Heimwee

Tegenwoordig beschouwen wij heimwee, zeker bij volwassenen, als een relatief klein ongemak. Iedereen heeft er weleens last van, maar doorgaans gaat het vanzelf weer over. Bij kleine kinderen wordt het al iets ernstiger ingeschat. Menige logeerpartij, zelfs bij opa's en oma's, eindigt in een late autorit van een van de ouders, omdat de logé niet kan slapen, maar blijft huilen of simpelweg per se naar huis toe wil – terug naar de vertrouwde omgeving. Sommige opa's en oma's voelen zich hierdoor gekwetst en wijzen erop dat het vroeger heel anders ging (,,Wij lieten ze gewoon veel langer huilen''), maar het is nog helemaal niet zo lang geleden dat heimwee door de deskundigen werd beschouwd als een ernstige ziekte, een ziekte die zelfs dodelijke gevolgen kon hebben.

Neem de Populair geneeskundige encyclopaedie van dr. Ch. Bles, een naslagwerk dat tussen 1919 en 1952 vier drukken beleefde. Hierin lezen we (in de editie van 1952): ,,Het heimwee is niet zonder gevaar voor de lichamelijke gezondheid en kan zelfs leiden tot de dood. De door heimwee aangetaste is in het begin voortdurend in een droevige stemming in zichzelf gekeerd, lusteloos, onverschillig voor wat hem omringt, steeds verzonken in mijmering over het gemis, dat de oorzaak is van zijn kwaal. In het 2e stadium treden huilbuien en stoornissen van slaap en spijsvertering in, ten slotte gevolgd door algemene uitputting, verval van krachten, enz.''

Wie waren volgens dokter Bles vatbaar voor heimwee? In de eerste plaats ,,aan een eenvoudig natuurleven gewende bewoners van berglanden en afgelegen streken''. En in de tweede plaats ,,individuen van geringe verstandelijke ontwikkeling''.

Dat vooral bergbewoners vatbaar zouden zijn voor heimwee, is een mythe die honderden jaren opgeld heeft gedaan. Sterker nog: heimwee is lang beschouwd als een typisch Zwitserse ziekte. Daar hebben de Zwitsers zelf toe bijgedragen. Heimwee is van oorsprong een Zwitsers dialectwoord. Het is aan het eind van de zestiende eeuw voor het eerst aangetroffen in een Zwitsers boek, als medische benaming voor een ziekelijk verlangen (Weh) van buiten de grenzen verblijvende Zwitsers naar huis (Heim). De Zwitserse arts Harder vertaalde het als nostalgia, een samenstelling van Grieks nostos `terugkeer' en algos `pijn'.

,,Tot in de achttiende eeuw'', schrijft Nicoline van der Sijs in Geleend en uitgeleend (1998), ,,gold Heimweh als een Zwitsers dialectwoord dat een typisch Zwitsers gevoel uitdrukte. Auteurs uit Duitsland en Frankrijk die het woord gebruikten, verklaarden het als het gevoel dat een Zwitser in den vreemde overviel wanneer hij een bepaalde melodie, een herderslied, hoorde. Er werd zelfs beweerd dat het geluid van een alpenhoorn Zwitserse soldaten die in Frankrijk dienden, tot onmiddellijk deserteren bracht; volgens een andere bron gebeurde dat echter alleen wanneer ze aan de verliezende hand waren, niet wanneer ze wonnen.''

Maar was heimwee een exclusief Zwitserse emotie? En kenden Nederlanders geen heimwee voordat we dit woord aan het begin van de negentiende eeuw uit het Duits overnamen? Nee, natuurlijk niet, hoewel dit wel eens is geopperd.

Voordat wij van heimwee spraken, hadden we andere woorden om dezelfde emotie uit te drukken, woorden die inmiddels door heimwee zijn verdrongen, hoewel sommige nog in de woordenboeken te vinden zijn. Groningers en Drenten die terugverlangden naar huis, noemden dat gevoel ooit wenst of verlangst. Noord-Brabanders zeiden, voor hetzelfde gevoel: vaart van iets hebben. Vissers uit Vlaardingen waren soms huisziek, en opvarenden uit andere streken spraken van landziekte of walziekte. Je kon ook gebukt gaan onder heemziekte of heimziekte, dan wel onder landzucht of heimzucht.

Van deze woorden lijkt alleen landziekte even een serieuze concurrent van heimwee te zijn geweest. In de betekenis `heimwee' is landziekte in het midden van de achttiende eeuw voor het eerst aangetroffen in een reisverslag, maar in de decennia daarna legde het woord het spoedig af tegen heimwee, dat daarmee (samen met muesli) het succesvolste Zwitserse woord in onze taal is.