Dents de Lanfon

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Frankrijk, boven het Lac d'Annecy.

Het heeft vannacht geregend. Nu is het droog, maar tussen de keitjes glimmen bruine plassen en de Dents de Lanfon, de kliffenreeks waar dit pad naartoe voert, zijn onzichtbaar in de nevel. Het pad loopt stief omhoog door druipend loof- en naaldbos. Zonder veel zigzag, wie het wil bedwingen betaalt met een rooie kop en zware benen. Her en der siepelt er een stroompje overheen. Kijk op langs de bedding naar de omgehaalde giga-bomen en de weggerolde reuzenkeien en je beseft dat het ook anders kan.

Hogerop, waar de bomen, op wat kluizenaar-kerstbomen na, het werk overlaten aan smalle struiken en lang gras, dunt de nevel uit. De bergkammen en -zadels komen aan het licht, deftig grijsgroen. Beneden glimmert een hoek van het Lac d'Annecy, met bootjes en poedelende badgasten.

Als je aan hun voeten ligt, zijn de Dents de Lanfon geen gezellige jongens. Hoge boze brokkelpunten, het gebit van een roker die zijn halve leven elke dag bij de Chinees heeft gegeten. Hier moeten we omhoog en dan onderlangs de overhangende rotsrand naar de zuidpunt.

Ik haal mijn hoofd uit mijn nek. ,,Wandelen moet wel een grapje blijven. Is dit nog een grapje?''

,,We gaan andersom'', zegt man. Dan maar zwak.

Het wordt warm, maar natte, schouderhoge struiken houden ons koel. We bereiken de zuidpunt van Lanfont z'n Tanden. We zien het spoor dat we hadden zullen nemen liggen. Een lintwurm. Meer iets voor bergbeklimmers.

Nu weer naar beneden, het pad is een uitgesleten geul. Met uitzicht op heuvelende weidegrond waar het barst van de bloemen in alle kleuren behalve rood stort het zich van de helling. Ook hier heeft het geregend. De leemachtige modder maakt zware gladde klompen van onze schoenen. Ik zak regelmatig op mijn hurken, en ga dan alsnog, bèng, onderuit. Man pakt het spectaculairder aan. Hij verliest zijn evenwicht, rollebolt over de grasrand de alm in en glijdt in een buiklanding tot stilstand.

Een stukje van niks op de kaart kost ons twee uur. Dan pas verlaten we de schuine weidegrond voor een dicht bos. Hier is het pad net zo steil maar anders glibberig. Veel gemakkelijker, maak ik mezelf wijs. Boem. Au.

Niet zeuren. Er zijn overladen frambozenstruiken en de zon sproeit fladdervlekjes tussen de takken door.

De beloning is een ideaal pad tot slot: wat stijgend, wat dalend, tussen rechte bomen, onder een zoele wind. Daar zijn de Dents de Lanfon weer. Er zweven zes hanggliders boven. Zo gaat het ook.

15 km. Rondwandeling op basis van Carte de randonnée nr. 3431 OT: Lac d'Annecy. Uitg. Institut Geographique National.