Klaas de Vries

Zelf noemt Klaas de Vries zijn A King, Riding (1993-1995) een `scenisch oratorium'. `Opera' zou inderdaad een te groot woord zijn, want plot en karakterontwikkeling zijn afwezig.

De Vries baseerde het libretto op de roman The Waves van Virginia Woolf, die door een Franse vertaler wel eens is beschreven als ,,een boek voor zes personages, of liever voor zes instrumenten''. Omgekeerd laat A King, Riding zich eigenlijk nog het best omschrijven als een concert voor zes personages en ensemble. Elk personage wordt hierbij door een zanger en een instrumentalist tezamen vertolkt. Het zevende personage, spilfiguur Percival, heeft net als bij Woolf geen eigen stem. We leren hem slechts kennen door de observaties van de anderen, hoewel De Vries hem wel een muzikale identiteit verleent via de trompet. De verbale component van het geheel heeft niet de vorm van een dialoog, maar is – mede door de gelijktijdigheid van veel uitspraken – eerder een vorm van tekstueel contrapunt. De muziek neemt op haar beurt volwaardig deel aan de handeling. De lange instrumentale solo's in de ouverture, het langste onderdeel van het werk, zijn adembenemend en in de uitstekende opname door Asko en Schönberg Ensemble maken met name de drie zangeressen indruk in hun dramatische monologen in de derde akte.

Klaas de Vries, A King, Riding. Asko Ensemble, Schönberg Ensemble en diverse solisten o.l.v. Reinbert de Leeuw. CV Opera 134 (2 CD).