Vrede in Hoek van Holland

De spoorlijn eindigt bij een onaanzienlijk perron. Loop dan niet meteen langs de Strandweg naar de zee, maar schuin naar links, naar het zuidwesten. U komt dan bij een groot parkeerterrein met weinig auto's. Aan de andere kant ziet u een modern gebouwtje en een terras. Het gebouwtje is van de EXPO INFO; het terras hoort bij een café-restaurant. Eerst dit terras. Daar heb je het wijdste uitzicht op de monding van de Nieuwe Waterweg, aan de overkant de Maasvlakte en ook nog een stukje van de Noordzee. Dit alles op een van de mooiste dagen van 2004, bij een kop koffie met een stukje appeltaart met slagroom. Hoeveel plezier kan een mens in een paar ogenblikken samenpersen?

Bij mooie uitzichten denken we aan de bergen, de Alpen met hun witte toppen, groene weiden, rustieke boerderijen, ondergaande zon, wat je op een ansicht ziet. Probeer nu eens de Maasvlakte, de nevelige horizon afgebakend met de torens, rechthoeken, hoge staketsels, het grote kunstwerk van de industrie. Op de voorgrond een paar containerschepen, grommend, achter hun witte snor op weg naar de andere kant van het water. En dan helemaal vooraan in het beeld zitten een paar overvoede grootouders die zich voor een dagje over het hardnekkig jengelend kind van hun dochter of zoon hebben ontfermd. Dat is iets anders dan zo'n ansicht. Het is Hoek van Holland.

Na me te hebben verzadigd aan de aanblik van het verkeer op het water, wilde ik naar het strand. Het is dan het beste om binnendoor te gaan, dus niet langs de Nieuwe Waterweg wat voor de hand zou liggen. Je komt dan eerst langs het Reddingsmuseum Jan Lels, gemakkelijk herkenbaar aan de reddingsboot die ligt op het dak van de Duitse bunker uit 1943, waarin het is gevestigd. Ik dacht meteen aan de ramp met de Berlin, op 21 februari 1907, en de onverschrokken reddingspogingen waarbij Prins Hendrik zich nog verdienstelijk heeft gemaakt. Er bestaat een lied over. Deze keer waag ik me niet aan een citaat uit mijn hoofd (*). Het reddingsmuseum was dicht.

Op weg naar het strand komen we dan aan nog een museum, dat van de Atlantikwall, ook gevestigd in een voor de Duitse bezetter gebouwde bunker. Dat zal niet iedereen meer beseffen, maar Hoek van Holland is een van de belangrijkste vestingwerken in de Duitse verdediging geweest. Wie er meer over wil weten, kan terecht in een omvangrijke specialistische literatuur. Bunker Archeology (1994) is de Engelse vertaling van het boek dat Paul Virilio twintig jaar eerder in het Frans heeft geschreven. Een mooie overzichtelijke geschiedenis. Over Hoek van Holland in het bijzonder heeft Hans Sakkers, schrijver en uitgever in Middelburg een studie gepubliceerd: Festung Hoek van Holland. Een parel aan de Nieuwe Waterweg 1942-1945. Voor alle zekerheid gezegd: daar schuilen bij de auteur geen oude deutschfreundliche bedoelingen achter. Hij heeft het alleen over de kunst van de vestingbouw. En nu stond ik voor dit museum. Ook dat bleek dicht. Maar je kunt op het dak klimmen, en in de mangaten kijken. Dit klimmen wordt via een op bordjes aangebrachte tekst afgeraden. Toch in een mangat gekeken en daar een gammel wenteltrapje naar het binnenste gezien. Dat leek me voldoende voor dit reisverslag. Wie binnen wil, kan er terecht op zaterdag, tussen twaalf en vijf. Na nog een paar parkeerterreinen bereikte ik het strand.

Bij `strand' denken we, als het tenminste over een badplaats gaat, meteen aan `boulevard', de auto's, het publiek, en in verband daarmee weer aan hotels, restaurants en alle vormen van pret. Zet dit alles meteen uit uw hoofd als u aan het strand van Hoek van Holland denkt. Er is een brede reep zand langs de Noordzee. Daarop staan stoelen en ligbedden die je kunt huren. En dan, parallel daaraan is een soort boulevard met een stuk of tien kleine en grotere eet- en drinkgelegenheden. Die hebben alles wat een verwende badgast kan begeren, frieten, kippenpoten, ijs, wijn en sterke drank, maar op en aan deze boulevard is het ongelofelijk rustig. Er zijn geen auto's en dus ook geen extravagante types die u met het geluid van hun installatie willen imponeren. De hele sfeer is er van een agressieloze vriendelijkheid. Ik zag wel een bekende Nederlander, iemand die van assertief gedrag zijn handelsmerk heeft gemaakt, maar hoe merkwaardig dat ook mag klinken, in deze algemene gedemptheid van het openbare leven had hij zijn onbekendheid herwonnen. Ik verdiepte me in het genot van een Magnum Classic; ik wilde niet meer weg.

Maar ja, je moet terug. Je stukje schrijven. In het seizoen rijdt een treintje, twee vrolijk beschilderde wagentjes op luchtbanden, getrokken door een soort tractor, van het strand naar het eindpunt van de echte trein. Kost één euro. Na alles wat ik al had genoten, wilde ik me deze luxe ook niet ontzeggen. Feilloos op tijd vertrok de echte trein. Alleen in de coupé begon ik het materiaal te bestuderen dat ik in het EXPO INFO centrum aan het begin van de reis had verzameld. `Hoek van Holland in ontwikkeling', heet een beknopt foldertje. Ik vat het in min of meer eigen woorden samen. Er is een Masterplan Waterwegcentrum opgesteld, met als doel, de gemeente te laten uitgroeien tot een vierseizoenenbadplaats. Herinrichting van het openbaar gebied, twee pleinen met uitzicht op zee, terrasjes, winkels, aanleg Tweede Ontsluitingsweg, bouw van 1.100 nieuwe woningen, spoorlijn doortrekken tot het strand. Nachtclubs misschien. Een casino. Baf! Bong! Beng!

Welk bestuur wil zijn gemeente niet zo hoog mogelijk opstoten? Welke burger niet een trotse inwoner van een vierseizoenenbadplaats zijn? Ik zal de laatste zijn, de mensen hun energie en eerzucht kwalijk te nemen. Maar daar verdwijnt mijn ontdekking van een late strandpoëzie volgens Monsieur Hulot. De trein stopte in Maassluis, thuishaven van de beroemde zeeslepers. Ik dacht aan Jan de Hartog, Hollands Glorie. Terwijl ik dit zit te schrijven, komt een jonge collega binnen. ,,Weet jij wie Jan de Hartog is?'' vraag ik. ,,Geen idee.'' ,,En Hollands Glorie?'' Dat wist hij ook niet. Voor zijn generatie wordt het nieuwe Hoek van Holland gebouwd.

(*) Ik dank de 33 lezers die mij naar aanleiding van mijn vergissingen in het verslag over de reis naar Gent, tekst en muziek van A. Rodenbachs Klokke Roeland hebben gestuurd.

PS: Uit mijn verslag van vorige week zou ten onrechte de indruk kunnen zijn ontstaan dat de veerdienst Enkhuizen-Stavoren is opgeheven. Hij vaart van 9 april tot 24 oktober.