Atletische aanpak van dirigent Jurjen Hempel

Van alle jeugdorkesten die in de zomer het Concertgebouw aandoen, heeft het Jeugdorkest Nederland (JON) de jongste leden. De musici, veelal bezig met de vooropleiding van het conservatorium, zijn allen tussen de veertien en de achttien jaar, met grappige contrasten tussen volledig vrouwelijke violistes en kuivig jongensachtige violistjes als resultaat.

Sinds 2000 staat het jeugdorkest onder leiding van dirigent Jurjen Hempel (1961), die in Rotterdam al langer zeer lovenswaardige resultaten boekt als chef van het Rotterdam Young Philharmonic. Ook bij het JON laveert Hempel op een vruchtbare manier tussen volwassen discipline en jong enthousiasme. Daarbij staan durf en een zo professioneel mogelijke kwaliteit in het samenspel uiteraard voorop, maar af en toe neemt Hempel wat gas terug – simpelweg om de musici ook zelf een moment te laten wegzakken in de pralende klank die ze voortbrengen.

Na vijf eerdere concerten besloot het JON gisteravond zijn tournee in de serie Robeco Zomerconcerten in Amsterdam. In Rob Zuidams lastige Trance Figuration hoorde je bij vlagen vermoeidheid neerdalen over alertheid, maar de eerdere concerten leidden ook tot hoorbaar zelfvertrouwen, met soms een ingedaalde, glanzende muzikaliteit als resultaat.

Voor Prokofjevs Tweede pianoconcert was Ivo Janssen als solist aangetrokken: in het Nederlandse muziekleven een pianist met een aparte status. Als solist wijdt Janssen zich aan uiteenlopende, veelal excellente opnames van Bach tot Ten Holt. Maar in de concertpraktijk hoor je hem eerder in ongewone programma's met dichteres Anna Enquist of saxofonist Arno Bornkamp dan `gewoon' als solist in een regulier pianoconcert.

Jurjen Hempel begon zijn loopbaan als assistent van Valery Gergjev, maar diens onrustbarende, zware Prokofjevstijl – zoals vaak gehoord in samenwerking met de hamerend robuust spelende pianist Alexander Toradze – staat ver af van de atletische aanpak van Hempel en Janssen.

De duivelslastige pianistiek die Prokofjev eist, lijkt uit te nodigen tot hamerwerk. Janssen bewees het tegendeel met flexibel en lenig spel, waardoor ook de meest robuuste passages pezig en gespierd klonken in plaats van vlezig of log. Diezelfde aanpak maakte ook indruk in het als toegift gespeelde, naar `minimal music' vooruitwijzende derde deel uit Prokofjevs Zevende Pianosonate.

Het orkest realiseerde daarna nog een aantrekkelijke uitvoering van Rachmanonivs Symfonische dansen; structureel iets minder complex dan Zuidam en Prokefjev, maar voor een jong orkest vol van ideale, uitbundige speelmuziek.

Concert: Jeugdorkest Nederland o.l.v. Jurjen Hempel m.m.v. Ivo Janssen (piano). Programma met werken van Zuidam, Prokofjev en Rachmaninov. Gehoord: 13/8, Concertgebouw, Amsterdam.