Verpletter de president

De nieuwe roman van Nicholson Baker, Checkpoint, kun je alleen maar met een flinke dosis achterdocht benaderen. Een boek over twee vrienden die elkaar in een hotelkamer in Washington ontmoeten om te praten over een moordaanslag op president Bush – dat ruikt naar aandachttrekkerij, naar een gimmick. Roman? Eigenlijk meer een toneeltekst. Het boek is een lange dialoog tussen de aan lager wal geraakte Jay, die het op Bush heeft gemunt, en zijn vriend Ben die hem van dat voornemen probeert af te brengen. De voorlaatste keer dat Baker iets met presidentiële politiek te maken kreeg, was toen uit het Starr-rapport bleek dat Monica Lewinsky aan Bill Clinton Bakers roman over telefoonseks Vox cadeau had gedaan. Dat waren nog eens rustige tijden.

In Bakers nieuwe boek kan Jay zijn woede over de oorlog in Irak niet verkroppen. Hij heeft zichzelf opgefokt door obsessief weblogs te volgen over Irak – net zoals Baker zelf, die in een interview zei dat Checkpoint, waarvan de Nederlandse vertaling deze week tegelijkertijd met het Amerikaanse origineel verscheen, is voortgekomen uit intensief internetgebruik. Jay is zijn baan en vrouw al kwijtgeraakt omdat hij zijn woede niet kan beheersen. In zijn Washingtonse hotelkamer zit hij te schelden op de president: `En dan heb je daar verderop die niet-gekozen, dronken klootzak van een OLIEBOER die het Witte Huis heeft bezet.'

De oorlog in Irak heeft volgens Jay `een nieuw soort gruwelijkheid' in de wereld gebracht. Hij is woedend over de beelden van een Iraaks gezin dat in april 2003 bij een Amerikaans checkpoint zonder reden door nerveuze soldaten werd opgeblazen, over het schieten op alles wat beweegt in het rebelse Fallujah, over het gebruik van `een nieuw soort napalm' (Mark 77 genaamd) tijdens de oorlog, over de selectieve verontwaardiging over de mishandelingen en martelingen in de Abu Graib gevangenis. `Mensen denken dat de foto's uit die gevangenissen aantonen hoe fout de oorlog is. Maar dat is helemaal niet zo, die foto's zijn nog niets vergeleken bij de gruwelijke realiteit van de oorlog.' Meer dan 10.000 Irakezen zijn er al vermoord, zegt Jay, maar daar hoor je niemand over.

Discussies op de opiniepagina's, demonstraties in de straten van Washington, het heeft allemaal niets uitgehaald. Dus concludeert Jay over de president: `Ik denk dat we dat gore ettergezwel maar eens moeten wegsnijden.' En: `Ik zweer je, die gozer gaat eraan.' Ben probeert hem op andere gedachten te brengen. Hij raadt zijn vriend aan om ter afleiding foto's te nemen van bomen, een favoriet boek van de eerste tot de laatste bladzijde over te schrijven, of om een hondje te nemen.

Jay: `Deze oorlog zal worden gewroken!'

Ben: `Oké, maar als we eerst eens een hapje gingen eten? Ik val zo langzamerhand van mijn graat.'

Van zijn veel te doorzichtige stijl moet Baker het niet hebben. De schrijver maakt duidelijk dat hij het allemaal niet zo letterlijk, niet zo kwaad, bedoelt als hij Jay merkwaardige wapens in handen geeft. Hij heeft weliswaar een echt pistool, maar ook magische `persoon-zoekende' kogels. Hij heeft daarnaast een bijzondere voodoohamer, de `Braziliaanse Toverhamer van Gerechtigheid', waarmee hij heel hard op een foto van Bush slaat. Hij werkt aan radiografisch vliegende cirkelzagen. `Zien er een beetje uit als cd's maar dan vlijmscherp en absoluut dodelijk.' En hij denkt nog aan de ontwikkeling van een gigantische kei, gemaakt van verarmd uranium: honderden tonnen voortdenderend metaal, waarmee hij de president wil verpletteren. Van een serieus complot tegen Bush is evenmin sprake. Jay is niet meer van plan dan heel hard het gazon van het Witte Huis op stormen en dan maar zien hoe ver hij komt (`Ik schat mijn kansen op fifty-fifty.').

Via zijn uitgever heeft Baker laten weten dat Checkpoint bedoeld is als `argument tegen geweld'. Maar veel argumenten voor wat dan ook zijn er in deze roman niet te vinden. Als afspiegeling van alle internetgekte is de roman geslaagd, maar dat is het dan ook. Van een doordachte politieke bedoeling kan in ieder geval geen sprake zijn. Bush kan hier alleen maar garen bij spinnen. Voor de president is het met publicaties als deze wel heel makkelijk om al die intellectuelen en artiesten met hun kritiek op zijn politiek onamerikaans te noemen. Vergeleken met Checkpoint is Michael Moore's polemiek tegen Bush Fahrenheit 9/11 een uitermate kalme film.

Mag je de president met de dood bedreigen in fictie? Volgens Amerikaanse juristen die hierover tot nu toe aan het woord zijn geweest in Amerikaanse kranten, mag dat. Het is weliswaar verboden om de president echt te bedreigen, maar een roman wordt gedekt door artikel 1 van de Amerikaanse grondwet over de vrijheid van meningsuiting.

Er zijn mooie romans geschreven over de geest van een terrorist en de vraag wat iemand doet besluiten over te gaan tot politiek geweld. Klassiek zijn Dostojevski's Boze geesten en The Secret Agent van Joseph Conrad. Philip Roth ridiculiseerde een vrouwelijke bommenlegger in Amerika in de jaren zeventig in zijn meesterlijke American Pastoral. Paul Auster schreef een beklemmend portret van een man die veel weg heeft van de unabomber in Leviathan.

Baker betreedt vooral gebaande paden. Jay is vanzelfsprekend een loser (baan kwijt, vrouw kwijt), die in de greep is van een alles verzengende, machteloze woede. Jay: `Het is als een schoepenrad, dat aan één stuk door schuim en woede naar boven maalt. WRAAK.' Maar dat is juist het meest voor de hand liggende, de minst interessante, motivatie van de terrorist. De psychologie van politiek geweld heeft niet echt Bakers belangstelling, maar wat dan wel? Zelfexpressie, persoonlijke frustratie op papier gekwakt, net als op zoveel plekken op het internet. Veel meer lijkt er niet achter te zitten. Twee goede acteurs zouden iets moois kunnen maken van wat in Checkpoint bordkarton blijft. Misschien is dat een aardige lunchvoorstelling.

Nicholson Baker: Checkpoint. Vertaald uit het Engels door Jelle Noorman. Atlas, 128 blz. €9,95 De oorspronkelijke editie is verschenen bij Knopf, 128 blz. €15,95