Olieprijs breekt record

De olieprijs heeft gisteren een nieuw record behaald. In Londen steeg de prijs van het toonaangevende Brent, dat tweederde van de mondiale olieprijzen bepaalt, met 89 dollarcent naar 43,18 dollar per vat (levering in september, 159 liter), de hoogste prijs sinds in 1988 deze olie uit de Noordzee op de Londense International Petroleum Exchange in langetermijncontracten verhandeld wordt.

Oorzaken waren volgens olie-analisten de politieke onrust in olieland Venezuela, waar dit weekend wegens een referendum het lot van de linkse president Chávez op het spel staat en aanhoudende sabotagedreiging bij oliepijpleidingen in Irak.

Op de termijnmarkt in New York steeg de prijs van het toonaangevende West Texas Intermediate, dat als oliesoort lichter is dan Brent en daardoor duurder, gisteravond ruim een dollar naar 46,58 dollar per vat. Een explosie en brand gisteren bij een raffinaderij van het Britse olieconcern BP in de Verenigde Staten zorgde voor extra onrust op de oliemarkt. Analisten waarschuwen dat de olieprijs verder kan stijgen naar 50 dollar per vat.

De grote mondiale dorst naar olie komt door de snel groeiende economieën van China en India en de economische groei in de VS, al wijzen volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs de jongste cijfers uit dat de dure olie de vraag in zowel China als de VS tempert.

Saoedi-Arabië, de grootste olieexporteur ter wereld, verzekerde deze week dat het klaar staat om zijn reservecapaciteit van 1,3 miljoen vaten olie per dag aan te spreken. Maar volgens het IEA is die capaciteit aanzienlijk kleiner. Op de olieprijs hadden de geruststellende woorden geen invloed.

Behalve Venezuela, waar bij een nederlaag van Chávez volgens analisten mogelijk volksopstanden zullen volgen, en Irak is er de voortdurende onzekerheid die de Russische autoriteiten laten bestaan over het lot van het olieconcern Yukos. Een tropische storm in de Golf van Mexico dwong de VS hun olieproductie daar te verminderen.