degenen die voor klinische behandeling in het ziekenhuis worden opgenomen, waarbij in het ziekenhuis wordt overnacht, daar steeds korter verblijven. De ligduur daalde van 10,8 dagen in 1990 tot 7,5 dagen in 2003. Zo'n 46 procent van de patiënten verblijft twee tot vijf dagen in het ziekenhuis.

Het bureau signaleert sinds 2000 een toename van de vraag naar ziekenhuishulp nadat deze in de jaren negentig min of meer was gestabiliseerd. Het aantal ziekenhuisopnamen voor dag- en klinische behandeling steeg van 139 per duizend inwoners tot 162 vorig jaar. Ook blijken de specialisten relatief vaker mensen te zijn gaan opnemen die zich in de polikliniek melden. Gebeurde dit in 2000 nog bij 25 procent van de patiënten, vorig jaar was bij 29 procent het geval. Niet duidelijk is of de stijging (mede) een gevolg is van het extra geld dat in de sector is gestoken waarbij ziekenhuis en medisch-specialisten worden betaald voor extra productie.

Uit de gezondheidsstatistiek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat ondanks de gestage afname van het aantal beschikbare bedden in de ziekenhuizen de bezetting ervan blijft dalen. In 1990 was die ruim 75 procent, nu ligt dit percentage rond de 67.