Snuiven

Tak tak tak. Nog een lijntje, nog een slokje. Raoul de Jong (20) snuift. De bekorte jongerencolumn van Spunk.

Het kleine witte zakje wordt ondersteboven gekieperd op het cd-hoesje van Vive La Fête. Witte korrels die een kriebel in je buik veroorzaken door er alleen maar naar te kijken. Omdat ze staan voor alles wat straks komen gaat. Tak tak tak, klinkt het als de heel mooie jongen ze fijnhakt. Een internationaal topmodel. Valt volgens hem zelf wel mee, maar drie keer op een billboard in New York en shows voor bijna alle grote merken vind ik internationaal en dus top.

Ik ontmoette hem eerder op de avond tijdens een fotoshoot van de kunstenaar in wiens huis we nu zijn. Levend kunstwerk had ik voor hem als omschrijving in gedachten, maar zelf was hij meer voor `multimedia kunstenaar die tegenwoordig ook popster is'. Uit de stereo klinkt een elektroversie van de oude hit van Grace Jones, `I've seen that face before'.

Tak tak tak. De hele mooie jongen ordent het poeder in drie hele mooie lijntjes. Fwtsght. Met een rietje zuig je wit poeder door je neus. Maar eigenlijk is het veel meer dan dat. Het is een hartverzakking voor bepaalde mensen als ze wisten dat je het deed. Het is Pulp Fiction, het is Scarface, het is Smoke. Het is dat nummer `Tequilla', maar vooruit, Grace Jones mag ook. Het is Studio 54, de jaren tachtig, decadentie, New York. Het is Absoluut Verboden. Het is heerlijk.

Heerlijk door je neus, heerlijk in je maag en na een flinke snort ook heerlijk in je mond. ,,Goed spul he?'' lacht het internationale topmodel. Zijn haar hangt een beetje voor zijn ogen, dat heeft wel wat. Ik neem een slokje van mijn wodka, steek een sigaret aan met een lucifer, blaas het vlammetje uit, inhaleer diep, stoot vijf volmaakte rondjes naar buiten en zeg: ,,Ja''.

Dan gaan we praten. Over hoe het is om internationaal topmodel, multimedia kunstenaar die tegenwoordig ook popster is en mij te zijn. Hoe het is om voor 19.000 mensen op te treden samen met Vive La Fête. Hoe het is om te werken met Jennifer Lopez. Dat het echt waar is wat ze zeggen: de kleedkamer moet wit. Hoe het is om nog een dag te moeten draaien voor Zoop, nadat je stukje over Zoop in NRC heeft gestaan.

Weet je wat: als jij nou nog wat drinken pakt, dan leg ik nog een lijntje. Klok klok klok, fwtsght fwtsght fwtsght. Hmmm, lekker die sigaret. En weer praten. Nog een lijntje, nog een slokje, nog een sigaret. Over de gaten waar we vandaan komen en gat is dan dorp. Over baantjes in de kassen, het leven, kunst. Over Andy Warhol, Edie Sedgewick, New York, Parijs, Amsterdam. Over onze ouders, videoclips, geld, het leven. Hoe het is, hoe het absoluut moet worden en hoe nooit. Welke mensen leuk zijn en welke mensen stom. Over drugs. Dat het natuurlijk allemaal draait om kwetsbaarheid. Pak jij nog, leg ik nog.

,,One for the road jongens!'' Het laatste lijntje, de laatste slok, de laatste sigaret. En je mag wel blijven slapen, maar het idee alleen al maakt je depressief. Alles maakt je depressief.

Niet wegzakken nu, niet wegzakken. Dat buiten de dag begonnen is. Hoe vies je je voelt. Blijf aan de bovenkant. Je kauwende kaken en je klevende vel. Niet denken nu. Hoe alleen je bent. Dat het nooit stopt. Altijd maar dat denken, altijd maar die toekomst. Hoe leeg het is. Dat je weer zo ontzettend veel gezegd hebt, maar eigenlijk weer helemaal niks. Dat niemand ooit wat zegt. Dat morgen alles anders is, maar eigenlijk precies hetzelfde. Dat het enige wat je wilt is dood. Weg. Einde. Rust. Dat je het misschien zelfs zou doen, als je niet zo heel zeker wist dat dit gevoel, net als de rest van vanavond, uit dat witte zakje komt.