Aan de lijn een schoon hoofd

Wietse van Alten (25) won vier jaar geleden in Sydney een bronzen medaille. In Athene jaagt de handboogschutter op meer. Over de kunst van concentratie en de smalle marges van olympische roem. ,,Je krijgt er amper wat voor terug.''

Korter kan het antwoord niet zijn. Wat hij zich herinnert van die ene dag in Sydney? ,,Niks'', zegt Wietse van Alten, waarna hij een gepaste stilte laat vallen. Pardon? Een bronzen medaille gewonnen bij zijn allereerste Olympische Spelen en de hoofdpersoon weet niet meer hoe of wat? Dat kan niet waar zijn. Glimlachend: ,,Toch is het zo. Noem het een black-out of wat dan ook, maar feit is dat me niets meer bijstaat van die bewuste dag. Het enige dat nog in m'n hoofd zit is die laatste pijl, en dat ik dacht: niet nadenken, schiet 'm maar heel simpel weg, als-ie maar raak is.''

Vraag Van Alten wat handboogschieten is en de meervoudig Nederlands kampioen komt tot de volgende conclusie: een verfijnde en tot in de kleinste details geregisseerde lichaamsbeweging én een schoon hoofd. Vooral dat laatste mag niet onderschat worden, benadrukt de 25-jarige schutter uit Hilvarenbeek. Gedachten vertroebelen de geest, en brengen een schutter uit zijn evenwicht. Boogschieten is een concentratiesport bij uitstek. Wie zijn bovenkamer belast, graaft zijn eigen graf. Van Alten: ,,Je moet jezelf als het ware in een soort roes brengen, in een flow zoals ze dat noemen. Dat is de kunst, dat doe je niet zomaar even door met je vingers te knippen. Dat is ook ervaring. Aan de lijn heb ik als het goed is geen gedachten. Dan ben ik leeg. Een perfecte wedstrijd betekent voor mij dan ook dat ik me er naderhand vrijwel niets meer van herinner.''

Het is niet voor niets dat Van Alten, op de slotdag in Sydney goed voor 22 keer de maximale score per pijl (tien punten), al jarenlang samenwerkt met sportpsycholoog Rico Schuijers. Die helpt hem zijn hoofd schoon te houden op de momenten dat Van Alten met zijn high-techboog en dito pijlen tegenover het bord staat. ,,Het is moeilijk uit te leggen hoe dat proces exact in z'n werk gaat. Het gaat om het oproepen van bepaalde gedachten, die mij tot rust brengen, en mij dus controle verschaffen. Handboogschieten is een heel fijne beweging, die nauwelijks waar te nemen is. Zeker voor een buitenstaander niet. Eén kleine verstoring en je bent gezien.''

Maandag maakt hij, Nederlands beste recurver (de `eenvoudige' olympische boog), zijn opwachting in het gemarmerde Panathinaikou, het karakteristieke en betoverend mooie olympische stadion van 1896 waar ook de finishlijn van de marathon is getrokken. Maar denk niet dat Van Alten oog zal hebben voor de historische omgeving, en de duizenden toeschouwers op de tribunes. ,,Het is prachtig dat wij uitgerekend op die plek onze wedstrijden mogen afwerken. Maar het komt vooral de ambiance en de uitstraling van de sport ten goede, niet zozeer de schutters. Misschien ben ik een nuchtere jongen, maar ik ben bezig met mijn wedstrijd en sluit me daarom volledig af van de wereld om me heen. Hoe meer ik zie en registreer, hoe slechter ik presteer.''

Hij heeft zojuist de training beëindigd, en een slordige honderd pijlen afgevuurd op het broeierige Dekelia-complex. Als vandaag iets opvalt, dan is het wel de kameraadschappelijke sfeer tussen de verzamelde boogschutters, onder wie exotische vertegenwoordigers uit Bhutan, Birma en Tonga. Een grap, een foto, een praatje het kan en gebeurt allemaal. Het is niet de verbeten rivaliteit die je zou verwachten aan de vooravond van de strijd om olympisch goud. Het is, afgaande op de ontspannen gezichten van de handboogschutters en hun gevolg, vooral héél gezellig aan de rand van het militaire sportcomplex, dat uit veiligheidsoverwegingen niet terug te vinden is op de uitgereikte plattegronden en schuil gaat achter een vervaarlijk ogende haag van Patriot-raketinstallaties.

