Terras aan de rand van Europa

In Barcelona kijk je naar het volk, in Madrid kijk je naar de gebouwen, maar het mooiste uitzicht is vanaf de Geitenpunt, schrijft Steven Adolf.

Ergens in de tweede helft van de vorige eeuw voltrok zich onstuitbaar maar geruisloos een sociale verandering die vergaande gevolgen zou hebben voor de Spaanse maatschappij: de opkomst van het terras. Tot dan toe was het terras vooral een landbouwkundige aangelegenheid geweest bij het telen van druiven. Spanjaarden keken wel uit om in hun vrije uurtjes in de zon te gaan zitten. Het warme middagmaal werd in restaurants opgediend achter zorgvuldig dichtgetrokken gordijnen. De siësta deed men vervolgens discreet in de schaduw van een boom. Alleen wie geen geld had zat tijdens het stierenvechten aan de zonkant van de arena. Pas 's nachts, in het veilige donker, kwam de Spanjaard tevoorschijn om tot in de vroege uurtjes op zijn gitaar te tokkelen en te flaneren.

Net zoals met seks, ontkerkelijking en vrouwenemancipatie waren het ook hier de toeristen uit het noorden die de aanzet gaven voor de ommezwaai. Die nestelden zich met kannen sangria op stoeltjes in de zon en wilden daar ook hun eten geserveerd krijgen. En omdat dit laatste door de Spanjaarden werd geassocieerd met vooruitgang, begon het terras aan een zegetocht die tot op de dag van vandaag voortduurt.

DIEREN EN BLOEMEN

Aan keuze dan ook geen gebrek, waarbij de vraag vooral gesteld moet worden wat de bezoeker precies verwacht van zijn terras. Voor het kijken naar passanten zijn de terrassen aan de Ramblas van Barcelona natuurlijk zeer geschikt. Vanaf bijvoorbeeld het terras voor het Café de la Opera heeft men goed zicht. De Ramblas is in wezen een uitgestrekte voorpost van de overdekte dagmarkt Mercat de la Boqueria die ernaast ligt. Men kan er terecht voor kleine huisdieren en bloemen. Omdat het een aangenaam stukje Barcelona is, dat op het kruispunt ligt van verschillende wijken die de moeite van een bezoek waard zijn, trekt Ramblas altijd veel volk. In het kielzog daarvan is een ruim aanbod ontstaan van straatartiesten, portrettekenaars en de onvermijdelijke levende standbeelden. Nooit een saai moment dus op de Ramblas, waarbij het de kunst is om in de meute tijdig de zakkenrollers te spotten.

Wie meer geïnteresseerd is in stedelijk uitzicht kan in Madrid terecht op het terras halverwege de Calle Bailén, net over de hoge brug die over de Calle de Segovia loopt. Het terras ligt op een strategische helling die vroeger door de Moren is benut voor het bouwen van het Alcazar, de vesting waar ooit de stad rond ontstond. Het zicht op de bergketens in het noorden heeft vooral bij zonsondergang zijn speciale effecten. Zelfs de lelijke Almudena kathedraal, onlangs nog decor voor het huwelijk van de Spaanse kroonprins, steekt er niet slecht bij af. Het terrasplezier op deze plek werd in het verleden nog wel eens bedorven door Madrilenen die het leven moe waren en van de brug sprongen. Hoge plexiglazen afscheidingen hebben dit risico binnen aanvaardbare proporties gebracht.

Madrid heeft in de zomermaanden een eer hoog te houden wat betreft het nachtterras, waar bijvoorbeeld een ruime keuze van is aan te treffen langs de grootstedelijke verkeersaders Paseo de Castellana en de Paseo de Recoletos. Het is aardig en gerieflijk, maar het ontbeert echter wat iedere laaglander in zijn hart wil van een terras: een episch uitzicht. Daarvoor moet men een kilometer of zeshonderd zuidwaarts reizen. Iets ten oosten van het stadje Tarifa richting Algeciras bevindt zich boven op een berg, die bescheiden de Alto de Cabrito (Geitenpunt) is gedoopt, de Mirador El Estrecho, ofwel het uitzichtspunt op de Straat van Gibraltar. Er is een bar, niet meer dan een hok, waar koffie van uitzonderlijk slechte kwaliteit wordt geschonken. Stoeltjes en tafeltjes zijn schaars en oncomfortabel.

Het geeft niet, want op heldere dagen mag het uitzicht hier ronduit dramatisch heten. Voor ons doemt Noord-Afrika op in de vorm van een tientallen kilometers uitgestrekt panorama op de uitlopers van het Marokkaanse Rif-gebergte. Tanger ligt in de diepte rechts van ons, links ligt de Spaanse enclave Ceuta. Daarnaast de bergpunt Djebel Musa, die samen met de rots van Gibraltar aan onze kant de twee zuilen van Hercules vormt, de mythologische toegangspoort naar de Middellandse Zee, moeder van onze beschaving. Wie geluk heeft kan op zeer heldere dagen zelfs de toppen van de Atlas zien.

DON QUICHOT

Rechts van ons glinstert de Atlantische Oceaan, beneden is de zeestraat vol met het drukke scheepvaartverkeer tussen beide zeeën. Keren we ons om, dan hebben we uitzicht op honderden reusachtige windmolens die als in een eerbetoon aan Don Quichot voor een beweeglijk geometrisch effect in het landschap zorgen. Hier verkenden de Romeinen de westelijke grenzen van hun imperium. In 711 landde de Moorse legeraanvoerder Tariq om het Iberische schiereiland te veroveren. En driehonderd jaar geleden versloeg een Engels-Hollandse vloot hier de Spanjaarden en maakte Gibraltar tot Britse kroonkolonie. Drama in overvloed.

Jammer dat het weer nog wel eens om wil slaan. Een draaiende wind en binnen een half uurtje wordt het zicht ontnomen door een dichte zeemist, die met het fluitend gewiek van de windmolens voor een onheilspellend sfeertje zorgt. In dat geval kan wellicht een ijsje in bar uitkomst bieden. Mijdt de koffie.