Verslaving rat kost maanden

Ratten die zichzelf cocaïne mogen toedienen, raken pas na een paar maanden druggebruik zo aan het verdovende middel verslingerd dat ze ook volgens de diagnostische criteria voor menselijke drugsverslaving `verslaafd' zijn.

De Nederlandse hersenonderzoeker dr. L. Vanderschuren publiceert vandaag samen met Britse en Franse collega's in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science de uitkomst van de eerste experimenten naar `echte', dwangmatige drugsverslaving bij ratten.

Verslavingsonderzoek bij proefdieren is met enige terughoudendheid om te zetten naar mensen. Het nu beschreven proefdiermodel kan dan ook de speurtocht naar medicijnen en behandelingen tegen verslaving versnellen.

Hersenonderzoekers kunnen aan de hand van dit modelsysteem nagaan waarom de ene rat vrijwel onomkeerbaar verslaafd raakt na gebruik van cocaïne, heroïne, nicotine of alcohol, en de andere niet. Ook kunnen de hersenstructuren en -moleculen worden gezocht die het verschil bepalen tussen incidenteel drugsgebruik en dwingend verslavingsgedrag.

Uitgangspunt voor de onderzoekers was om de criteria die in de verslavingszorg worden gebruikt om iemand als `verslaafd' te diagnosticeren ook in dierexperimenten te introduceren. Dat gebeurde tot nu toe niet. Het diagnostiekhandboek van de psychiatrie (DSM-IV) noemt zeven kenmerken van een verslaving aan `middelen' (alcohol, nicotine of drugs). Drie ervan zijn nu in de rattenexperimenten meetbaar.

Het gaat als eerste om het bestaan van een allesoverheersende behoefte aan de stof (trek of craving). Als tweede kan er nu worden gemeten of de dieren dwangmatig op zoek blijven naar drugs als duidelijk is dat er niets meer is. En ten slotte meten de onderzoekers of de dieren doorgaan met de drugs terwijl het duidelijk slecht voor hen is.

Vanderschuren en zijn collega-onderzoekers hebben dat laatste criterium (doorgaan tegen beter weten in) in een rattenexperiment omgezet. Daarbij bleek dat alleen ratten die al langer gebruikten, geneigd waren door te gaan wanneer hun gedrag negatieve consequenties had. [Vervolg COCAINE: pagina 2]

COCAINE

Niet alle ratten raken verslaafd

[Vervolg van pagina 1] De dieren leerden in hun kooi naar cocaïne te zoeken en het zichzelf toe te dienen. Zoeken hield in dat ze op een knopje moesten drukken waarmee ze een ander knopje activeerden. Drukten ze daar op, dan kregen ze automatisch een shotje cocaïne via een steeds aanwezige katheter in hun bloedbaan toegediend.

Ratten die doorhebben hoe het moet, maken gretig gebruik van het cocaïne-aanbod. Maar zodra er negatieve consequenties aan zijn verbonden (een fluittoon die een elektrische schok aankondigt) houden de ratten die nog niet zo lang aan de cocaïne zijn er mee op. Veel dieren die zichzelf al tientallen keren en met hogere doses konden bedienen, bleven gebruiken.

De Franse collega's stellen in een ander experiment vast dat niet alle dieren verslaafd raakten. Ze konden nog niet vaststellen waarom het ene dier wel dwangmatig verslaafd raakte en het andere niet.

De Fransen werken in een traditie van onderzoek naar individuele verschillen tussen proefdieren. Het nu ontwikkelde diermodel maakt het bijvoorbeeld mogelijk om te onderzoeken of dieren met een `ongelukkige' jeugd eerder verslaafd raken en welke hersenveranderingen er optreden bij de dieren die – ondanks zo'n jeugd – toch niet verslaafd raken. Dat zijn vragen die ook onderzoekers van probleemjongeren bezig houden.