Dagboek

De eerste olympische ramp is over ons heen gekomen. Staatssecretaris Clémence Ross-Van Dorp schrijft een dagelijks dagboek voor De Telegraaf. Exclusief, uiteraard. Ze ziet het zo: ,,Ik vind het heel mooi dat ik er in Athene bij mag zijn. Dat gevoel wil ik in mijn dagboek overbrengen. In mijn functie maak ik misschien wel heel gekke dingen mee. Ook wil ik proberen een persoonlijk beeld te schetsen. Dat kan mooie verhalen opbrengen, maar ook droevige, want in de topsport bedraagt het verschil tussen vreugde en verdriet soms een paar honderdsten van een seconde.''

Wilma Nanninga van de pagina Privé is duizend keer minder krom van tekst. Een kleuterleidster? Tienduizend keer minder. Lees deze zin van Clémence: ,,Ik wil alles meebeleven, maar weet dat ik op moet passen, want als je in dat weer te hard loopt, dan houd je het maar een week vol.''

Ren je toch dood, schat. Liever vandaag dan morgen.

Wat moet je met een staatssecretaris die zich in het rijtje schaart van Ellen van Langen, Michael Boogerd en Rafael van der Vaart? Een columnistje aan het bewind. Jan Mulder achterna. Als dat maar niet tot een open brief van Balkenende leidt. Nou ja, genetische schizofrenie is een uitvinding van het CDA, dat scheelt.

Ik voel me als collega diep beledigd door deze schrijvende tante. Niet eens om haar populistische gezeik. Eerder om de institutionele reputatieschade die ze een gouvernementeel konkinkrijk toebrengt. Staatssecretaris ben je tenslotte voor iedereen, ook voor de lezers van Opzij. Dan kan je het niet maken om zo toeterig tot het volk thuis te roepen: ,,Kijk en geniet.'' Laat dat maar aan De Telegraaf over.

Clémence Ross-Van Dorp is een Akropolis van hypocrisie. Nu verheft ze in de wakkerste krant van Nederland medaillekoorts tot de brand der ingewanden van een volk. Gisteren nam ze de sportbonden, het NOC*NSF, atleten en begeleiders nog in een financiële wurggreep. Uitgerekend deze staatssecretaris verklaarde sportland Nederland de hongerwinter. Bezuinigen, niets dan bezuinigen was haar maatschappelijke noblesse. Prima, maar laat je dan ook niet zien in Het Heineken House. En in De Telegraaf. Laat je niet kennen als een illusionist die uiteindelijk het bewind voert over een Alzheimer-democratie. Onder het motto: vergeten is de kunst.

Ik hoop haar niet tegen te komen. Niet in het parlement, niet op televisie, niet in de PC Hooftstraat, niet in Athene. Laat ze maar lekker schrijven in De Telegraaf. Laat ze maar juichen over Inge de Bruijn en Pieter van den Hoogenband. Ik weet dat haar juichkreten de donkerste echo van misprijzen zijn voor de lévende samenleving, voor moraal van woord en daad.

Wat bezielt zo'n beëdigde sukkel, vraag je je af. Is het de zotheid van het ambt? De truc van christelijke persoonsontdubbeling? De verleiding van het nabootsen als epigoon van het immer zelfontploffende monument Erica Terpstra? Het verlangen misschien om voor kinderen toch een warmere moeder te zijn dan ze voor Nederland is? Domme ijdelheid, wellicht?

Ik vrees dat Leontien Zijlaard-Van Moorsel deze kurk van het Grote Niets straks toch weer in de armen valt, na medaillewinst. Inge de Bruijn en Pieter van den Hoogenband idem dito. Mart Smeets heeft ook nog wel een doods moment op te vullen in zijn prachtige programma. En zelfs Erica Terpstra zal als voorzitter van NOC*NSF blijven roepen: ,,O, o, Clémence, wat ben je toch een kanjer.''

Ja, Majesteit, de leugen regeert.

Clémence Ross-Van Dorp kan de pot op. Maar stel dat ik haar in het Heineken House toevallig tegenkom. Wat moet ik dan? Ik zal allicht beginnen over haar prachtige broekrok, over haar geweldige benen, over nagellak en coiffure, wie weet over haar poëtische oogopslag. Ik zal alweer laf en deemoedig zijn. Een column in De Telegraaf kun je bestrijden, een mens iets minder.

Overigens komt Jan Peter Balkenende ook naar de Olympische Spelen. Terwijl wij allen weten dat harken geen olympische sport is. Een knieval ook niet. Dat is nou juist de verbroedering van sport. Uiteindelijk drink je toch een biertje met een hark. Of met een een tot bewindsvrouw opgepompte treurwilg van nietszeggende zinnen, clichés, populisme en alarmtaal. In naam van de ringen, in naam van Joop Alberda, in naam van een verleden, zowaar in naam van de Akropolis. Zelfs kledingboer Piet Zoomers vertedert op de Spelen van het Volksempfinden. Athene wacht ontluistering.