Koopkracht en eenvoud

Minister De Geus (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) heeft deze week het politieke seizoen geopend. Het onderwerp dat hij heeft aangesneden, is even traditioneel als gevoelig: het koopkrachtplaatje. In de media heeft De Geus gepleit voor maatregelen die moeten voorkomen dat de laagste-inkomensgroepen te veel aan koopkracht inleveren. Hij reageerde op de prognose van het Centraal Planbureau dat zonder ingrijpen de minima 2 procent achteruitgang wacht.

In een kabinet waarin het CDA een coalitie vormt met de VVD, voelen de christen-democraten zich vanouds extra geroepen een sociaal gezicht te tonen, zeker in economisch minder voorspoedige tijden die om stevige financiële ingrepen vragen. De Geus heeft herstelwerkzaamheden te verrichten als het gaat om het sociale imago van zijn partij. Hij heeft de WAO hervormd en aangekondigd dat hij VUT en prepensioen onmogelijk of onaantrekkelijk zal maken. Hij heeft laten weten dat hij indirect zal ingrijpen bij CAO-onderhandelingen door loonstijgingen die hij buitensporig vindt, niet algemeen verbindend te verklaren. Waarmee hij invloed en macht van werkgevers- en werknemersorganisaties aantast. Zo bezien heeft de minister een speciaal talent ontwikkeld om de sociale partners, opererend op het door het CDA zo gekoesterde maatschappelijk middenveld, tegen zich in het harnas te jagen, in het bijzonder de vakbeweging. Voor een voormalige vice-voorzitter van de christelijke vakcentrale CNV (waar De Geus onder meer sociale zekerheid en pensioenen in portefeuille had) is dat opmerkelijk gedrag. Moed kan hem in dit opzicht niet worden ontzegd.

Maar in de traditie van de Nederlandse politiek profileert de minister van Sociale Zaken zich ook als het `schild voor de zwakke', om het in christen-democratische terminologie te zeggen. Als bewindsman van CDA-huize zal De Geus zich ook het officiële standpunt van zijn partij aantrekken dat ,,solidariteit vraagt om betrokkenheid tussen generaties en tussen arm en rijk en een rechtvaardig en voorspelbaar inkomensbeleid waarbij de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen''. In deze krant spreekt De Geus vandaag over een ,,morele verplichting'' van het kabinet jegens de minima.

Constaterend dat volgens de – niet meer dan voorlopige – voorspelling van het Centraal Planbureau het koopkrachtverlies van de laagstbetaalden in 2005 ondanks het lichte economisch herstel meer zal bedragen dan van andere groepen, voelt De Geus zich nu dus kennelijk gedwongen tot een publiek offensief: er moet geld bij de rijkere Nederlanders worden weggehaald om de teruggang bij de minima, onder wie 65-plussers met alleen AOW, te temperen. Om dat kenbaar te maken koos hij een minder koninklijke, maar niet ongebruikelijke weg: hij maakte zijn standpunten alvast in de media bekend, hoewel het kabinet nog aan de interne besprekingen over de rijksbegroting voor 2005 moet beginnen.

Minister Zalm (Financiën, VVD) kan het er vast mee doen. Al heeft ook hij getekend voor een regeringsbeleid dat ,,evenwicht en een eerlijke verdeling'' centraal wil stellen bij de verdeling van de koopkracht. Er is wel een praktisch probleem. Koopkrachtdiscussies in coalities plegen nogal eens tot ver achter de komma te worden doorgevoerd. Omwille van de rechtvaardigheid, die in de praktijk vaak blijkt neer te komen op enkele euro's per maand meer of minder, wordt dan vaak tot wijzigingen in belasting-, premie- of andere stelsels besloten, die nodeloos complicerend en bureaucratiserend zijn. Waardoor, om een actueel voorbeeld te noemen, Zalmsnippen komen – en weer verdwijnen. Te hopen valt dat het kabinet de charme van de eenvoud weet te koesteren.