Spin krijgt ten onrechte schuld van kwalen

Spinnen boezemen angst in. Dat is zo goed als altijd overdreven. Op de schaal van schadelijke en nuttige dieren scoren spinnen hoog aan de voor mensen positieve kant. Nare kwalen die aan `bijtende' spinnen worden toegeschreven hebben vaak een heel andere oorzaak, meent de Australische bioloog Geoffry Isbister. Natuurlijk kunnen spinnen vervelende beten toebrengen, maar dat maakt ze nog geen bedreiging voor de volksgezondheid. Integendeel, wereldwijd sterven meer mensen aan de gevolgen van bijen-, schorpioenen- of wespensteken (The Lancet, 7 aug.).

Isbisters verhaal maakt duidelijk dat spinnen gevangen zijn in het web van de arachnofobie, oftewel angst voor spinnen. Die angst is in zoverre gefundeerd dat deze dieren bijna per definitie giftig kunnen bijten. Dat gif is echter primair bedoeld voor de insecten waar ze van leven. Mensen zijn er echter ook gevoelig voor en kunnen er zogeheten necrotische zweren van oplopen, waarbij op de huid weefselversterf optreedt. In Nederland komt dit vrijwel niet voor, maar in de (sub)tropen zijn dergelijke aandoeningen veel minder zeldzaam. De bewering dat ze vooral door spinnen worden veroorzaakt is volgens Isbister niet zozeer op onderzoek gebaseerd maar op vooroordeel. Zijn Amerikaanse collega Richard Vetter geeft hem gelijk. In een redactioneel commentaar stelt hij dat dokters beter kunnen toegeven dat zij soms niet weten wat de oorzaak van een vervelende huidzweer is, dan daar maar kort door de bocht spinnen de schuld van te geven.