Twee mappen vol met relaties

Een bedrijf staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een economische keten. Bierbrouwer Alfa doet zaken met ruim 140 andere bedrijven. Eerste deel in een serie over relaties tussen bedrijven.

Aan de weg, buiten het terrein van de brouwerij in de Zuid-Limburgse heuvels, staat een kruisbeeldje met Christus. Het staat er al sinds 1972 en werd in 1980 hersteld door de hoogbejaarde kleindochter van de oprichter van de brouwerij, tante Wies. Zij heeft er een bordje bij laten plaatsen: `Moge er dankbaarheid zijn van de voorbijganger'.

Het standbeeldje laat zien hoe naar buiten gekeerd de brouwer is. Alfa, een van Nederlands laatste brouwerijen die nog niet opgeslokt is door een groot concern, ligt misschien wel verborgen in het zuidelijkste puntje van het land, in alles is duidelijk dat het bedrijf voor zijn zaken doen afhankelijk is van anderen. Van de buurtbewoners voor hun begrip voor af- en aanrijdende vrachtwagens, van bierdrinkers en van andere ondernemingen.

Het gebruikmaken van anderen om te overleven is voor de familie Meens, al sinds 1870 aan het hoofd van de brouwerij, lang problematisch geweest. Als je Harry Meens, achterkleinzoon van grondlegger Joseph, vraagt of er moeilijke periodes in de geschiedenis van het bedrijf waren, zegt hij: ,,Ja. De eerste 110 jaar.'' De concurrentie was moordend, in Limburg alleen al waren 512 brouwerijen. Veel zaken met andere bedrijven deed de familie Meens toen nog niet, hoofdzorg was het daadwerkelijk verkopen van het product. ,,Iedereen probeerde hier en daar bier kwijt te raken.''

In 1954 veranderde de familie de naam van Meens Bieren in Alfa: ,,De eerste letter van het Griekse alfabet, de eerste onder de bieren.'' Maar ook toen duurde het nog tot de jaren tachtig voordat de zaken beter gingen. Brouwerijen in de buurt gingen failliet, anderen werden overgenomen door grotere concerns als Heineken en Interbrew. Alfa weigerde dat. Zakendoen met anderen, oké, maar ,,liever zelfstandig kleine baas dan grote knecht''. Alfa gooide liever zelf het roer om en liet de illusie varen via de horeca een grote afzet te kunnen vinden. Nu verkoopt Alfa 95 procent van de jaarlijkse 120.000 hectoliter (met een omzet van 14 miljoen euro) via flesjes in supermarkten en slijterijen aan de consument. Per uur worden in de brouwerij 35.000 flesjes bier gevuld.

Alfa Bier is duurder dan vele andere merken, maar dat is volgens Harry Meens geen probleem, dat past juist bij het imago van het bier: natuurlijk, gezond, zuiver. Dat mag wel wat kosten. Het meest waardevolle (reclame)bezit is voor de brouwerij de bron, in de heuvels achter de bedrijfshallen. Uit deze 152 meter diepe bron – Nederland kent er in totaal tien die erkend zijn door de overheid, alleen deze wordt voor bierproductie aangewend – wordt 6.000 jaar oud water gehaald, afkomstig uit het Eifelgebergte. Om deze exclusiviteit te benadrukken wordt elk flesje genummerd.

Het bronwater haalt Meens misschien uit de eigen grond op het afgelegen bedrijventerrein in het zuiden van het land, verder heeft de directeur een lange lijst met zakelijke contacten in heel Europa. Hop haalt hij uit Duitsland en Tsjechië, gerst uit België, reinigingsmiddel voor de spoelmachines uit Frankrijk. Maar daarmee redt een brouwer het niet. De flesjes komen uit Schiedam, zout om het water te ontharden uit Sittard, dozen uit Deventer, het reclamebureau zit in Hulsberg en de drukker van de etiketten op de flesjes is Hoitsema uit Groningen. Meens laat twee dikke mappen zien met lijsten van zakelijke contacten. Het zijn er meer dan 140.

,,Een brouwerij is een complex bedrijf'', zo verklaart de directeur de reeks. ,,En hoewel dit geen groot bedrijf is, hebben we hier wel alles nodig.'' Daarom probeert Meens zo lang mogelijk met een leverancier door te gaan en niet snel te wisselen. ,,Zolang ie goed is, blijft ie.'' Maar zodra er iets verkeerd gaat, heeft Meens een probleem. De brouwerij blijft bier produceren, dus er moeten flessen zijn, kroonkurken, kratten, schoonmaakmiddelen, vrachtwagens voor vervoer. De oplossing: voor elk product dat Meens nodig heeft om te blijven draaien, heeft hij twee leveranciers. ,,Twee keer voor mout, twee keer voor etiketten, twee keer voor hop. Dat is wegens mogelijke calamiteiten.''

Hoe snel het fout kan gaan, merkte de brouwerij vorig jaar, vlak voor carnaval. Alfa Bier heeft in totaal 200.000 kratten in omloop, maar kreeg er toen te weinig terug van consumenten. Het gevaar dreigde dat het bier, in flesjes en wel, op de brouwerij moest blijven staan doordat er 20.000 kratten tekort waren. Consumenten werden opgeroepen kratten in te leveren en carnavalvierenden konden alsnog op tijd bevoorraad worden. Meens: ,,Om herhaling te voorkomen moet mijn krattenleverancier niet omvallen.''

Of hij het wil of niet, ook het leven van één van Meens belangrijkste `zakelijke' contacten is eindig. Tante Wies, die ook het Christus-beeld liet herstellen, is inmiddels 91 jaar oud. Tot nu toe is zij een onmisbare schakel in de brouw- en familietradities van het bedrijf. Al zestig jaar lang wordt haar om advies gevraagd. ,,Ik breng haar elke ochtend om half negen een flesje'', legt Meens uit. ,,Zij mag dan zeggen hoe het smaakt. Als het niet goed is, wordt de productie stopgezet. Gelukkig is dat niet zo vaak.''

Volgende aflevering: etikettendrukker Hoitsema.