Vegetarische vis

Een kilo gekweekte vis vraagt twee tot vijf kilo wilde vis aan voer. De oplossing: zet carnivore vissen op een plantaardig dieet.

AL DECENNIA lang vangen vissers in Peru, Colombia en Denemarken geen vis voor ons, maar voor de voederindustrie. Hun netten liggen vol minder smakelijke visjes als ansjovis, wijting, aal of makreel. Die vis gaat verwerkt als visolie en vismeel naar varkens en vleeskuikens, maar ook – en steeds meer – naar viskwekerijen. Deze snel groeiende sector slokt steeds meer visolie en vismeel op, terwijl de grenzen aan wat de vissers uit zee kunnen halen bereikt zijn. Dit leidt niet alleen tot hoge prijzen, ook is het weinig duurzaam. Voor elke kilo gekweekte vis is twee tot vijf kilo wilde vis nodig. Geen wonder dat onderzoeksinstituten en visvoerbedrijven naarstig zoeken naar plantaardige diëten voor kweekvissen als zalm, forel en kabeljauw.

Het valt echter niet mee om van deze visminnende vissen vegetariërs te maken, zo leren de eerste onderzoeken op dit gebied. ``Er komt veel bij kijken'', zegt visvoerdeskundige dr. Johan Schrama van de Wageningen Universiteit, die onlangs onderzoek op dit terrein is gestart. ``Vismeel en visolie bevatten bijna alle voedingsstoffen die vissen nodig hebben, terwijl in planten lang niet alles zit. Soja bijvoorbeeld mist een belangrijk aminozuur, namelijk methionine. Je moet dus meerdere plantaardige ingrediënten combineren. Maar welke? Daarvoor moet je eerst weten wat de vis aan voedingsstoffen nodig heeft en wat de betreffende planten missen. De ontbrekende voedingsstoffen apart toevoegen kan natuurlijk ook, maar dat is erg duur.''

Onderzoeksinstituten voeren proefvissen nu sojabonen, maïs, koolzaad, zonnebloemzaden, vlaszaden en tarwegluten. Met soja bestaat de meeste ervaring. Voerproeven op onder andere het Noorse onderzoeksinstituut voor aquacultuur Akvaforsk leren dat in zalmvoer de visolie tot dertig procent is te vervangen door sojaolie. Bij een hoger percentage groeit de zalm niet goed meer en wordt hij ziek. Ook het eiwitrijke vismeel blijkt maar gedeeltelijk vervangbaar door sojaschroot. Bij te veel sojaschroot krijgt de vis een soort diarree, en raken de darmwanden geïrriteerd Het is echter onbekend welke sojacomponent die irritatie veroorzaakt. Pas als men dat weet, kan het schroot wellicht zo worden bewerkt dat de vis er meer van kan verdragen. Zulk onderzoek naar irriterende plantenstoffen zal voor elke vissoort en elke plant apart moeten worden gedaan, schetst Schrama, want zelfs nauwverwante vissen reageren verschillend op plantcomponenten. Forel en zalm bijvoorbeeld behoren tot dezelfde familie, toch kan forel veel beter met soja overweg dan zalm.

Een tweede vraag is hoe de plantetende vis aan de zo belangrijke visvetzuren moet komen. Visvetzuren zijn langketige, onverzadigde vetzuren, ook wel omega-3-vetzuren genoemd. Deze zijn behalve voor vissen ook voor mensen belangrijk. Veel mensen eten tegenwoordig juist om die reden vis. Planten bevatten die visvetzuren niet, dus is te verwachten dat ook plantetende vissen er arm aan zullen zijn. Ook voor die speciale vetzuren zoeken instituten oplossingen. Sommigen voegen aan het visvoer algen toe, die ook veel visvetzuren bevatten. Probleem hiervan is dat de algenkweek in reactoren nog erg duur is. Anderen experimenteren met afwisselend vegetarisch voer en voer met ook visolie (en dus visvetzuren) erin. Volgens sommige onderzoeken is drie maanden visolie aan het begin van een zalmleven voldoende voor hoge concentraties visvetzuren in de zalm, ook tijdens de rest van zijn leven.

smaak

Het zou kunnen dat smaak en structuur van de vis veranderen zodra hij op plantcomponenten leeft. Een tijdelijk dieet van gangbaar voer zou ook nu een oplossing kunnen zijn. De Amerikaanse visvoerdeskundige Paul Brown had zijn zalmen, zo zei hij in Nature van 27 november 2003, eerst twee jaar op een vegetarisch dieet gezet. Pas drie weken voor het doden had hij ze de gangbare brokjes met vismeel en visolie gegeven. De smaak van deze zalm zou niet te onderscheiden zijn geweest van die van `gewone' zalm.

``De eenvoudigste oplossing is natuurlijk vissen eten die van nature al vegetarisch zijn'', zegt Schrama. Als voorbeelden noemt hij de karper en de tilapia, die veel in Azië wordt gekweekt. Ook de rabbitfish, een zoutwatervis die in Vietnam wordt gekweekt, is van nature een planteneter. Maar ook die omschakeling is niet zomaar te realiseren, aldus de onderzoeker. ``Veel mensen eten nu eenmaal het liefst de wat vettere zoutwatervissen. En juist die zijn vaak carnivoor.''