`De lijnen naar de politiek zijn extreem kort'

De Nederlandse dirigent Lawrence Renes (1970) is sinds 2002 Generalmusikdirektor van het Bremer Philharmoniker. Volgende week speelt hij met zijn orkest in het Amsterdamse Concertgebouw.

Nog nooit eerder waren de Bremer Philharmoniker te gast in het Amsterdamse Concertgebouw. Dat het er volgende week in de serie Zomerconcerten toch van komt, dankt het orkest aan zijn chef-dirigent. De Nederlander Lawrence Renes (1970) was als dirigent al eerder in de serie te beluisteren, onder meer met het Gelders Orkest, waarvan hij tussen 1997 en 2002 chef-dirigent was. Nu presenteert hij er zijn Bremer orkest, waar hij in september 2002 aantrad als de nieuwe Generalmusikdirektor – muzikaal directeur én chef-dirigent.

,,Ik vind het spannend, dit Nederlands debuut'', zegt Renes. ,,De Bremer Philharmoniker zijn nu echt míjn orkest, ik ben trots op wat ik met de musici heb bereikt. Dan wil je goed voor de dag komen. En ik ben hier zelf muzikaal opgegroeid.''

Renes was eerder deze zomer in Amsterdam voor de Holland Festival-voorstellingen van de opera Raaff (2004) van componist Robin de Raaff. In het komende seizoen keert hij bij de Nederlandse Opera terug voor de opera TEA van Tan Dun, die de productie samen met Renes zal dirigeren. ,,Tan Dun en ik nemen elk drie voorstellingen voor onze rekening. Maar toen ik hem ontmoette, zei hij: `Isn't it wonderful that I can be your assistent?'''

Renes houdt zijn band met het Nederlandse muziekleven warm. Maar de nadruk van zijn werkzaamheden ligt in Bremen, waar hij sinds 2002 ook woont. Hij is er getrouwd, vader geworden én heeft zich er als `GMD' dagelijks verdiept in het Duitse cultureel klimaat. ,,De Bremer Philharmoniker zijn in veel opzichten volkomen onvergelijkbaar met het Gelders Orkest. Een van de redenen dat ik daar opstapte, was de gebrekkige steun van de overheid. Symfonieën van Mahler moesten om financiële redenen worden uitgevoerd met maar vijftig strijkers. Daar werd ik diep ongelukkig van.''

In Bremen werden bij Renes' komst als welkomstcadeau dertien extra orkestbanen gecreëerd. Daarnaast werd het orkest van een staatsorkest een geprivatiseerd ensemble (GmbH), met musici als mede-aandeelhouders. Renes: ,,Doordat de musici een kwart van de aandelen bezitten, zijn ze zeer betrokken bij het orkest en de programmering. Er is nu meer aandacht en animo voor nieuwe muziek. Niet meteen Stockhausen of Boulez, maar werken van toegankelijke eigentijdse componisten als John Adams of Takemitsu zijn een prima begin. Ik ga TEA ook in Bremen brengen. Een goede relatie tussen tamelijk behoudend publiek en nieuwe muziek moet je langzaam opbouwen.''

Naast honderdzestig operavoorstellingen per seizoen geven de Bremer Philharmoniker vierentwintig concerten – educatieve projecten niet meegerekend. ,,Het is hier doodgewoon om 's ochtends te repeteren op Het sluwe vosje van Janácek, overdag te studeren op een symfonie van Bruckner en dan 's avonds Wagners Lohengrin te spelen. Anderzijds is het repertoire tamelijk beperkt. Met twaalf opera's en twaalf symfonische programma's houdt het op.''

Renes wil met zijn Bremer orkest werken aan speelcultuur, discipline en vooral stijlbesef. ,,De historische uitvoeringspraktijk is aan een orkest als dit volledig voorbij gegaan. In de programmering richt ik me op muziek die het orkest al kent. Mozart, Beethoven. In vertrouwde stukken kun je het beste werken aan stijlbesef – en merk je ook echt verbetering.''

Renes ervaart grote verschillen tussen zijn werk in Nederland en Duitsland. ,,Als Generalmusikdirektor heb je hier veel directer met politiek te maken. Ik heb elke week afspraken met politici. Dat was wennen. Hoe werkt een stadsstaat? Waar staan alle partijen voor? Anderzijds zijn de lijnen naar de politiek hier extreem kort. We zijn nu wel geen staatsorkest meer, maar als ik de senaat wil spreken, kies ik een doorkiesnummer, zoals vroeger. Omdat ik boven aan de hiërarchische ladder sta, word ik ook met respect behandeld. Leeftijd speelt geen rol. In de Duitse arbeidscultuur heeft iedereen een duidelijke verantwoordelijkheid. Een `dat doe ik wel even'-mentaliteit is er ondenkbaar. Daarin mis ik Nederland soms.''

In het concert van de Bremer Philharmoniker staat naast de Alpensymfonie van Strauss het Celloconcert van Schumann op het programma, met de Nederlandse celliste Quirine Viersen. Ze was eerder dit jaar ook al in Bremen te gast, net als dirigent Reinbert de Leeuw. Over twee jaar zal ook Renes' mentor Edo de Waart daar te gast zijn. ,,Ik ben er trots op Nederlander te zijn; ik ben hier opgegroeid. We hebben in Nederland fantastische musici. Daar gaat het uiteindelijk om. De Bremer Philharmoniker zijn dolblij met een gastdirigent als De Leeuw, waar hij ook vandaan komt.'' Renes sluit niet uit ooit naar Nederland terug te keren. ,,Mijn contract in Bremen wordt per jaar verlengd, en ik denk niet dat mijn hele toekomst daar ligt. Maar één ding heb ik er wel geleerd. Voor ik ergens op in ga, zal ik eerst uitgebreid met de politici praten.''

Bremer Philharmoniker: 23/8 Concertgebouw Amsterdam. Res.: (020) 6718345