Steun topsporter onder druk

Het topsportsysteem in Nederland staat onder druk als gevolg van bezuinigingen bij de overheid. Alleen sponsorinkomsten kunnen handhaving van het huidige hoge niveau garanderen.

Is Nederland een sportland of een sportief land? Dat laatste is zeker het geval, want ruim een kwart van de bevolking (4,7 miljoen) is lid van de in totaal 30.000 sportverenigingen. En gemeten naar de achtste plaats in het medailleklassement (25) van de vorige Olympische Spelen, in Sydney, is Nederland eveneens een sportland.

Maar zijn die cijfers een indicatie voor het welzijn van de bevolking? Uit het oogpunt van ontspanning alleszins, hoewel het massale bewegen niet heeft geleid tot een afname van het gewicht; gemiddeld wordt de Nederlander steeds dikker. Voor de sportkoepel NOC*NSF en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport was dat reden om dit voorjaar met de Nationale Sportweek te beginnen. De opzet: nog meer mensen aanzetten tot bewegen. Een nobel streven, al is mede gezien het grote aantal ongeorganiseerde, recreatieve sportievelingen de vraag opportuun of er nog wel mensen overblijven die in beweging zijn te krijgen. Ouderen, baby's, zieken en onwillenden niet meegerekend lijken de marges klein.

De 1.200 topsporters worstelen niet met dergelijke vragen. Voor hen staat alles in het teken van presteren, iets dat de Nederlanders de laatste decennia steeds beter afgaat. Het nationale voetbalelftal instaat sinds de verloren finale van het wereldkampioenschap in 1974 in de top-10 van de wereldranglijst en bij de Olympische Spelen zit Nederland tegenwoordig in de slipstream van toonaangevende sportnaties als de Verenigde Staten, Rusland, China, Australië en Duitsland.

Kenmerkend voor de topsport in Nederland is de cultuuromslag die sinds de jaren tachtig heeft plaatsgehad. Met uitzondering van het betaald voetbal, dat al 50 jaar bestaat, heeft het amateurisme in hoog tempo plaatsgemaakt voor professionalisme. Niet dat alle Nederlandse topsporter het breed hebben, maar dankzij verbeterde en nieuwe regelingen weten sporters met een A-status zich tegenwoordig verzekerd van een acceptabel bestaan. Dankzij de stipendiumregeling hoeft niemand zijn sport meer te combineren met een baan. Niet dat een basisinkomen van 70 procent van het minimumloon, in combinatie met een lease-auto, riant is, maar het stelt de Nederlandse A-sporter wel in de gelegenheid zich fulltime met zijn sport bezig te houden. Voor sporters met hoge ambities een voorwaarde om de moordende concurrentie het hoofd te kunnen bieden.

Maar het tamelijk hoogwaardige Nederlandse topsportsysteem, dat met hulp van NOC*NSF vorm heeft gekregen, staat onder druk. Als gevolg van overheidsbezuinigingen zijn toelagen aan sportbonden flink verlaagd of zelfs geheel afgeschaft. De gevolgen daarvan zijn op het sportveld nog niet merkbaar, maar wel in de periferie. Er zijn al sportfederaties die medewerkers van het bondsbureau hebben ontslagen; het meest aansprekende voorbeeld komt van de Koninklijke Nederlandse Atletiek Unie, die technisch directeur Henk Kort heeft wegbezuinigd.

De tragiek van de Nederlandse elitesport is dat de overheid het huidige systeem met substantiële bijdragen op niveau houdt, wat bij bezuiniging het gevaar van afkalving inhoudt. De olympische sporters die zich na `Athene' voorbereiden op de Spelen van 2008 in Peking moeten het doen zonder de overheidsbijdrage van vijf miljoen euro. Als die subsidie niet wordt gecompenseerd met gelden uit de markt, zullen bijvoorbeeld trainingskampen komen te vervallen.

Maar er dreigt meer gevaar voor de topsporter. De stipendiumregeling, die eind dit jaar zou aflopen, is verlengd met slechts één jaar. Het zou logischer zijn geweest als Clémence Ross-Van Dorp, de staatssecretaris van Sport, had gekozen voor een extra periode van vier jaar, omdat het merendeel van de sporters met zo'n beurs planningen maakt voor de duur van een olympiade, de periode van vier jaar tussen de Spelen. Het probleem is evenwel dat er tegenwoordig bijna 300 sporters gebruik van maken, terwijl de regeling financieel is gebaseerd op de deelname van 200 sporters. Voor 2004 heeft Ross-Van Dorp al 900.000 euro extra uitgetrokken om alle betalingen te garanderen.

Het is evident dat bij ongewijzigde omstandigheden een voortgang van de stipendiumregeling met nog eens vier jaar de overheid meer geld gaat kosten dan de 9,2 miljoen euro die er in aanloop naar de Olympische Spelen van Athene voor is uitgetrokken. Een bijkomstigheid is dat er over voortgang van de regeling ook nog een politiek besluit moet worden genomen; maar gelet op de verhoudingen in de Kamer lijkt dat niet het grootste struikelblok.

De afhankelijkheid van de overheid heeft de topsporters in een kwetsbare positie gemanoeuvreerd, afgezien van de vraag of die relatie wel wenselijk is. Er valt ook iets voor te zeggen om topsport zijn eigen broek te laten ophouden. NOC*NSF is inmiddels tot het besef gekomen dat er meer aan sponsorwerving gedaan moet worden. Kort voor aanvang van de Olympische Spelen werd een marketingplan gepresenteerd, waarmee de sportkoepel 42 miljoen euro denkt binnen te halen. Als die opzet slaagt, kunnen de Nederlandse topsporters zich onbekommerd voorbereiden op de Olympische Spelen in Peking.

Dit is de zesde aflevering van een serie waarin per continent ten minste één land wordt belicht dat deelneemt aan de Spelen.

WWW.NRC.NL Dossier Olympische Spelen