Weer terug naar de kust

In de hal van de `Willemswerf', het pal naast de Nieuwe Maas oprijzende kantoor van de scheepvaartonderneming Koninklijke P&O Nedlloyd in Rotterdam, hangt een bronzen uil. De vogel sierde ooit de boeg van het Nederlands vrachtschip Towa. Onder het beeld, een werkstuk van de beelhouwer Hildo Krop, stond een spreuk: `This owl watches ahead'. Bij de opening van de Willemswerf, eind 1988, zei bestuursvoorzitter Henk Rootliep dat Nedlloyd dezelfde scherpe blik had om vooruit te kijken. In hoeverre dit het geval was in de turbulente jaren die volgden, is na te lezen in Terug op koers.

In dit bijna 400 pagina's tellende, rijk geillustreerde boek beschrijven twee Rotterdamse journalisten, Bram Oosterwijk en Wim de Regt, de Werdegang van het grootste Nederlandse scheepvaartconcern sinds 1988. De voormalige topman van Nedlloyd Leo Berndsen was de initiator van deze geschiedschrijving. De auteurs, kenners van de scheepvaartwereld, konden gebruik maken van Nedlloyd-documentatie en voerden gesprekken met vele bestuurders en managers van het concern. Hun boek geeft een vrijwel encyclopedisch, niettemin zeer leesbaar overzicht van alle relevante ontwikkelingen bij de rederij die zich eerst ontwikkelde tot logistieke dienstverlener `te land, ter zee en in de lucht', vervolgens vrijwel alle niet-scheepvaart activiteiten weer verkocht, daarna noodgedwongen samenging met de containerrederij van het Engelse P&O, en in 2004 verzelfstandigd werd tot een in meerderheid Nederlandse scheepvaartonderneming, die zich uitsluitend concentreert op het vervoer van containers. Een onderneming met ongeveer 150 schepen, in omvang de vierde containerrederij ter wereld, met hoofdkantoor in Londen, een bestuur naar Angelsaksisch model dat in de Rotterdamse Willemswerf vergadert, een beursnotering in Amsterdam, en – als laatste vreemde eend in de bijt – 50 procents belang in Martinair.

De vele interviews met ex-bestuurders en andere hoofdrolspelers als de omstreden Noorse `corporate raider' Thorstein Hagen zijn in in dit boek de krenten in de pap. Leo Berndsen, topman tot 2002, constateerde na zijn aantreden in 1993, dat er zwaar op het land was geïnvesteerd. Van Gend & Loos was overgenomen, daarna Union-Transport in Duitsland. In Spanje, Italië en Oostenrijk waren bedrijven gekocht. `We hadden overal wat, maar het was nergens iets. Er waren schepen besteld, maar de financiering was niet geregeld.' Berndsen, die de landactiviteiten de een na de ander afstootte en terugkeerde tot de kernactiviteit, de containervaart, trad in 2001 af, teleurgesteld dat de verzelfstandiging van – inmiddels – P&O Nedlloyd was stukgelopen. Berndsens opvolger Haddo Meijer lukte het eindelijk wel omdat P & O, dat zijn 50 procents belang in de rederij inruilde voor een belang van 25 procent in de nieuwe NV Koninklijke P&O Nedlloyd, plus 215 miljoen euro cash, het geld van Koninklijke Nedlloyd goed kon gebruiken. Het definitieve verhaal van de ontbinding van P&O Nedlloyd en de opmerkelijke comeback van Koninklijke Nedlloyd lijkt met de ontboezemingen van Berndsen en Meijer niet geschreven. Daarvoor leunen de auteurs te sterk op het relaas van deze twee hoofdrolspelers. Maar dat doet niets af van de waarde van dit boek voor wie in de moderne Nederlandse koopvaardij is geinteresseerd.

Bram Oosterwijk en Wim de Regt: Terug op koers. Drie decennia Koninklijke Nedlloyd. Koninklijke P&O Nedlloyd N.V., 400 blz. €32,50