Van Dinky Toys naar een Jaguar XJ6

Jacqueline Meulman, hoogleraar datatheorie, had niets met poppen. Liever speelde ze met auto's. Later kwam de fascinatie voor rekenen.

`IK WAS OUDSTE kind, kreeg één zusje en heb thuis in Den Haag altijd met auto's en garages gespeeld'', zegt Jacqueline Meulman, hoogleraar datatheorie in de Faculteit der Sociale Wetenschappen, Universiteit Leiden. ``Dat met die auto's begon al toen ik heel klein was. Gelukkig waren mijn ouders ruimdenkend, ze werkten me niet tegen door me aan de poppen te zetten. Als mijn vader op reis geweest was, nam hij altijd een autootje voor me mee. Ik had een grote doos vol. Helaas is dat allemaal verloren gegaan. Eén pop kreeg ik, met ingeplant haar, revolutionair voor die tijd. Die pop was er altijd wel, maar ik kan me niet herinneren dat ik er mee speelde.''

Automerken uit het hoofd leren, dat interesseerde Meulman niet. Het ging haar om het rijden met de auto's en om het bouwen van constructies waar ze op en af konden. ``Ik heb ook nog Schuco-autootjes gehad, goedkoop spul. Die kon je opwinden en laten rijden op een baan die je in de huiskamer had uitgelegd. Ik was daar wild op. Maar nog liever had ik een elektrische trein, die hadden mijn neven. Toen ik om en nabij de twaalf was kreeg ik hem, een Märklin. Toen ik het de volgende dag tegen mijn klasgenoten op de meisjesschool zei, werd ik toch wel wat raar aangekeken.''

Ook door rekenen was Meulman al vroeg gefascineerd. ``Als kleuter kreeg ik een mechanische rekenmachine cadeau. Schuiven aan die handels voor tientallen en honderdtallen, prachtig. Ik heb rekenen altijd leuk gevonden. Maar op de middelbare school, op het eind van de roerige jaren zestig, zakte dat weg. Het was toen niet zo trendy om te rekenen, dat was verdacht. Ik ging psychologie studeren, iets breeds, maar gaandeweg die studie ben ik toch weer op het rekenen teruggekomen. Mijn specialisme is datatheorie, ten behoeve van het analyseren van gecompliceerde, grote databestanden, bijvoorbeeld medische data. Vaak gaat het om moeilijk hanteerbare gegevens met veel omissies. Dat wordt dan weer datamining genoemd. De laatste tijd werk ik ook op het gebied van genomics en proteomics: nieuwe analysetechnieken ontwikkelen en programmatuur schrijven. Dat fascineert me en de computer is daarbij een onmisbaar instrument.''

Met computerspelletjes heeft Meulman niets, maar wel veel met computers. Ze heeft thuis een wireless netwerk aangelegd waarmee haar drie laptops (op elke verdieping een, twee met Windows en een Mac, haar oude liefde) aan elkaar zitten. Oude computers gooit ze niet weg en ook op haar werkkamer in het Pieter de la Court-gebouw slingeren er een paar rond. Heerlijk vind ze het om naar output te kijken. ``De programma's die ik maak zijn iteratief, ze rekenen in stapjes. Ik kan uren kijken als die programma's hun werk doen op het computerscherm, kijken naar de getallen, ze interpreteren. In mijn fitnesscenter doe ik dat ook. Terwijl ik doe aan power walking op een tredmill kan ik de gegevens zien over snelheid, calorieverbruik en hartslag. Dan zit ik te hoofdrekenen: wat er moet gebeuren om toch tien calorieën per minuut te halen, en een betere overall prestatiescore wat betreft snelheid, helling en hartslag. Dat bijhouden over de tijd, daar heb ik plezier in. De output van de printer in mijn fitnesscenter neem ik mee naar huis en bewaar ik. Dat ga ik nog eens analyseren, denk ik dan, maar daar komt het natuurlijk nooit van. Beetje een beroepsafwijking.''

Nog altijd is Meulman verzot op auto's. ``Mijn liefde voor auto's heb ik altijd behouden. Ik rij in een mooie Jaguar XJ6 uit 1985. Altijd is het mijn droom geweest een Jaguar te hebben en acht jaar geleden liep ik er tegen een aan. Ik ben gek van die auto. Hij heet Spenser, naar de private eye in de thrillers van Robert B. Parker, een van mijn favoriete detectiveschrijvers. Het is heerlijk om in die auto te rijden. Ik neem hem altijd, ook voor een klein eindje, zoals een ritje naar de brievenbus.''