Het huis als symbool van de bezetting

De politieke film is terug, zo blijkt op het filmfestival in Locarno. Zware, moralistische thema's hebben er de overhand.

Het filmfestival van Locarno loopt op zijn einde. Alle competitiefilms zijn vertoond, de Settimana della Critica (Critics Week, met documentaires geselecteerd door Zwitserse filmcritici) is voorbij en de financieel directeur is weer blij dat de zon schijnt. Want het moet toch verschil maken: 2500 mensen in de sporthal vanwege de regen of 7500 op de Piazza Grande.

Of artistiek directeur Irene Bignardi het festival ook opgewekt afsluit, valt te bezien. De competitie was dit jaar vrij zwak, en bevatte geen echte uitschieters. Of de paar aardige films die er draaiden genoeg zijn om de goede reputatie van het festival te redden zal volgend jaar pas duidelijk worden. Het kan een neerwaarste spiraal betekenen: producenten en regisseurs willen hun films niet meer in Locarno in première laten gaan omdat de competitie artistiek weinig interessant is en een eventuele prijs dus weinig voorstelt.

Er draaiden opvallend veel films die gingen over islamitische immigranten in Europa en de kwestie Israël-Palestina. De politieke film is terug. Dat veel van die films gemaakt worden door westerlingen en niet door moslims of Palestijnen zelf maakt ze vaak toch wat naief. Zo laat de Italiaanse regisseur Saverio Constanzo in zijn Private de Israëli's het huis bezetten van een Palestijnse familie. Het gezin mag wel blijven maar moet in de woonkamer leven en heeft nauwelijks bewegingsvrijheid. Een wat belegen metafoor: het huis als symbool van de Israëlische bezetting. Vervolgens reageren de familieleden op schematische wijze op deze schending van hun burgerrechten: de een wordt militant, de ander zoekt toenadering en een derde is zo trots op zijn eigen plek dat hij deze koste wat kost wil behouden.

Het Engelse Yasmin (Kenny Glenaan) is al wat beter. Met een mengeling van humor en wat tragiek schetst de film het beeld van een Pakistaanse familie in een klein Engels stadje. Yasmin verlaat het huis met hoofddoek en in traditionele moslimkledij om vlak voor ze op haar werk arriveert snel in een spijkerbroek te schieten en wat make-up op te doen. De tolerantie van de Engelsen tegenover moslims neemt na 9/11 echter zienderogen af. Hun huis wordt met veel geweld door de politie binnengevallen, en de collega die op Yasmin verliefd is verliest snel zijn gevoelens voor haar. De film is, hoe pakkend ook, iets te didactisch en maakt de Britten tot eendimensionale karikaturen.

De les dat je serieuze kwesties het beste in een komedie kan gieten à la Stanley Kubricks Dr. Strangelove is opgepakt door de Spaanse film Seres Queridos (`Only Human'). Een joodse vrouw neemt haar Pakistaanse vriend voor het eerst mee naar huis. Haar familie denkt dat hij joods is, en als eenmaal bekend is wie en wat hij is, is het hek van de dam. Het levert hilarische scènes op die de grens van het politiek-correcte denken bewust opzoeken en overschrijden. De slotscène leent de beroemde slotzin van Billy Wilders Some Like It Hot. Als het interreligieuze koppel na veel gedoe weer bij elkaar komt zegt hij: ,,Het wordt nooit wat, ik ben Palestijns, jij joods.'' Waarop zij de onsterfelijke woorden ,,nobody's perfect'' spreekt. Seres Queridos betekende een verademing na alle zware, moralistische en slechte politieke films. Opgewekt de zon weer in.