Maar daar heeft Van Alten geen last van. Het sportpark ligt pal naast het olympisch dorp, en de Nederlandse boogschutters rollen bij wijze van spreken vanuit het bed de trainingsbaan op. Van Alten heeft dan ook niets te klagen. ,,Het is echt top hier.'' Aan één voorwaarde dient hij echter wel te voldoen: zijn boog moet buiten de trainings- en wedstrijdbaan altijd opgeborgen zijn in de kist. Het schiettuig is volgens de Griekse wet een wapen, waarvoor Van Alten en de zijnen een tijdelijke vergunning hebben gekregen.

Het hoort erbij, weet de schutter die bezig is aan zijn tweede Olympische Spelen. Hij kent de gevaren en de valkuilen die het monsterevenement met zich meebrengen. De openingsceremonie laat hij, net als zijn collega's Ron van der Hoff en Pieter Custers, aan zich voorbijgaan. ,,Met tienduizend man het stadion in, en dan tegen de klok van twaalf jezelf met z'n allen door een paar poortjes worstelen. Nee, niets voor mij. Ron en Pieter zijn hier voor het eerst, maar ook zij hebben besloten thuis te blijven. Dat zegt wat over de intentie waarmee wij hier zijn.''

Zijn olympisch toernooi is bovendien al begonnen. Wegens de beperkte ruimte in het oude Olympische Stadion stond donderdag al de voorronde op het programma. Van Alten eindigde op een degelijke veertiende plaats en die klassering koppelt hem maandag in de eerste ronde aan de nummer 51 van de ranglijst, een onbekende schutter uit El Salvador.

Hij is al geruime tijd in olympische sferen. Van Alten heeft de vijf olympische ringen pontificiaal op zijn rechteronderbeen laten tatoeëren, maar waarom eigenlijk? ,,Ik ben al acht jaar bezig met de Olympische Spelen. Dat is voor ons hét toernooi der toernooien, daar waar iedereen naartoe werkt. Ook ik, en ja, ik vind die vijf ringen een mooi symbool, dus waarom niet?'' Zijn haar heeft hij zwart laten verven. Het was tot voor kort oranje. ,,Dat heeft geen betekenis. Ik ben niet bijgelovig, maar ik vind het gewoon geinig. Vrienden van me hebben een kapsalon en die mogen graag wat aanrommelen.''

In Sydney had zijn haardos de natuurlijke, blonde kleur en kwam zijn bronzen medaille voor de buitenwacht als een volslagen verrassing. Maar niet voor hem. Zelfverzekerd: ,,Ik won dat jaar zilver bij een groot internationaal toernooi en stond zevende op de wereldranglijst, dus dan weet je: met een goede dag kun je ver komen. Ik schoot niet fantastisch, het was degelijk tot aan de troostfinale. Toen was ik goed.'' Hij typeert zijn olympisch debuut als ,,mijn vertrekpunt'', want: ,,Ik ben nog lang niet klaar in deze sport.''

Hij koestert het kleinood uit Australië, maar begin hem niet over olympische roem of glorie. ,,Sydney heeft me weinig tot niets gebracht, als ik heel eerlijk ben. Je bent even bekend, maar na een paar dagen is iedereen je alweer vergeten en gaat men over tot de orde van de dag. Ik begrijp het wel, maar een beetje verbitterd ben ik wel. Je steekt zo vreselijk veel arbeid in die ene prestatie, en je krijgt er amper wat voor terug. Dat wist ik eigenlijk al, en het is ook mijn keuze, dus in die zin moet ik niet klagen. Maar toch: leuk is anders. Miljonair zal ik nooit worden. Maar goed, daar doe ik het ook niet voor. Bovendien: met mij vele anderen, dus ik ben niet de enige. Ik ben nu allang blij als wij af en toe in de belangstelling staan.''

