Backpackers: Lekker met zijn allen in een Lonely PLanet-enclave

Je bent jong en je wilt wat. Dus hijs je een rugzak op en trek je de wijde wereld in. Maar backpacken is minder avontuurlijk dan de meeste mensen denken. Yaël Vinckx ontrafelt de mythe van de rugzakker.

Wat bezielt de rugzakker? De Indiër Ranj begrijpt in ieder geval niets van de jongeren met rugzak die hij overal in India ziet. ,,Je loopt van hot naar her als een zwerver, draagt je vuile wasgoed op je rug, slaapt in gammele hotels tussen de stinkende hippies!'' Nee, Ranj heeft een heel ander idee van vakantie. Als hij dreigt te worden uitgehuwelijkt aan een Indiase maagd (,,een chagrijnig sekreet'') steelt hij de creditcard van zijn oom en ontvlucht zijn familie, om zichzelf vervolgens te trakteren op een overnachting in het luxueuze Kovalam Ashok Beach Resort.

Ranj is een van de personages in het boek Ben je ervaren? (Are you experienced?) van William Sutcliffe. Het boek is een parodie op de rugzakker en zijn subcultuur en een ware culthit onder rugzakkers. De hoofdpersoon is David, een jonge Engelse student. Evenals zijn leeftijdgenoten trekt hij na afloop van zijn schoolexamen met een rugzak naar India, al voelt hij er eigenlijk niets voor. Wat moet hij in godsnaam in zo'n derdewereldland? Maar ja, iedereen gaat en David wil geen schlemiel zijn.

Leuk is de reis niet. Eigenlijk brengt India alleen slecht nieuws: lusteloze hitte, ellendige busritten, eindeloze verveling en ziekte. Vooral ziekte. Tijdens een voedselvergiftiging ontmoet de hoofdpersoon de Nederlander Igor Boog. Deze trekt zich het lot van de zieke aan en voert hem water en bananen.

Igor Boog bestaat echt. Hij woont in Rotterdam en is onderzoeksjournalist voor het Landelijk Bureau Racismebestrijding (LBR). Hij ontmoette de schrijver ruim tien jaar geleden in Pakistan en China; het boek Ben je ervaren? is gebaseerd op verhalen die Sutcliffe in verschillende landen optekende. Hij liet het verhaal zich vervolgens afspelen in India.

Zestien was Igor toen hij voor het eerst op reis ging met een rugzak. Naar Italië en Griekenland. Later reisde hij vooral in het Midden-Oosten. ,,Ik ben nieuwsgierig naar andere culturen, reis graag per trein en houd van mijn vrijheid'', zegt hij. De keuze voor een reis-met-rugzak ligt dan voor de hand. Hij maakte vrienden onder andere reizigers en de lokale bevolking en gaat nog regelmatig terug.

VOETSCHIMMEL

Waarom besluit een mens een zak op zijn rug te hijsen met daarin een spijkerbroek en twee T-shirts (anders sjouw je je een breuk), een paar doucheslippers (anders loop je voetschimmel op), een slaapzak (anders moet je tussen de luizenlakens), en Lariam (een antimalariamiddel waarvan je gaat hallucineren, waarvan je haren uitvallen en je tanden los gaan zitten)?

,,Rugzakkers gaan om verschillende redenen op reis'', zegt Greg Richards, voormalig universitair docent vrijetijdskunde aan de universiteit van Tilburg, lid van de Backpackers Research Group en tegenwoordig werkzaam in het Spaanse Barcelona. ,,Meestal wil de rugzakker ontsnappen aan het alledaagse leven. Of mist hij iets in zijn leven.'' Wat dat iets is, blijft vaag – ook voor onderzoeker Richards. Vaak ook wil de rugzakker contact met andere culturen en mensen. En is hij op zoek naar vrijheid.

Dat laatste begrip is heilig voor de rugzakker. In de woorden van Igor Boog: ,,Als ik 's ochtends wakker word, kan ik doen en laten wat ik wil.'' Boog gaat graag naar universiteiten om contact te leggen met studenten, bezoekt filmhuizen, ontmoet journalisten, slentert door de stad en zit vaak in het theehuis.

