Genvariatie bepaalt afbraak hepatitis C virus

Eén op de vijf mensen die met het hepatitis C virus besmet raken, werkt het virus na verloop van tijd weer uit zijn lichaam. De andere vier blijven levenslang besmet en lopen de kans jaren later leverkanker of levercirrose te krijgen. Britse en Amerikaanse onderzoekers hebben opgehelderd dat erfelijk bepaalde verschillen in het afweersysteem bepalen of het virus wordt vernietigd. (Science, 6 aug)

Wereldwijd lopen ongeveer 180 miljoen mensen rond met de nog onbehandelbare tijdbom van hepatitis C virus. De acute infectie maakt nauwelijks ziek, maar de gevolgen kunnen levensbedreigend zijn. Er zijn inmiddels meer hepatitis C geïnfecteerden dan er HIV-seropositieven zijn. De meeste mensen raken met Hepatitis C besmet door bloedtransfusies of vervuilde injectienaalden.

Natural killer cellen (NK-cellen) spelen een cruciale rol bij het vernietigen van het hepatitis C virus. NK-cellen zijn lymfocieten, cellen van het afweersysteem die – indien geactiveerd – signaalmoleculen afgeven die een ontstekingsreactie doen ontstaan. Ze ruimen zelf ook geïnfecteerde cellen op. Receptoren op de wand van de NK-cellen ontvangen voortdurend signalen om actief te worden (en aangewezen cellen te vernietigen) of om zich rustig te houden. Receptoren zijn eiwitten, waar boodschappermoleculen aan binden, waarna een activerend of remmend signaal aan de cel wordt doorgegeven. Zo'n signaal zet meestal een hele machinerie van gen-aflezen en eiwitproductie in werking binnen de NK-cel.

Een sleutelrol voor het opruimen van het hepatitis C virus blijkt weggelegd voor een van die eiwitreceptoren (KIR2DL3), in combinatie met het boodschappereiwit dat er aan bindt (HLA-C1). Varianten in de genen voor beide eiwitten bepalen voor een deel de mogelijkheid om hepatitis C virus te vernietigen, zo bleek uit het onderzoek. Die genen zijn erg variabel, waarschijnlijk om snelle aanpassingen in de afweer tegen virussen mogelijk te maken. Mensen en mensapen herbergen een grote variatie aan afweermogelijkheden, zodat na het ontstaan van een nieuw virus nooit een hele populatie sterft.