Rijksmusea vrezen gevolg bezuinigingen

De rijksmusea maken zich grote zorgen over hun financiële situatie. In een brief aan staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan vragen de musea de aangekondigde bezuinigen te heroverwegen.

In het Cultuurnota-advies 2005- 2008 stelt de Raad voor Cultuur voor de musea een korting van 2,5 procent op te leggen. De Vereniging voor Rijksgesubsidieerde Musea (VRM) vraagt de staatssecretaris dit advies te bezien.

In de brief schrijft Ronald de Leeuw, directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam en vice-voorzitter van de VRM, dat de subsidiekorting bovenop al langer bestaande financiële problemen komt. ,,In veel gevallen worden musea al langere tijd geconfronteerd met budgetten die de noodzakelijke uitgaven niet dekken.'' Zo zijn de kosten voor bouwactiviteiten bij veel musea hoger uitgevallen dan was voorzien.

De VRM vreest dat door de opeenstapeling van problemen overantwoorde gaten gaan vallen in alle museale functies. De Leeuw: ,,In veel musea komt de grens van het acceptabele minimum angstig nabij, wordt deze zelfs al overschreden. Een aantal musea heeft al aangegeven de resultaatafspraken niet te kunnen nakomen.'' Het is, zo schrijft De Leeuw, bovendien moeilijker geworden om fondsen te werven. ,,Niet alle musea staan zodanig in het centrum van de belangstelling dat sponsoren bereid zijn structureel in deze musea te investeren.'' Omdat niet gesneden kan worden in de vaste lasten – voor conservering en beveiliging van de collecties – vreest de VRM dat bezuinigd moet worden op personele kosten. In veel musea geldt al een vacaturestop.

Bij de VRM zijn 26 musea aangesloten, waaronder het Rijksmuseum voor Oudheden, het Openluchtmuseum, het Muiderslot, het Catharijneconvent en Naturalis. De korting komt voor het ene museum harder aan dan voor het ander – sommige musea zijn voor bijna honderd procent afhankelijk van rijkssubsidie. Volgens Herma Hofmeijer, directeur van de VRM, zou het daarom beter zijn als de Raad voor Cultuur de musea per geval zou kunnen beoordelen. ,,De musea verschillen onderling sterk, als het gaat om grootte van de beheerde collectie, staat van de huisvesting en omvang van het personeelsbestand.''

Ook de gevolgen zullen heel divers zijn. Hofmeijer: ,,Als de subsidiekorting wordt doorgezet, zullen alle musea hun begroting opnieuw moeten doornemen. Het ene museum zal noodgedwongen moeten kiezen voor minder tentoonstellingen, het ander voor minder educatieve functies. Het zal hoe dan ook een verschraling betekenen van het aanbod dat aan het publiek kan worden gedaan.''