Washington Post biedt excuses aan

De Amerikaanse krant The Washington Post heeft zich gisteren verontschuldigd voor zijn soms onvolledige en eenzijdige berichtgeving over Irak.

Het meer dan 3000 woorden tellende artikel van de hand van de mediacriticus Howard Kurtz verscheen op de voorpagina, en geeft aan de hand van verschillende voorbeelden en citaten van betrokkenen blijk van zelfkritiek.

Volgens Kurtz werd er in The Washington Post wel enkele keren kritisch bericht over de argumentatie van het Witte Huis om Irak binnen te vallen, maar haalde dit ,,zelden of nooit de voorpagina''. Vooral over de dreiging van het Iraakse wapenarsenaal – de directe aanleiding voor de Amerikaanse-Britse aanval op Irak – werd te éénzijdig bericht. Nochtans had The Washington Post informatie over de onbetrouwbaarheid van de getuigen die zich over de dreiging uitspraken. ,,We hadden de lezers moeten waarschuwen dat we informatie hadden dat de argumentatie minder solide was dan iedereen aannam'', aldus adjunct-hoofdredacteur en verslaggever Bob Woodward. ,,We deden deden ons werk, maar niet goed genoeg. En dat neem ik mezelf kwalijk.''

Het artikel van Kurtz is echter geen officiële mededeling in naam van de hele redactie van the Washington Post. De chef-nieuwsdienst van de krant, Steve Coll, heeft volgens The New York Times in een interview gezegd dat het idee voor het artikel van Kurtz kwam, en dat hij het niet wilde plaatsen. Eén van zijn assistenten heeft die taak van hem overgenomen.

In mei toonde The New York Times zich ook al kritisch over de eigen Irak-berichtgeving. Deze krant deed dit wel minder uitgebreid dan The Washington Post gisteren.