Kardinale dwalingen

Een belangrijk deel van mijn leven breng ik door in het gezelschap van priesters en theologen. Ik leef met hen. Hoe dat zo komt, is niet van belang. Ik vermeld het hier om aan te geven dat ik door dit gezelschap volkomen op de hoogte ben van de betekenis van onbevlekte ontvangenis. Ik vond het in mijn vorige column over het programma sperm-race wel aardig om wat te spelen met de associaties die dat begrip bij mij opwekt. Maar ik ben een van de weinigen die dergelijke grapjes leuk vinden, hoewel ik ook veel reacties van instemming heb mogen ontvangen, zij het niet van rooms-katholieken. ,,Beetje dom, hè'', schreef een zich als gelovige introducerende lezer uit Maastricht mij, daarmee een bekende katholieke prinses citerend. ,,De onbevlekte ontvangenis heeft niets met sperma te maken'', voegde hij er aan toe. Dat was precies mijn punt. Ik zou dus willen antwoorden: Nee, niet een beetje dom, hooguit een beetje te snel voor u.

Maria is onbevlekt ontvangen en het grappige is dat iedereen die zich druk maakt om mijn spelletje met dat begrip, zich druk maakt om een verzinsel. Het is net zozeer een verzinsel dat, zoals ik beweerde, Maria de zoon van God onbevlekt ontvangen heeft als dat zij zelf onbevlekt ontvangen is.

Moet ik dan geen respect tonen voor de lange traditie van de betekenis van het begrip onbevlekte ontvangenis? Misschien had ik dat wel moeten doen door te laten zien dat ik weet wat onbevlekt ontvangen betekent, en er geen postmoderne grapjes mee moeten uithalen. Aan de andere kant is het ook zo dat de rooms-katholieke kerk de wereld een mening over vrouwen probeert op te dringen en ik zie niet in waarom ik niet terug zou mogen slaan door de merkwaardige begrippen en hersenspinsels waarvan de rooms-katholieke kerk zich bedient, naar mijn hand te zetten.

De Congregatie voor de Geloofsleer publiceerde onlangs een Brief aan de bisschoppen van de Katholieke Kerk over de samenwerking tussen mannen en vrouwen in de Kerk en de wereld, waarin zoals kardinaal Simonis het samenvat ,,de hoofdpunten van het christelijke mensbeeld'' nog eens goed uiteengezet worden. In de brief wordt veel aandacht besteed aan de rol van de vrouw. Die is, zo wordt ons in de brief verzekerd, zeer belangrijk en zeker niet minder dan die van de man. Niet minder, maar wel anders. Niet gelijk, maar wel gelijkwaardig. De vrouw, zo licht kardinaal Simonis toe, is belangrijk. Zij heeft het geloof altijd doorgegeven. Zij heeft het leven immers bewaard.

Het probleem met het feminisme is volgens kardinaal Simonis de ongelijktijdigheid in de wereld. In Nova trok hij de prozaïsche vergelijking met asfaltwegen. In sommige delen van de wereld hebben we genoeg asfaltwegen, misschien zelfs wel te veel, zodat het groen in de verdrukking komt. In andere delen van de wereld heeft men juist een tekort aan asfaltwegen. Zo is het ook met vrouwenrechten. In Nederland zijn er voldoende vrouwenrechten, misschien zelf te veel, want ze gaan uit van de gelijkheid van man en vrouw en daardoor worden vrouwen overvraagd. Zij worden ondergewaardeerd in hun rol als moeder en in hun zorg voor het huishouden. De kardinaal vindt dat deze situatie moet veranderen. De vrouw moet vrij zijn te kiezen voor haar gezin als zij meent dat dit het beste voor het kind is. Hij wil vrouwen dus niet terugsturen naar het aanrecht, verzekerde hij de kijkers van Nova op een toon alsof dat idee in de geschiedenis van het rooms-katholicisme werkelijk nog nooit is geopperd. Wel moet de instelling van een huisvrouwenloon zeker overwogen worden.

Over de rol van mannen en het feit dat die in hun keuze voor een carrière eventueel ook eens zouden kunnen nadenken over hoe een en ander met de zorg voor hun kinderen zou kunnen worden gecombineerd, geen woord. Ook over het

delen van de macht binnen het instituut kerk, door bijvoorbeeld het priesterambt ook voor vrouwen open te stellen, wordt niet gesproken. Hoezo samenwerking tussen mannen en vrouwen in kerk en samenleving? Nu blijkt Simonis, zoals hij het zelf formuleert, daarmee te bedoelen: samenwerking vanuit complementariteit. Uit de brief van Ratzinger kan begrepen worden dat de kerk daarmee een biologisch bepaalde complementariteit voor ogen staat. Mannen en vrouwen zijn biologisch verschillend en vullen elkaar aan. Daar moeten consequenties uit worden getrokken voor hun rol in de samenleving. Gebeurt dat niet, zoals in het feminisme, dan heeft dit tot gevolg dat homoseksualiteit en heteroseksualiteit even hoog worden gewaardeerd en dat volkomen voorbij wordt gegaan aan het gegeven dat God ervoor heeft gekozen zijn Zoon in een mannelijke natuurlijke vorm tot ons te laten komen.

In de brief van Ratzinger wordt de complementariteitsgedachte op een bijna pornografisch wijze uiteengezet. Maria, de uitverkoren dochter van Zion, is als de Bruid Israël die wacht op haar redding. De mannelijkheid van de Zoon van God vertegenwoordigt de oudtestamentische liefde van God voor zijn mensen, die is als de liefde van een bruidegom voor zijn bruid. Nou, het is maar goed daarbij te weten dat Maria onbevlekt ontvangen is, anders zou je in dit alles een buitengewoon zondig incestueus tafereel kunnen ontdekken.

Wanneer je in de fantasieën van Ratzinger gelooft, kan ik begrijpen dat je het als herder belangrijk vindt om al die vrouwelijke bruiden op patriarchale wijze te beschermen. Maar waarom moeten vrouwen die volgens de kardinaal geestelijk sterker zijn dan mannen, zich ook maar iets gelegen laten liggen aan wat een geestelijk zwakkere man over en van hen vindt? Waarom wordt er in Nova eigenlijk zo respectvol geluisterd naar de visie op vrouwen van iemand die op zijn knieën ligt voor een man die beweert dat hij de zoon van god is? Als vrouwen en mannen zo van elkaar verschillen als Simonis beweert, dan kan geen man bepalen wat goed voor een vrouw is. In ieder geval kan geen mens dat voor mij bepalen. Ik ben in geen enkel opzicht complementair. Wie mij wel in een complementaire rol wil drukken is mijn vijand. Mijn vijand is de rooms-katholieke kerk.