Maar de rugzakker grijpt het begrip vrijheid óók aan om zich af te zetten tegen andere reizigers, stelt onderzoeker Richards. ,,Ze hebben een zekere minachting voor andere reizigers.'' Die heten toeristen of, erger, va-kan-tie-gan-gers. Igor Boog is een van de weinige rugzakkers die zichzelf toerist noemen. ,,Natuurlijk ben je een toerist. Alsof reizen een beroep is'', zegt hij geërgerd door de telefoon.

De grootste hoon treft meestal de georganiseerde groepsreis. Luidruchtig kamt de gemiddelde rugzakker reizigers van Djoser en andere organisaties af. Die worden als een `kudde schapen' over het centrale plein van Marrakech geleid of langs de graftombe van een of andere Maya-koning geduwd. De groepsreiziger laat niets aan het toeval over; zijn route ligt vast, evenals het restaurant waar hij die avond zal eten en het hotel waar hij die nacht zal slapen. Het is de rugzakker, zo gesteld op zijn vrijheid, een gruwel.

VRIJHEID

Maar is de rugzakker wel zo vrij en avontuurlijk? Inderdaad, hij kan doen en laten wat hij wil. En wat doet hij? Hij hangt rond in de oude Guatemalteekse hoofdstad Antigua, waar hij backgammon speelt in Rick's Café (met andere backpackers), waar hij in hostel Woodstock slaapt (tussen andere backpackers) en waar hij een exemplaar van de Lonely Planet leest, uit de beroemde serie Amerikaanse reisgidsen die alle backpackers lezen en die Igor Boog en William Sutcliffe gekscherend aanduiden als `Het Boek' of `De Bijbel'.

Een student van onderzoeker Greg Richards die onderzoek deed naar rugzaktoerisme in Australië, heeft dit fenomeen de `Lonely Planet-bubble' genoemd. Hij zag hoe rugzakkers, met de Lonely Planet in de hand, allemaal dezelfde route volgden, dezelfde bezienswaardigheden bezochten en in dezelfde jeugdherbergen sliepen. Richards noemt deze verzamelplaatsen `enclaves': de rugzakker zoekt er zijn soortgenoten op. Want de meeste rugzakkers noemen weliswaar `contact leggen met een andere cultuur' als reden om te voet en met lichte bepakking op reis te gaan, maar spreken nauwelijks met de lokale bevolking. Tijd en interesse – aan beide zaken ontbreekt het hun.

Dat mag de pret overigens niet drukken, want in de enclaves heeft de rugzakker wel degelijk contact met `andere culturen'. Voornamelijk met rugzakkers uit andere landen, blanke jongens en meisjes die ook tussen de twintig en vijfentwintig jaar zijn, net een hoge opleiding hebben afgerond en `iets' van de wereld willen zien voor ze aan baan of gezin beginnen, maar een kniesoor die daarop let. Ook Boog kwam tijdens zijn eerste reizen in dergelijke enclaves terecht. ,,Ze spelen een belangrijke rol. Ze houden het plezier erin. Je bent achttien, je gaat op reis, je ziet iedere seconde tien nieuwe dingen. Die ervaringen moet je van je af praten.'' Pas later leerde hij contact te maken met de lokale bevolking, onder andere door universiteiten te bezoeken.

,,De enclaves maken een onontbeerlijk deel uit van de reiservaring. De rugzakker moet zijn ervaringen met anderen delen'', bevestigt Richards. Verzuimt hij van zijn avonturen te verhalen, dan heeft hij ze in feite niet beleefd.

Opscheppen is een kunst die de rugzakker in de enclaves moet verstaan. In zijn boek steekt William Sutcliffe de draak met dergelijk gepoch door Igor Boog een verhaal over een worm in zijn been te laten vertellen. ,,Als je een bewegende bobbel onder je huid ziet, moet je die met een naald open peuteren, net zo lang tot je de kop van de worm ziet. (...) Dan moet je de kop om een lucifer winden en die elke dag een slag draaien, tot hij er helemaal uit is.''

Het verhaal over de worm is ,,sterk overdreven'', lacht Igor nu. ,,Het is een uit de hand gelopen grapperij, gebaseerd op een groep rugzakkers die de gruwelijkste verhalen vertelden en zo andere reizigers van slag brachten.''

