De oorlog in Nederlands-Indië

De Tweede Wereldoorlog had in Oost-Azië en het Stille Oceaangebied een ander verloop dan in Europa. Toen Duitsland in mei 1940 Nederland binnenviel, werden de banden tussen het moederland en Nederlands-Indië doorgesneden. De regering in Batavia hield er rekening mee dat de Duitsers het ook op de koloniën hadden voorzien en Duitse staatsburgers werden geïnterneerd. Duitsland had geen belangstelling voor Nederlands-Indië, maar zijn Japanse bondgenoten des te meer. De agrarische productie van Zuidoost-Azië moest Japan zelfvoorzienend maken. Op 8 december 1941, na de aanval op Pearl Harbour, verklaarden de Verenigde Staten, Engeland en de Nederlandse regering in ballingschap Japan de oorlog. De Japanse strijdkrachten veroverden de Filippijnen (januari 1942), de Britse steunpunten in Hongkong (25 december) en Singapore (15 februari), landden op Sumatra, Borneo, Sulawesi en Ambon, en, na de Slag in de Javazee, ook op Java. Op 8 maart 1942 capituleerde het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) voor de Japanse keizerlijke troepen.

`Indië' kwam onder Japans militair bestuur, met commandanten in Medan, Batavia – dat Jakarta ging heten – en Makassar. Nederlandse en andere Europese militairen werden krijgsgevangen gemaakt. Zij en tal van mannelijke Europese burgers werden in strijd met de Conventie van Genève tewerkgesteld als arbeidsslaven op Sumatra en bij de aanleg van de beruchte Birma-spoorweg.

De Europese (overwegend Nederlandse) burgerbevolking werd geïnterneerd in geïmproviseerde kampen: afgegrendelde woonwijken, opleidingscentra, kazernes en sanatoria. Over het algemeen waren de ruimten en voorzieningen ontoereikend voor de grote aantallen geïnterneerden. Er waren afzonderlijke kampen voor mannen en voor vrouwen en kinderen. Op den duur werden jongens boven de 15 jaar ondergebracht in mannenkampen. Van de ongeveer 140.000 Nederlandse burgers die zijn geïnterneerd in deze zogenoemde Jappenkampen hebben 120.000 het overleefd. Het sterftecijfer van 14 procent is te wijten aan ondervoeding, slechte hygiënische omstandigheden en slaag door Japanse militaire kampbewaarders. De Japanners waren er op uit de Europeanen in hun Groot-Aziatische Cultuursfeer te vernederen, niet om hen uit te roeien, zoals de Duitse nazi's deden met Europese joden. Onderdeel van die vernedering was de gedwongen rekrutering in vrouwenkampen van zogenoemde `troostmeisjes' voor Japanse bars en bordelen.