Vorstelijk beleggen (slot)

In voorgaande aflevering van deze reeks over vorstelijk beleggen heb ik middelen als een multifunctionele, goedkope strategie aanbevolen. Je geeft je bank opdracht om eens per maand automatisch een vast bedrag van je rekening af te schrijven en daar aandelen (of participaties) in het (wereldwijde) beleggingsfonds van die bank voor te kopen, ongeacht de koers. Dan hoef je de koersen niet te volgen, niet te dubben over het voordeligste moment van aankoop en de bank zorgt voor een ijzeren discipline. Zo beleg je in de breedte (wereldwijd) en in de (tijds)lengte.

Enkele lezers willen dit doen via hun internetbroker (Alex, Binck, SNS Bank, Postbank, ABN Amro, ING enzovoort) en menen dat middelen relatief duur is voor geringe maandelijkse stortingen van 100, 150, 200 of meer euro. Ze betalen bijvoorbeeld minimaal 9,50 euro per transactie of 1,19 procent voor een order van 1.000 euro.

Dat is niet het echte automatisch beleggen en middelen, maar het regelmatig uitvoeren van een individuele order. Dat is de kracht van online effectenbemiddelaars en is gericht op actieve beleggers. Middelen is óók voor passieve, onervaren mensen en lijkt op sparen. De aankoopprovisies liggen rond 0,4 procent, circa 40 cent voor een storting van 100 euro. Meer niet. De Postbank doet het zelfs gratis, maar dat zegt niets over de andere kosten die deze bank jou berekent, vergeleken bij de banken die wel provisie berekenen.

Niet iedereen wil zich beperken tot beleggingsfondsen. Te weinig rendement, vindt men, want met het actief kopen en verkopen van aandelen kan je een hoger rendement halen. Te saai ook, hoewel daar niets op tegen is. Die mensen zoeken spanning op de beurs, maar wel wereldwijd. Dat kan, want je kan de grote in Amsterdam genoteerde multinationals zien als wereldwijde beleggingsfondsen, met een vaak beperkt doel. Bijvoorbeeld Ahold, Akzo Nobel, Elsevier, Heineken, Koninklijke Olie, Philips en Unilever. Financiële waarden als ABN Amro, Aegon, Fortis en de ING Groep zijn onder meer via hun kredieten, verzekeringen en dochterbedrijven in veel sectoren actief en lijken daarom op beleggingsfondsen, met een informatievoorsprong op en een hoger risicoprofiel dan de echte beleggingsfondsen.

Wie spanning en tijdverdrijf zoekt, kan een boeket van vier, vijf of meer multies samenstellen en zich daar voor de komende jaren op concentreren. Maar zo realiseer je geen (profijtelijke) spreiding in de tijd, zoals middelen die biedt. Daarom moet je middelen, verspreid over de tijd plukjes aandelen kopen op (vermeend) lage koersen. Dat kan als volgt gaan.

Je kiest (op papier) vijf favorieten, gespreid over sectoren: bijvoorbeeld ABN Amro, Ahold, Akzo Nobel, Elsevier en Philips. Of deze vier: ASML, ING, Koninklijke Olie en Unilever. Of je belegt speculatief en sociaal en steunt ondernemingen die het in de afgelopen twaalf maanden qua rendement (koers plus dividend) slechter deden dan de anderen: Van der Moolen, Hagemeyer, VNU, Ahold en Aegon. De samenstelling van dergelijke portefeuilles is ieders persoonlijke afweging, correspondentie heeft dus geen zin. En vervolgens?

Je moet (of kan) er van uitgaan dat wereldwijd de markten voor aandelen (zoals uitgedrukt in de indexen) per jaar minstens een keer flink stijgen en een keer flink onderuitgaan, zoals in de afgelopen weken. Wanneer alle koersschermen rood uitslaan, loopt een middelaar fluitend rond. Opruiming. Een uitgelezen kans om te kopen, om bloemen te plukken voor je boeket. Andere mensen haten die houding, op de televisie zie je alleen sombere gezichten, maar middelen is ook sociaal beleggen. Welzijnswerk, want mensen in nood willen van hun aandelen af en jij bent zo goed om die tegen een zachte prijs van hen over te nemen. Terzijde: wanneer de koersen weer omhoogschieten, ben jij zo welwillend om diezelfde aandelen tegen een veel hogere prijs te verkopen aan diezelfde mensen, om zo hun hebzucht te bevredigen. Kassa. Zo werkt in grote lijnen de beurs.

Je bouwt dus geleidelijk, op vermeende dieptepunten, aan je langetermijnaandelenportefeuille. Die opbouw mag best enkele jaren duren. Helaas hebben beleggers vaak weinig geduld om te wachten op de downs en de ups. Om misverstanden te voorkomen: je profiteert niet alleen van de downs, maar ook van de ups. Waarom zou je op je stukken blijven zitten wanneer de koers binnen zeg anderhalf jaar stijgt van 16 euro (jouw aanschafprijs) naar 24 euro? Door te verkopen maak je 50 procent rendement!

Zie jezelf niet alleen als een vorstelijke, sociale belegger, maar bovendien als een koopman in tweedehands aandelen, die laag koopt en hoger verkoopt. Je blijft wel binnen de grenzen van je portefeuille, je favoriete aandelen. Af en toe moet je een keer vreemdgaan. Wanneer je niets in Philips doet en je ziet dat de koers daalt van 26,30 (in februari) naar rond de 18 euro, dan voel je misschien de kriebels in je portemonnee.

Beleg je op de hiervoor geschetste wijze, dan kan je niet zonder internetbemiddelaar. Dergelijke diensten bieden in vergelijking met vijftien, twintig jaar geleden ondenkbaar faciliteiten, maar je moet zelf kopen en verkopen. Hoeveel tijd moet je daar dan in stoppen? Niet veel, want voor je het weet ben je een beursjunk, een daghandelaar, en neem je een laptop mee op vakantie om die stomme koersen te volgen. Niet doen. Een vorstelijk belegger leest de hoogte- en dieptepunten van de beurs of zijn favorieten in de krant en heeft dan voldoende tijd om te handelen. Je bent een koopman op afstand.

Tot slot de fiscale kant van deze strategie. Ben je voor de belastingdienst een ondernemer (in box 1) die geen recht heeft op belastingvrije koerswinsten? Nee. Wanneer je als particulier zelf je vermogen van 10.000, 25.000, 100.000 of meer euro actief beheert (net als het actief onderhouden van je eigen huis) dan kan niemand dat als een echt beursbedrijf of een koophandel zien. Je doet gemiddeld bijvoorbeeld één koop of verkoop per week. Dat stelt niets voor, vergeleken bij een daghandelaar die er soms tien op een dag doet. De fiscus beoordeelt dit dilemma op iemands feitelijk situatie. Het heeft geen zin de zaak voor te leggen aan een buitenstaander: de belastingdienst wikt en beschikt.