Bloedbad brengt vredesproces in gevaar

Het bloedbad onder Tutsi-vluchtelingen in Burundi is het werk van een regionale coalitie van anti-Tutsi strijdkrachten die het vredesproces in gevaar brengt.

Door de aanval in Burundi op Tutsi-vluchtelingen vrijdagnacht doemen grote gevaren op voor het toch al uiterst instabiele Grote Meren-gebied. Rwanda dreigt met militaire vergelding en het toch al fragiele vredesproces in Congo loopt gevaar.

Een medewerker van de Rwandese president Paul Kagame zei gisteren in Kigali dat ,,we alles moeten doen om dit soort aanvallen te voorkomen, zonodig door een interventie in Congo, want het Congolese regeringsleger is verantwoordelijk''.

Rwanda neemt het na de genocide in 1994 tegen de Tutsi's in de gehele Midden-Afrikaanse regio op voor de Tutsi's. Het viel sinds 1996 al tenminste twee keer Congo binnen om anti-Tutsi bewegingen te bestrijden. Bij de aanval vrijdagnacht op Gatumba waren Congolese Tutsi's doelwit, de Banyamulenge – Congolese vluchtelingen van een andere stamafkomst werden met rust gelaten. Hoewel de Burundese rebellenbeweging FNL de aanslag opeiste, is op basis van beschikbare feiten duidelijk dat een regionale coalitie van anti-Tutsi strijdkrachten de aanval uitvoerde.

Van de Congolese regering kwamen dit weekeinde twee tegengestelde reacties. In een regeringsverklaring werd betrokkenheid van het Congolese regeringsleger ontkend. De RCD-factie binnen de regering daarentegen beschuldigde wel degelijk elementen van het Congolese regeringsleger. De Congolese beweging voor Democratie (RCD) was een marionet van Rwanda in Oost-Congo, totdat de beweging vorig jaar deel ging uitmaken van de coalitieregering van president Joseph Kabila in Kinshasa. De Congolese vice-president Azarias Ruberwa, zelf een Tutsi en leider van de RCD, was vorige week op bezoek in Rwanda en Burundi en bezocht één dag voor de aanval Gatumba.

De vlaktes rond Gatumba vormen al jaren een uitvalsbasis voor rebellen in de bergen uit zowel Congo en Rwanda als Burundi. Volgens vluchtelingen en een bron binnen de Burundese politie werd de aanval op Gatumba in pamfletten al dagen van tevoren aangekondigd. De aanvallers zouden Congolese talen hebben gesproken.

In Congo opereren vele anti-Tutsi groepen, afkomstig uit Congo zelf en uit Rwanda en Burundi. Eerder dit jaar vonden er in Oost-Congo wraakacties tegen Banyamulenge plaats, volgens de Rwandese regering uitgevoerd met hulp van het Congolese regeringsleger. Dit regeringsleger is een coalitie van voormalige verzetsgroepen in Congo, met onder andere volksdefensie milities als de Mai Mai die eerder tegen Tusi's vochten.

De aanval op Gatumba was goed georganiseerd en de aanvallers beschikten over moderne wapens. Een naam die ooggetuigen in Gatumba steeds weer noemen is die van generaal Buja Mabe, commandant van het Congolese regeringsleger in Bukavu. Hij werd eerder door Congolese Tutsi's aangewezen als de verantwoordelijke voor wraakacties tegen hen in Congo.

Rwanda klaagde enkele maanden geleden over een ,,genocide van Tutsi's'' in Congo. Enkele weken later kwamen dissidente Congolese regeringssoldaten in Oost-Congo in opstand en namen in mei en juni de stad Bukavu in. Dertigduizend Congolese Tutsi's vluchtten daarop naar Burundi en Rwanda. De opstandelingenleiders, allen Tutsi's, gaven als reden voor hun actie in Bukavu de moorden op Tutsi's. Rwanda gaf de rebellen heimelijke steun. Wanneer wordt bewezen dat elementen van het Congolese regeringsleger betrokken waren bij de moorden in Gatumba is Rwanda in het gelijkgesteld en beschikt het over een perfect voorwendsel om opnieuw in Congo te interveniëren.

De Congolese regering stuurde na de incidenten in Bukavu duizenden troepen naar het oosten. Zij begonnen onlangs een groot offensief en zouden Goma willen innemen, het machtscentrum van de RCD. Bij een eventuele aanval op Goma zou de RCD hernieuwde hulp van Rwanda uitstekend kunnen gebruiken.