Van Alten heeft leren leven met de beperkingen die zijn sport met zich meebrengen. Handboogschieten zal, hoe fascinerend het gevecht met pijl en bord ook mag zijn, nooit een volkssport worden. Zelfs geen grote sport, zoals in bijvoorbeeld Zuid-Korea. Hij weet het, en het is maar goed ook dat hij het weet. Dat voorkomt immers teleurstellingen, mocht hij over ruim twee weken op Schiphol opnieuw met een medaille om zijn nek uit het vliegtuig stappen.

Die kans is niet denkbeeldig. Sterker: Van Alten, de huidige nummer twee op de wereldranglijst, geldt in Athene als een van de favorieten voor de eindoverwinning. Vele ogen zijn dezer dagen dan ook op hem gericht, en dat blijkt vandaag. Met enige regelmaat wordt hij aangeklampt door deze of gene. Het sterkt hem. ,,Het zegt iets over mijn status binnen deze wereld. Dat ik niet voor niets al zolang aan het zwoegen ben. Of ze staan te turen met hun verrekijker, of ze komen even een babbeltje maken. Prima, zolang ze met mij bezig zijn, zijn ze niet met zichzelf bezig. Ook dat is in mijn voordeel.''

Druk beweert hij niet te voelen. ,,In Sydney brons, dus nu minimaal zilver dat was wat ik Nederland zo links en rechts proefde voordat wij twee weken terug naar [het trainingskamp op] Cyprus vertrokken. Je hoort het en denkt: laat maar gaan. Ik neem het niemand kwalijk, hoor, maar weten die mensen veel? Het klinkt misschien arrogant, maar daar sta ik boven. Ik kan prachtige scores neerzetten en toch maar zevende worden. Daar zal ik dan tevreden mee moeten zijn.''

Nederland, dit voorjaar goed voor vijf medailles bij de Europese kampioenschappen in Brussel, telt mee in het handboogschieten, en dus ook in de landenwedstrijd. Met dank vooral aan wegbereider Van Alten, die het ouderlijk huis in Zaandam al op zestienjarige leeftijd verliet en verkaste naar Noord-Brabant. Puur en alleen om zich verder te bekwamen in de sport met wie hij een kleine tien jaar daarvoor stomtoevallig (,,Ik ging met een vriendje mee'') in aanraking was gekomen. Tegen de verdrukking in bijna, maar inmiddels met tastbare resulten en (dus) een vruchtbaar topsportklimaat.

Met dank ook aan de nieuwe bondscoach Peter Nieuwenhuis, die deed wat rolmodel Van Alten al eigenhandig had gedaan: het vrijblijvende hobbyisme overboord zetten en het professionalisme tot norm verheffen. Maar wat moet een oud-wielerbondscoach in het handboogschieten? ,,Peter heeft dan misschien niet zoveel verstand van de handboogsport, hij weet als geen ander hoe trainingsprogramma's in elkaar behoren te steken, en wat een topsporter moet doen en laten om optimaal te presteren. Hij heeft, kortom, structuur aangebracht in onze sport. Wij zijn hier in Athene niet voor niets een van de fitste ploegen aan het vertrek.''

En een ploeg die, net als de Nederlandse roeiers, een speciaal voor Athene ontwikkeld `anti-hittepak' draagt, met bijbehorende pet. Ook dat trekt veel bekijks op de baan, heeft Van Alten inmiddels gemerkt. ,,Het oogt professioneel en flitsend, zeker door die grijze en zonwerende strepen bovenop de armen en de nek. Het is geen geintje, het werkt echt. Tussen lichaam en huid zit geen lucht, dat scheelt. We hebben het laatst in Turkije getest. Daar was het veertig graden, en toch bleven we koel. Vrijwel alle concurrenten hebben er al naar geïnformeerd. Ze beseffen dat wij niets aan het toeval overlaten. Dat is het bijkomende voordeel van dat pak: het geeft ons ook een mentale voorsprong.''