Vrees voor stadsoorlog neemt af

De afgelopen tien jaar zijn de opvattingen over de stadsoorlog en de vraag welke wapens daarvoor wel en welke daarvoor niet geschikt zijn, drastisch veranderd. De lessen worden in Irak toegepast. Bovendien heeft de technologische ontwikkeling niet stilgestaan.

Operaties in stedelijk gebied gelden als de gevaarlijkste militaire missies. Deze les die de Amerikanen in 1993 leerden, toen achttien soldaten in de sloppenwijken van het Somalische Mogadishu sneuvelden, galmde binnen het Pentagon, het Amerikaanse ministerie van Defensie, nog lang na. Zoals ook de Russen in Grozny in 1994 ondervonden en het Israëlische leger bij acties in de Palestijnse vluchtelingenkampen merkte, kosten MOUT-operaties [Military Operations in Urban Terrain] veel slachtoffers. De vijand kent het terrein vol schuilplaatsen en dat doet een technologisch overwicht grotendeels teniet. Bloedige huis-aan-huis-gevechten zijn dan onvermijdelijk.

Waarom wagen de Amerikaanse militairen en hun Iraakse bondgenoten zich er nu in de stad Najaf tegen de opstandige Sadr-militie dan toch aan? Natuurlijk, er is een politieke noodzaak, maar doordat ze recent nieuwe tactieken hebben ontwikkeld, vrezen de Amerikaanse strijdkrachten de stedenoorlog ook om militaire redenen minder dan voorheen.

Naar aanleiding van het debâcle in Mogadishu en in de wetenschap dat het Pentagon in de toekomst steeds vaker in Derde Wereld-steden zal moeten vechten, is in 1999 in de woestijnstaat Arizona een sloppenwijk verrezen, Yodaville geheten, waar eenheden in MOUT-scenario's trainen.

In Baghdad, Falluja en Baquba, steden waren de Iraakse opstand het hevigst is, zijn de opgedane ervaringen grondig getest, zij het op kleinere schaal dan nu in Najaf.

De Amerikaanse militairen hebben de tactieken niet helemaal zelf bedacht. Het interne blad van het Marine Corps meldde dat Israëlische militairen hun gevechtservaringen in de bezette gebieden volledig delen met hun Amerikaanse collega's.

Eén van de recente verrassende ervaringen was dat tanks wel degelijk nuttig blijken te zijn bij het veroveren van woonwijken. ,,De stad gold als het slechtst denkbare tankterrein,'' zei de Amerikaanse generaal Burwell Bell, opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen in Europa, kort geleden tijdens een persconferentie.

Tanks, zo luidde de theorie – en was de Russische praktijk in Grozny – zouden in de bebouwde kom een makkelijke prooi vormen voor precies de RPG's waarover de Sadr-militie in Irak in overvloed beschikt. ,,Die conclusie was niet juist. We moeten die doctrine herschrijven.'' De bepantsering van de Amerikaanse Abrams-tanks en Israëlische Merkava-tanks is ondoordringbaar gebleken voor RPG's.

Tanks kunnen gaten blazen in muren, waarna de blootgelegde vertrekken kunnen worden geruimd met speciale `thermobarische ladingen' die alle zuurstof aan de lucht onttrekken.

Ook gevechtsvliegtuigen en helikopters zijn nuttiger gebleken dan aanvankelijk werd gedacht. Zoals in 2001 bij de Israëlische verovering van het Palestijnse vluchtelingenkamp Jenin bleek, levert een aanval met een geleide raket minder onbedoelde schade (collateral damage) op dan bijvoorbeeld een artilleriebeschieting of zelfs een bestorming door infanterie die is uitgerust met springladingen.

Daarnaast spelen ook spionerende robotvliegtuigjes bij MOUT-operaties een steeds grotere rol. Die kunnen onbespied alle bewegingen van de vijand zien. Persfoto's laten vaak opstandelingen zien die geknield hun kalasjnikovs en RPG's afvuren waarna ze huizen invluchten. Ze kunnen er van uitgaan dat hun bewegingen vanuit vliegende `ogen-oren' worden gevolgd.

De tactieken en uitrusting van de Sadr-militie verschillen intussen niet veel van die van bijvoorbeeld de Somalische strijders. De opstandelingen lopen rond met RPG-raketgranaten, mortieren van klein kaliber, Chinese en Iraakse versies van de Russische kalasjnikov AK-47, buitgemaakte Amerikaanse M-16's en Iraanse G-3`s. Sommige van de wapens zijn goed onderhouden, de meeste roesten.

De Amerikaanse opgave van de verliezen van de Sadr-militie, al rond de vijfhonderd dodelijke slachtoffers in de laatste week, is waarschijnlijk overdreven. Maar of MOUT-operaties voor licht bewapende verdedigers nog, zoals in de jaren negentig, als de `grote gelijkmaker' mogen worden gezien, valt te betwijfelen.