De olieprijs, Shell en innovatie

De olieprijsstijging zorgt voor tegenstrijdige analyses, die dringend nodige acties van bedrijven, beleggers en politici vertragen. Een hogere prijs leidt tot investeringen in besparing en tot omschakeling naar alternatieven, mits investeerders verwachten dat deze langdurig hoog blijft.

Shell beweert evenveel olie te zullen ontdekken als het oppompt. Het wereldverbruik is echter sinds 1981 groter dan de vondsten, dus het is onwaarschijnlijk dat dit kan. Onafhankelijke geologen verwachten de maximale oliewinning vóór 2010, waarna geleidelijke afname onvermijdelijk is.

Hogere prijzen zijn de beste stimulans voor innovatie. Ons energiesysteem innoveerde de afgelopen jaren door `softe' milieugrenzen en nu stelt olieschaarste `harde' grenzen. Het actuele debat gaat helaas vooral over meer van hetzelfde: olie, en te weinig over snellere innovatie. Bijvoorbeeld bij Shell Renewables recent nog Jeroen van der Veers paradepaardje, en nu stiefkind?

De hoge olieprijs heeft een veel groter effect dan het Kyoto-protocol. `Kyoto' stimuleert tot vele innovaties die ook nuttig zijn bij olieschaarste. De urgentie en erkenning van dit dubbele voordeel ontbreken bij Shell en werkgeversorganisatie VNO-NCW.

De wereldbevolking kan van energie worden voorzien door minder dan 0,1 procent van de ingestraalde zonne-energie te `oogsten'. Wanneer daarin wordt geinvesteerd in zonnige streken als Noord-Afrika, wordt onze energierekening binnen 10 jaar lager dan anders en is er genoeg. OPEC heeft dan concurrentie van EHEC, de organisatie van Energy Harvesting and Exporting Countries, en oorlogen voor olie zijn voorbij.