HET STRAND

Het liefst scheppen rugzakkers op over Het Strand: een reep maagdelijk wit zand waar niemand is geweest. Dit is echter een utopie. Richards: ,,De plek waar niemand is geweest, bestaat niet. Want jij bent er geweest. En de kans is groot dat je over het bestaan van de plek hebt gehoord van iemand die er vóór jou is geweest.'' Toch blijft de rugzakker dromen van dat maagdelijke strand – al sjokt hij ondertussen met Het Boek in zijn hand over door mederugzakkers platgetreden paden. Het is nu eenmaal zo: de rugzakker ontmoet op zijn unieke reis vooral gelijkstemde zielen. Boog haalt zijn schouders erover op. Nou en? Toen hij door Iran en Zuid-West China trok, ontmoette hij natuurlijk reizigers die op hem leken. ,,Want het vergde interesse, moeite en doorzettingsvermogen om daar te komen.'' Toen hem dat was gelukt, bleek er een handvol soulmates in Iran rond te lopen, ook met een rugzak op.

Lang houdt de rugzakker zo'n paradijs niet voor zichzelf. Backpackers creëren een bepaalde stemming. Ze zijn ontspannen, hebben een laat-maar-waaien-houding. Het ultieme vakantiegevoel dus. Dat trekt andere toeristen aan. En daar komen weer ondernemers op af. Voor ze het weten, maakt de eens zo `relaxte' rugzak-enclave deel uit van een heuse toeristenindustrie. Dat is precies wat de rugzakker niet wil, weet Richards, maar het gebeurt vanzelf. Met name in Australië en Nieuw Zeeland, populair onder beginnende backpackers, is een hele rugzak-industrie onstaan. In het Australische Sydney bieden bedrijfjes `full-service': ticket, visum, werk, tours, hostels.

Tot zover het geprezen zelfreddende vermogen van de rugzakker.

Ervaren rugzakkers laten down under dan ook links liggen; ze gaan liever naar Thailand, India, Nepal, Mexico of Peru. Maar ook daar is een backpack-industrie ontstaan. In een groeiend aantal gevallen is de handel bovendien in handen van voormalige backpackers. In Backpacken met de Lonely Planet, verhalen van onervaren reizigers verzucht een Amerikaan: ,,Zouden Australiërs werkelijk de leiding hebben in de helft van alle jeugdherbergen ter wereld?''

Het kan ook misgaan, blijkt uit hetzelfde boek. De beginnende backpackers maken voor de hand liggende fouten: de een wordt stoned in een Amsterdamse coffeeshop en verdwaalt vervolgens in de hoerenbuurt, de ander houdt in opperste verwarring zijn zwembroek aan in een Finse sauna, en weer een ander kent paniekerige momenten als ze een Duits toilet niet weet door te spoelen. Natuurlijk verhalen de reizigers ook van groter leed: gebroken harten en gestolen rugzakken. Een Britse rugzakker maakt verkeerde vrienden in het Spaanse Malaga. Ze ontdoen hem van zijn rugzak en inhoud. Uiteindelijk vindt hij zijn contactlenzen, adres- en dagboek terug, maar hij heeft zo genoeg van de Spanjaarden dat hij de eerste bus het land uit pakt. ,,Ik heb sindsdien wat meer Spaans geleerd, voornamelijk van meisjes in pubs, maar ik ben nooit meer teruggegaan naar Malaga of Spanje en weet niet of ik het ooit zal doen.''

,,Er zit inderdaad een groot gat tussen verwachting en ervaring'', bevestigt onderzoeker Richards. En dat geldt ook voor David, de hoofdpersoon in Ben je ervaren? Maar amper terug in Engeland kan hij zich al niet meer herinneren hoe vreselijk de busreizen waren. ,,Ik kon dat eindeloze gehotsebots en de pijn in mijn beurse reet niet meer terughalen, maar ik wist nog wel hoe mijn hart had gejubeld toen ik in de verte die majestueuze bergen zag opdoemen.''

William Sutcliffe, Ben je ervaren, uitgeverij Prometheus, 1999, ISBN 90 446 0359 0

Lisa Johnson, Backpacken met de Lonely Planet, verhalen van onervaren reizigers, uitgeverij Arena, 2004, ISBN 90 6974 5615