Klein links leed

Vandaag, op de Internationale Dag van de Linkshandigen, een uitleg hoe je je als linkshandige staande houdt in een rechtshandige wereld.

Een homoseksuele architect, dyslectisch maar wel met ruimtelijk inzicht en een creatieve geest, is het eerste dat bij me opkomt als ik iemand links zie schrijven. En de ongelukkige zal ook negen jaar korter leven dan de gemiddelde rechtshandige.

Zelf ben ik een verstokte linkshandige en in de loop der jaren is me een beeld opgedrongen van onhandigheid en tegendraadsheid. Niet dat ik het me aantrek, dat schijnt trouwens geen enkele linkshandige te doen, maar bij nadere beschouwing blijkt het beeld nergens op te berusten. De meeste eigenschappen worden ten onrechte aan linkshandigen toegedicht, voor sommige is het wetenschappelijk bewijs flinterdun of is de correlatie met linkshandigheid miniem. Dat geldt voor de vele negatieve, maar helaas ook voor de spaarzame positieve eigenschappen. Wij linkshandigen zijn ook minder creatief en artistiek dan gedacht.

Toch slaat een enkele keer de twijfel toe, bijvoorbeeld als bij het Groot Dictee der Nederlandse taal de twee enige linkshandigen onder de prominenten, staatssecretaris Wijn en zangeres Frédérique Spigt erkend homoseksueel zijn. En is het echt toeval dat ik links en rechts vaak omdraai? Talloze malen heb ik ongewild toeristen laten verdwalen door ze behulpzaam de weg te wijzen. Ook getallen en lettercombinaties lijden onder omkeringsverschijnselen. Op de lagere school krabbelde ik op een kladje eerst even mijn eigen naam om te weten hoe ik de oe in schoen moest schrijven. Bij scheikunde veroorzaakte ik later virtuele ontploffingen omdat O2H of H2O voor mij geen verschil uitmaakte.

Volgens mij komt het allemaal omdat ik als klein kind een tijdje rechts heb moeten schrijven. Iedereen heeft recht op een verklaring voor de eigen tekortkomingen. De een heeft een dominante moeder, de ander was in een vorig leven een verwaarloosde kater en ik heb een jaartje rechts moeten schrijven.

Laten we op 13 augustus, de jaarlijkse Internationale Dag van de Linkshandigen, aandacht vragen voor het klein links leed, de handicaps die elke linkshandige moet overwinnen. Dat je op de kleuterschool nooit zo mooi hebt kunnen knippen als je klasgenootjes. Dat je wat later ook geen held bent geweest in schoonschrijven. In twee betekenissen, je schrift oogde niet alleen beroerd, het papier zat ook nog eens vol vlekken.

Een beetje droevig om vele jaren later te ontdekken dat met iets meer kennis en begrip de meester je ook heel behoorlijk links had kunnen leren schrijven. Dat de slijpkant van messen, de krul van de hockeystick en de draai in de draaideur aan de verkeerde kant zitten. Of dat je een roerzeef naar de winkel terugbrengt omdat die niet werkt om daar het blamerende advies te horen: ,,Als u nu eens de andere kant opdraait.''

Je leert je wel staande houden in een rechtshandige wereld. Het maakt de linkshandige onafhankelijker en zelfredzamer dan de rechtshandige. En dat schijnt nu weer wél waar te zijn.

Aan veel ongemakken raak je gewend. Sterker nog je herkent ze niet eens als ongemak. Ooit kreeg ik van een attente secretaresse een linkshandige, in Londen aangeschafte blikopener cadeau. Hij ligt al jaren ongebruikt in de la, want ik kan er niet mee omgaan. Van kindsaf kan ik heel goed overweg met de rechtshandige blikopener die ik met een geknikte pols achterwaarts gebruik. Een openbaring daarentegen is de slip met neutrale sluiting. Nu ontdek ik pas hoe logistiek onhandig en operationeel knellend de gulp met toegang van rechts is. Het voelt als een bevrijding na vijftig jaar linkshandigheid.