Een Nederlandse dode

De gewelddadige dood nabij het Zuid-Iraakse Ar Rumaythah van een Nederlandse militair en de verwonding van vijf van zijn collega's plaatst de Nederlandse militaire missie in Irak in het licht van de veranderende omstandigheden ter plekke. Legerleiding en politiek dienen rekening te houden met een veiligheidssituatie die snel verslechtert. Dit noopt niet alleen tot een grondige en prompte risicoanalyse, maar wellicht ook tot een wijziging van het beleid wat het gebruikte materieel betreft. Het slachtoffer zat in een ongepantserde jeep die terugkeerde naar de thuisbasis in As Samawah. De jeep reed in een hinderlaag en werd beschoten met wapens van klein kaliber en een mitrailleur. Bij die schermutseling sneuvelde een 29-jarige wachtmeester van de Koninklijke Marechaussee. Onderzoek moet uitwijzen wat er precies is gebeurd. In die zin is terughoudendheid met conclusies gepast. Maar in het krijgsbedrijf geldt dat wie aangevallen wordt, zich verdedigen moet. Dat kan in dit soort omstandigheden het beste met gepantserd materieel, hoe terecht het aanvankelijk ook was dat de Nederlandse troepen – die immers geen bezettingsmacht zijn – daarvan slechts sporadisch gebruikmaakten.

De dood van de wachtmeester is allereerst een tragedie voor zijn naasten. Het feit dat nu twee Nederlandse militairen in Irak zijn gesneuveld (eerder kwam een sergeant om het leven) en dat het werk rauwer en riskanter wordt, is geen reden om in paniek te raken. Het stemt wel tot nadenken over de mogelijke draaiboeken voor als het nog slechter wordt. Overigens moeten de Nederlandse troepen gewoon doorgaan met de uitvoering van hun taken. De politieke reacties op de dood van de militair getuigen van nuchterheid. De grote partijen zien er met recht geen aanleiding in om het debat over mogelijke terugtrekking te heropenen. Nederland blijft tot maart 2005 in Irak. Terugtrekken is nu niet aan de orde, zo goed als het voorbarig is om uitspraken te doen over een eventueel verlengen. In de tussenliggende maanden kan nog van alles gebeuren. De situatie zal van dag tot dag moeten worden beoordeeld. Het wordt handelen naar bevind van zaken.

In breder verband valt op te merken dat de onrust in het `Nederlandse' deel van Irak – de zuidelijke provincie Al-Muthanna – onderdeel is van verergerende strijd en chaos in vrijwel het hele land. In Najaf zijn de gevechten dit weekeinde weer in alle hevigheid losgebarsten. In een moskee zit de lichtgewonde maar steeds populairder wordende radicalist en geestelijk leider Muqtada al-Sadr. Hij is een martelaar in wording op wie de Iraakse regering noch de Amerikanen tot nu toe veel vat konden krijgen. Alleen met grof geweld is hij aan te pakken, maar zijn eventuele dood zal hem onder de shi'ieten alleen maar geliefder maken dan hij nu al is. In Bagdad zetelt een onmachtige interim-regering, die nog geen enkele indruk heeft gemaakt door verstandige maatregelen of daadkrachtig bestuur. In feite is de situatie onoverzichtelijker dan ooit. Noch de regering noch Amerikanen of hun troepen hebben volledig greep op de gebeurtenissen. Dat is een teken aan de wand, ook voor Nederland.